Onder het mom ‘Komaf met Kafka’ liet burgemeester Vincent van Quickenborne zich vorige week ontvallen dat hij van Kortrijk de eerste Vlaamse stad zonder stadhuis wil maken. Geen loketten meer, alles digitaal.

Laat ons wel wezen, iedereen heeft zich waarschijnlijk wel al eens te pletter geërgerd aan onze dik opgebouwde bureaucratie. Om maar één voorbeeld te geven uit mijn eigen omgeving van een tijdje geleden. Met de jeugdbeweging een fuif organiseren betekende dat je op alle stadsinfoborden een affiche kon laten aanplakken. Alleen was de tocht erheen vooral moeilijk, zelf met ervaren gids voorop. Stap 1: toestemming aanvragen bij de milieudienst (verdiep 2 van het stadhuis). Stap 2: de nodige fiscale zegels betalen bij de stadskas (uiteraard een andere verdieping). Stap 3: een stempel ophalen bij de Jeugddienst (drie straten verderop) die zegt dat je een erkende vereniging bent. Stap 4: de nodige affiches afgeven bij de stedelijke werkplaatsen (aan de andere kant van de stad). Mooi dagje uit zou je zo gaan denken. Ok, toegegeven, dit is een situatie van enkele jaren geleden die ondertussen al aan de nodige vereenvoudigingswerken werd onderworpen. Maar toch. Om maar te zeggen dat we helemaal niet weigerachtig tegen zaken als administratieve vereenvoudiging en digitalisering staan.

Maar om nu meteen de hele dienstverlening van het stadhuis over te balk te gooien. Onlangs proberen online een bouwvergunning aan te vragen voor een middelgrote verbouwing aan ons huis. Voor de formulieren meteen al doorverwezen naar de federale website voor Ruimtelijke Ordening. Lap, we zijn weer vertrokken! Na een uurtje of drie zoeken en twijfelen toch de telefoon genomen. Het hele zaakje in vijf minuutjes gepiept. Niets boven contact met een mens van vlees en bloed. Uiteraard zijn er héél wat zaken die verder perfect gedigitaliseerd kunnen worden. Aanschuiven om je pasfoto af te geven bij de dienst Burgerlijke Stand: iemand? Maar kunnen we ook een dienstverlening, hetzij dan eerder beperkt, behouden in het stadhuis zelf? Kwestie van het menselijk gelaat van een stad of gemeente wat te bewaren. Mijn beide ouders hebben nu nog niet echt de leeftijd om aanspraak te maken op een ticketje 60+ van De Lijn. Maar ook de digitale revolutie is nog niet echt door de voorgevel naar binnen gestormd. Ja, ze hebben een computer en weten zich daarmee wel aardig uit de slag te trekken. Maar officiële formulieren downloaden, correct invullen, digitale handtekeningen, inscannen en uploaden? Ho maar! Of wat met nieuwe Belgen die nog volop in hun integratieproces zitten en misschien een volledig andere overheidsstructuur gewend zijn? Een stadswebsite in zeven talen? Juist ja… Of de kersverse weduwnaar/weduwe zonder kinderen die in een proces van rouw de buren moet inschakelen om de overlijdensakte in orde te krijgen. En sinds wanneer heeft echt iederéén een computer?

Neen, een helpende hand kan niet altijd vertaald worden in de kille knoppen van een computermuis. En gaan er trouwens niet al genoeg wilde verhalen de ronde over die zogenaamde ‘slome, koffieslurpende pennenlikkers’ in het stadhuis? Een dienstverlening zonder menselijk contact, zal die perceptie volgens mij alleen maar versterken. Digitaliseren zal heel wat zaken zeker vlotter laten lopen én tegelijk een besparing realiseren. Maar een betere dienstverlening ten dienste van de burger door volledige digitalisering? In veel gevallen zal dat niet altijd zo blijken.

En nu maar hopen dat die bouwvergunning er komt. (foto istock)