De vraag is groot: Afstammingscentrum hielp in eerste anderhalf jaar al meer dan 400 mensen. “Ik had plotsvijf broers en zussen”

1462
Bernard Burneel is één van de 400 mensen die door het Afstammingscentrum geholpen werd. “De vraag en nood is groot”, aldus Ankie Vandekerckhove, coördinator van het Afstammingscentrum. (foto Christophe De Muynck)
Bernard Burneel is één van de 400 mensen die door het Afstammingscentrum geholpen werd. “De vraag en nood is groot”, aldus Ankie Vandekerckhove, coördinator van het Afstammingscentrum. (foto Christophe De Muynck)

GENT – Het Afstammingscentrum, de instantie waar je terecht kan als je vragen hebt rond je afkomst, heeft in anderhalf jaar werking al meer dan 400 dossiers geopend. Dat aantal toont een duidelijke nood aan. Onder meer geadopteerden en donorkinderen worden door het centrum begeleid in hun zoektocht naar waar ze vandaan komen. Bernard Bruneel kwam dankzij het Afstammingscentrum in contact met zijn halfbroers en halfzussen. “65 jaar lang wist ik niet wie mijn familie was.”

“Eind november hebben we de kaap van 400 dossiers overschreden”, zegt Ankie Vandekerckhove, coördinator van het Afstammingscentrum dat anderhalf jaar terug werd opgericht. “Dit geeft overduidelijk aan dat we voldoen aan een grote vraag en nood. Weten van wie je afstamt, raakt namelijk aan de essentie van je eigen identiteit. Een groot deel van de vragen komt van mensen die geadopteerd zijn. Zij willen bijvoorbeeld bijstand in het zoeken naar hun eerste ouders en geboorteouders. Verder begeleiden we donorkinderen in de zoektocht naar hun donor. Metissen (kinderen die tijdens de kolonisatie in Congo, Rwanda of Burundi werden geboren uit een relatie tussen een niet-Afrikaanse koloniaal en een Afrikaanse vrouw, red. ) zijn meestal op zoek naar broers of zussen, aangezien hun ouders vaak al lang overleden zijn, of naar documenten die hun familiegeschiedenis en bestaan kunnen bewijzen. Daarnaast contacteren donoren ons centrum om vrijwillig hun anonimiteit op te geven of helpen we bij familiegeheimen, bijvoorbeeld wanneer iemand vermoedt dat zijn vader zijn echte vader niet is. De ondersteuning die we al deze mensen kunnen bieden, is zowel van praktische als psychosociale aard en is van belang om verwanten terug te vinden, maar evenzeer ook in die gevallen waar we niets kunnen terugvinden. Niet alle resultaten moeten per se tot een persoonlijke ontmoeting leiden. Niet iedereen is daar klaar voor en ook de gezochte personen hebben recht op bescherming van hun privéleven.”

Emotionele ontmoeting

Bernard Bruneel uit Koksijde is een van de mensen die een beroep deed op het Afstammingscentrum. “65 jaar geleden ben ik geadopteerd en tot vorig jaar wist ik niet wie mijn familie was”, vertelt Bernard. “De naam van mijn moeder was gekend, die stond vermeld in de adoptiepapieren, maar pas na het overlijden van mijn adoptiemoeder heb ik die documenten kunnen inkijken. Ik heb altijd willen weten waar ik vandaan kwam. Mijn moeder was pas 17 toen ik geboren werd, heel jammer dat ze nooit contact met mij heeft gewild. Toen ik haar overlijdensbericht onder ogen kreeg, zag ik dat ik nog twee halfbroers en drie halfzussen heb. Ik had de intentie om met hen contact op te nemen, maar bleef het maar uitstellen, het was moeilijk om zelf die stap te zetten. Daarom heb ik contact opgenomen met het Afstammingscentrum. Zij hebben op een heel professionele manier het eerste contact gelegd met Yves, mijn jongste halfbroer.

Weten van wie je afstamt, raakt aan de essentie van je eigen identiteit” – Ankie Vandekerckhove, coördinator Afstammingscentrum

Ik was blij dat hij instemde met een ontmoeting. We spraken een week later al af op het Afstammingscentrum in Gent. Het was goed dat die eerste ontmoeting op neutraal terrein gebeurde. Ik was heel zenuwachtig, maar alles is heel goed verlopen. Het was emotioneel wel zwaar. Mijn zoon is me na het gesprek komen ophalen en ik heb op weg naar huis gehuild. Mijn halfbroers en halfzussen wisten van mijn bestaan niet af, voor hen was dit een complete verrassing. We blijven wel contact houden. Ik ben ondertussen al eens bij Yves thuis in Durbuy geweest en daar was ook Patricia, een van mijn halfzussen. Ook met haar is het contact goed, want we bellen tweewekelijks met elkaar.”

Gezin eindelijk compleet

G., die anoniem wenst te getuigen, ontmoette begin november na 47 jaar voor het eerst haar zoon via het Afstammingscentrum. “Onmiddellijk na de bevalling hebben mijn ouders mijn zoon bij mij weggenomen”, vertelt ze. “Ik was toen nog minderjarig. Ik heb nooit geweten wat er met hem gebeurd is of waar hij was. Ik kende enkel zijn voornaam, omdat een verpleegkundige van de kraamafdeling die mij heeft verteld. Een van mijn andere zonen heeft meer dan 40 jaar bij mij thuis gewoond. Toen ik daarna alleen viel, begon de afwezigheid van mijn zoon die ik nooit gekend heb, nog zwaarder te wegen. Ik heb dit toen ook verteld aan mijn twee andere zonen. Het is mijn schoondochter die contact opgenomen heeft met het Afstammingscentrum. Aan de hand van de geboortedatum en de naam is het gelukt om mijn zoon terug te vinden. Op zijn geboorteakte stond inderdaad dat ik de biologische moeder ben. Ik had ook een vermoeden wie hij was, omdat ik op Facebook iemand met zijn naam en geboortedatum had teruggevonden. We hebben elkaar voor het eerst gezien in het Afstammingscentrum. Ik was heel onrustig voor het eerste contact, maar hij heeft mij meteen vastgenomen en een stevige knuffel gegeven. Ik heb hem gezegd, stel gerust vragen, ik zal ze eerlijk beantwoorden. Zijn adoptieouders zijn ondertussen overleden. Hij wil met mij in contact blijven. Ik heb hem ondertussen al teruggezien. Volgende week komt hij bij mij thuis, samen met zijn vrouw en kinderen. We hebben 47 verloren jaren in te halen, maar nu is mijn gezin eindelijk compleet.”