SP.A-voorzitter Conner Rousseau blikt terug op het meest waanzinnige jaar van zijn leven: “Ik wil niet Steve II worden. Ik wil Conner I zijn”

8683
© Christophe De Muynck

Zijn snuffelronde was een voorzichtig succes. Hij ziet zelfs nieuwe mogelijkheden voor de federale formatie. Dat verklapt Conner Rousseau (SP.A) in dit intrigerende interview. Exact één jaar na de verkiezingen blikt de veelbesproken partijvoorzitter terug op het meest waanzinnige jaar van zijn leven. “Ik heb zelfs moeten overgeven in de toiletten van de VRT.”

De amper 27-jarige Oost-Vlaming bevond zich het voorbije jaar op een non-stop rollercoaster. Op 24 mei vorig jaar was Conner Rousseau nog ‘gewoon’ partijmedewerker, vandaag is hij Vlaams parlementslid, ex-fractieleider, partijvoorzitter én kingmaker in de federale formatie. “Als alle jaren zó vliegen, dan zal het gauw gedaan zijn”, knipoogt hij. Wat hij zelf hét moment vond? Hij moet lang nadenken. “Voor mij persoonlijk? Het bezoek aan de koning. Ik was aan het werken in het parlement. Ik kreeg telefoon van zijn kabinetschef. Ik werd over twee uur op het paleis verwacht. Wauw. Dat was even alle hens aan dek. Mijn moeder regelde mijn kostuum en schoenen.”

De intussen befaamde witte sneakers.

Die, ja. Een cadeau van mijn ma. Ik moest er deftig uitzien, hè. (lacht) Dat was een fijn gesprek van veertig minuten. Maar vooral het naar buiten gaan, en daar die massa pers zien staan, zal ik nooit vergeten. Dat was even kippenvel, moet ik toegeven. Dat zal ik later aan mijn kinderen vertellen.

Flashback naar één jaar geleden. Wat dacht u op de vooravond van de verkiezingen?

Ik moest naar een huwelijksfeest van een maat. Maar ik ben niet lang gebleven. Om 23 uur was ik alweer thuis. Mijn kop zat elders. Dat waren mijn eerste verkiezingen, hè. En meteen lijsttrekker. Mijn moeder was nog wakker. We hebben urenlang gepraat. De campagne overlopen. Toen zij politica was, deden wij dat ook. Dan was ik haar klankbord. Nu was het omgekeerd. Dat was best een bijzonder moment.

© Christophe De Muynck

Uw partij kreeg ongeziene klappen op verkiezingsdag. Was u verrast?

Neen. Ik hoopte op twaalf procent. Het is tien procent geworden. Dat is slecht, dat is zo. Deze verkiezingen kwamen te vroeg voor mijn partij.

Vlaams Belang won. Kan u begrijpen dat mensen voor die partij stemmen?

Jawel. Want ik ken die mensen. Ik praat daarmee. Ik weet waarom ze voor Vlaams Belang stemmen. Dat gaat vaak over vreemdelingen. Dat zijn daarom geen racisten, maar veel mensen zijn bang. Ze worden ook angst aangepraat. Frustratie is ook een reden. Maar Vlaams Belang biedt geen oplossingen. Wij wel. Mijn partij vermeed deze debatten in het verleden. Dat is voorbij. Ik wil die kiezers terughalen.

Kan uw partij iets leren van Vlaams Belang?

Neen. We gaan niet kijken naar anderen. We gaan inzetten op veiligheid, omdat wij dat zélf belangrijk vinden. We gaan inzetten op integratie, omdat wij dat zélf belangrijk vinden. Solidariteit is de kern van onze partij. Dat betekent uw deel doen en uw deel krijgen. Als we dat in de praktijk kunnen brengen, zal dat veel frustratie wegnemen.

U was amper parlementslid of u wou al voorzitter worden. Waarom?

Ik wou een signaal uitsturen. De partij had een elektroshock nodig. Weet u wat mijn moeder zei op verkiezingsdag? “Ik ben daar zestien jaar weg, maar de partij is nog geen bal veranderd.” Die woorden waren zó waar. Er moest iets veranderen. Maar ook de weken nadien bleken geen nieuwe mensen op te staan. Ik ga dan maar zelf de arena instappen, dacht ik. Ik voelde mij gesterkt door mijn resultaat in Sint-Niklaas en door de steun van de Vlaamse fractie. Maar ik had toen geen flauw idee van mijn kansen.

“De ambitie is een regering in september. Dat móet lukken. De samenstelling maakt mij geen kloten meer uit.”

Het gaat te snel voor u, zei uw vader in De Krant van West-Vlaanderen. Vindt u dat ook?

