Directeur redactie Pascal Kerkhove roept op om het verlangen te koesteren

1909

Goeiemorgen.

Het heeft niet mogen zijn. In weerwil van wat een te vroeg gelekte sneuvelnota liet verhopen, volgde vrijdagavond de ontnuchtering: we mogen onze kinderen, ouders, vrienden, oma’s en opa’s niet meteen goed vastpakken, stevig knuffelen, innig omhelzen of zachtjes kussen. Nog niet. We kunnen wandelen met een mannetje meer en mogen straks ook weer werken en winkelen maar allemaal met respect voor de nieuwe levensnorm: op 1,5 meter van elkaar. Niet zo lang geleden nog een futiliteit en altijd makkelijk te overbruggen, vandaag de kloof der kloven. Ja, misschien wel het verschil tussen leven en dood. Nooit voorheen was dichtbij zo ver weg. Onze huid blijft op haar honger, even nog. Een afknapper, want de beloning voor de vele inspanningen leek om de hoek te liggen. Niet dus, we worden gedwongen dat grote verlangen te verlengen. Vreemd genoeg schuilt in die dwang ook een keuze tussen azijn of wijn. Azijn is en blijft altijd zuur, wijn wordt vaak beter met het wachten. Mijn partner in leven en liefde is wijn, altijd en overal. En in dat voorlopig verbod op echt contact herontdek ik een heel mooie kant van liefde en vriendschap. Verlangen naar wat ik heb. Ik wil dat nooit meer vergeten.

“Azijn is en blijft altijd zuur, wijn wordt vaak beter met het wachten. Mijn partner in leven en liefde is wijn, altijd en overal.”

Samen met u, beste Zondagslezer, verlang ik ook naar onze vaste afspraak op zondagochtend bij de bakker of in de lokale supermarkt. U bent het ongetwijfeld nog niet vergeten, De Zondag als trouwe partner bij de gezelligheid van het zondagse ontbijt. Corona dwong ons die afspraak te herzien. Vijf zondagen waren we exclusief digitaal met elkaar in contact, vandaag is dat voor het laatst zo. Ook in een nieuwe wereld vol onzekerheden, zijn er nog zekerheden: vanaf volgende zondag 3 mei ligt De Zondag weer bij uw bakker. Ik kijk er alvast naar uit om die klassieke vorm van sociaal contact hersteld te zien en durf te hopen dat u daar als lezer en/of adverteerder ook zo over denkt. Vandaag meteen ook deze vraag: neem ons volgende zondag graag opnieuw massaal mee bij de bakker, de slager of de supermarkt. Wij zien ons als vrienden. Altijd dichtbij, open en eerlijk: klaar voor de verdiende en motiverende schouderklop als dat mag, klaar ook voor de noodzakelijke en figuurlijke tik tegen de wang als dat moet.

Er is geen twijfel mogelijk: het belang van vriendschap wordt dezer dagen op scherp gezet, zo mogelijk nog meer dan voorheen. En met deze bizarre kronkel om elke hoek: uw vriend kan uw vijand zijn. Gebeurde dat voor deze crisis uitzonderlijk ook al eens, dan wordt het straks een wezenlijk deel van ons nieuwe leven. Vertrouwen mag dan het logische en solide fundament van elke menselijke relatie zijn, plots schreeuwt ook het anders dodelijke wantrouwen om zijn plaats in dat evenwicht. Misschien wel meer nog dan het voorlopige verbod op echt sociaal contact, wordt dàt straks onze echte uitdaging. Hoe sterk is ons vertrouwen in elkaar als ook het wantrouwen latent aanwezig is?

Het is al vaker gezegd, corona beukt als een zware aardbeving in op ons leven. We beven, we buigen, we breken, we vallen, we sterven, we vechten, we helpen en waar het kan, staan we weer op. Het zijn die veerkracht en solidariteit die ons maken tot wie we zijn. We zijn onderweg naar morgen, waarbij de lessen van vandaag het verschil met vroeger kunnen maken. En we bereiken morgen, zeker weten, al was het maar omdat we het met heel veel gewoon goed doen. Met veel meer trouwens dan de aandacht voor de uitzonderingen doet vermoeden. We weten nog niet hoe, waar en wanneer, maar de beloning volgt. En al is het een van de zeven hoofdzondes, een gezonde portie gulzigheid mag dan mee aan tafel. Gulzigheid naar meer zijn dan hebben, naar meer geven dan nemen, naar meer wie dan wat, naar meer nu dan morgen. Het is voorwaar een fantastisch vooruitzicht. En klinkt het naïef, dan neem ik dat verwijt graag in ontvangst.

Meer, het zou zo moeten zijn. We mogen dan niet vergeten wie ons hier doorheen hielp, welke rol we daar zelf bij speelden én aandacht blijven hebben voor het aangerichte menselijke leed. Wie straks zijn mama of oma kan knuffelen, doet dat best met een warm hart voor zij die dat niet meer kunnen. Wie straks het geld opnieuw ziet rollen, doet dat best met een warm hart voor zij die dat niet zien. Pas dan bewijst deze oosterse wijsheid echt haar dienst: op het einde komt alles goed. En als alles nog niet goed is, dan is dit nog het einde niet.

Maak er een fijne zondag van.

Reageren? Pascal.kerkhove@roularta.be