(blaast) Ik weet dat niet. Ik ben daar niet mee bezig. We zien wel. (denkt na) De drukste dag van mijn leven was die waarop ik zei dat ik voorzitter wou worden. Ik heb die hele dag interviews gegevens, radio, televisie, kranten, van 5.30 uur ’s morgens tot ’s avonds laat. Het tv-programma Vandaag met Danira was het laatste. Ik was echt óp. Ik heb zelfs moeten overgeven in de toiletten van de VRT. Vooraf welteverstaan. (even stil) Ik heb mezelf echt moeten oppeppen. Dat dat gelukt is, en dat dat interview goed was, was mentaal heel belangrijk voor mij. Ik wist toen: ik kan dit, ik kan mijn focus zetten.

‘De dood of de gladiolen’, schreef De Standaard op 8 november, toen u voorzitter werd. Voelt dat ook zo aan voor u?

(aarzelend) Toch wel, ja. Ik voel die druk. We moesten iets veranderen, of we dreigden inderdaad dood te bloeden. Of we gaan slagen, kan ik nog niet zeggen, maar ik voel wel al een nieuwe flow. Er zit weer vuur in de partij. Maar ik doe dit niet alleen, hè. Ik heb een sterk team rondom mij.

De partij aantrekkelijker maken, is aan het lukken. U wordt zelfs de nieuwe Stevaert genoemd. Dat is in socialistische kringen de hoogste lof.

Steve heeft grote overwinningen behaald. Ik waardeer hem daarom. Maar ik wil niet Steve II worden. Ik wil Conner I zijn. Dat is mijn ambitie. Ik heb mijn eigen aanpak. Een moderne partijstructuur was prioriteit. We zijn daar volop mee bezig. Meer jongeren bereiken, was een tweede prioriteit. Dat is aan het lukken. We voelen dat op sociale media. Ik heb nu zowat 31.000 volgers op Instagram. Dat zijn er tien keer meer dan vorig jaar. Dat zegt iets, hè.

Dat ze fan zijn van u?

Ik krijg al eens aanzoeken, ja. Ik beantwoord alle berichten, dus ook die. Maar ik heb geen tijd voor een lief. Voortdurend werken: dat is mijn saaie leven vandaag. Maar als het niet lukt als voorzitter, dan kan ik nog altijd influencer worden. (lacht) Neen, serieus, ook de partij is aan het groeien op sociale media. Dat betekent dat méér mensen geïnteresseerd zijn.

U kreeg ook al kritiek op uw stijl, taal en kledij. Kan u dat raken?

(droog) Neen, helemaal niet. Dat boeit mij niet. Ik heb de IS-strijders eens zotten genoemd. Dat viel ook in de eigen partij niet overal even goed. So be it. Ik spreek zo, omdat de mensen die taal begrijpen. Ik ga dat blijven doen. Ik heb het hart op de tong.

Kan u dat volhouden in de politiek?

Waarom niet? Als ik een rol moet gaan spelen, dan word ik beter acteur.

Dat u de quarantaine aan zee doorbrengt, botste ook op kritiek.

Dat heeft wél pijn gedaan. Dat was wellicht het moeilijkste moment van het jaar. Mijn moeder is ziek, ze vecht tegen kanker. Ik wou daarom geen risico’s nemen en ben tijdelijk verhuisd naar mijn vader die al zijn hele leven in Nieuwpoort woont. Ik was daar heel open over. Ik was dan ook geschokt door het fake news. (zucht) Wat een gedoe. Alsof ik een toerist was. (even stil) Ik zat daar echt mee, omdat mijn moeder gekwetst werd.

Dat u inhoudelijk weinig toevoegt, is ook een kritiek.

(droog) Is dat zo? Zeg mij eens welke voorzitter al met een plan kwam voor na corona? Ik wel. Onze new social deal. Dat is rechtvaardige fiscaliteit, dat is extra verloning voor de mensen die het land rechthouden, dat is solidariteit, sociale vooruitgang en een sterke gezondheidszorg.

Weinig verrassend allemaal. Dat is geen elektroshock.

Dat hoeft ook niet op inhoudelijk vlak. De partij staat inhoudelijk sterk. Onze thema’s spreken aan. We moeten die alleen beter brengen.

“Ik heb geen tijd voor een lief. Voortdurend werken: dat is mijn saaie leven vandaag.”

We zijn nu één jaar na de verkiezingen. Waarom heeft dit land nog geen volwaardige regering?

Omdat partijen en politici zichzelf niet kunnen overstijgen. Ik zie vooral veel ego’s, veto’s en oude wonden, maar weinig constructiviteit. De partijen lijken niet te snappen dat ze geen absolute meerderheid hebben. Er wordt te veel gezeverd over wie wat binnen haalt. Dat is volgens mij de reden. Men is niet meer in staat elkaar iets te gunnen. Ook de Vlaamse formatie duurde langer dan ooit, hè. Dat kan de druk van het populisme zijn. Daar ben ik nog niet uit.

Er was dat fatale weekend in maart, toen u probeerde om PS en N-VA te verzoenen. Waarom is dat toen niet gelukt?

Omdat mensen zich niet aan de afspraken hielden.

PS-voorzitter Paul Magnette?

En MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez. We hadden amper een afspraak gemaakt, of hij was al iets anders aan het verkondigen aan de pers. Oh my God, dacht ik. Wat is dat hier? En dat was al de tweede keer, hè. In november hebben we keihard geprobeerd om een paars-groene regering te vormen. Ook dat is mislukt, omdat er mensen waren die zich niet aan de afspraken hielden. Ik kan mezelf niets verwijten. Ik heb twee keer keihard mijn best gedaan.

En nu een derde keer. U houdt een zogenaamde snuffelronde met Magnette.

We hebben intussen alle partijen gezien. Ik kan voorzichtig positief zijn. De gesprekken waren constructief. Er zijn enkele zaken veranderd. Vandaag wil niemand nog besparen op de gezondheidszorg. Dat was enkele maanden geleden wel het geval. Dat is één nieuwe opening. Er zijn er nog. Maar ik kan daar inhoudelijk niet dieper op ingaan. We gaan die eerst verder onderzoeken.

© Christophe De Muynck

Bouchez noemt uw initiatief een socialistische staatsgreep. Is dat constructief?

(blaast) Ik ken hem intussen. Hij komt graag in de media. Dat was niet toevallig woensdag dat hij die woorden in de mond nam. Wij hadden woensdag afspraak met hem. Dat lag al een week vast. Nu, dat gesprek is goed verlopen. We hebben daar zelfs niet over gesproken. Hij zei alleen dat hij met zijn interviews wat druk wou zetten. Ik kan dat makkelijk relativeren. Ik heb hem trouwens een bundel gegeven van onze new social deal. (fijntjes) Ik had ergens gelezen dat hij aan het wachten was op inhoud van mijn kant. (knipoogt)

Een regering in juni, als de volmachten aflopen, kan dat nog?

Neen, dat zal niet lukken. De ambitie is september. Dan moet de regering opnieuw het vertrouwen vragen aan het parlement. Paul en ik gaan nu een verslag opmaken van onze bevindingen van de gesprekken. We gaan dan een tweede ronde doen en die bevindingen open en bloot bezorgen aan alle partijen. Daarna moet er een formateur aangesteld worden.

Wie moet dat zijn?

Dat kan ik niet zeggen.

Als u dit slim aanpakt, kan u premier worden.

(grijnst) Is dat zo? Dat weet ik niet, hoor. Dat zou dan wel heel snel zijn.

Die nieuwe regering, moet dat met PS en N-VA?

Eerlijk: de samenstelling maakt mij geen kloten meer uit. Ik meen dat, hè. Het zou goed zijn mocht er een meerderheid zijn in de twee landsdelen. Maar het zou nog beter zijn mocht er een sterke en sociale regering komen.

Zal het lukken, denkt u?

Het móet lukken. (feller) De mensen gaan dat niet blijven pikken, hè. Als de politiek zo voort doet, dan rijdt ze zichzelf de gracht in. De burgerlijke ongehoorzaamheid zal toenemen. Waarom zouden de mensen nog gaan stemmen, als die politiekers geen regering kunnen maken? Ik heb al eens al lachend gezegd dat de mensen straks de ruiten van het parlement gaan ingooien.

En als het niet lukt, dan toch nieuwe verkiezingen?

Dat kan voor mij. Maar dat zal niets oplossen. De burger heeft zich al uitgesproken. Er moet een regering komen. Punt.

Bent u eigenlijk veranderd het voorbije jaar?

Ik hoop van niet. Neen, ik ben zeker van niet. Ik ben nog steeds die jonge gast die graag lacht en zevert. De quarantaine begint daarom ook ferm tegen te steken. Ik heb goesting om nog eens met vrienden op stap te gaan. Een festival of zo. Maar bon, wie ben ik om te klagen? Er zijn mensen die het veel moeilijker hebben. Ik ben vooral bezorgd om de kinderen, en zeker die in kwetsbare gezinnen. Ik doe al mijn hele leven jongerenkampen, hier in Nieuwpoort. Dat die zomerkampen kunnen plaatsvinden, is zó belangrijk voor die gasten. Ik hoop ook dat de scholen snel volledig opengaan.