Dat 2021 wederom een surrealistisch jaar was. Een waanzinnig jaar zelfs, óók voor Annelies Verlinden. De pandemie, de waterellende, gewelddadige betogingen, de strijd tegen fiscale fraude: de intrigerende CD&V-minister stond dikwijls in de frontlinie, meer dan haar lief is. “Ik was zelden de brenger van de blijde boodschap”, zegt ze. Wij blikken terug met als leidraad de zes basisemoties van de mens.

Annelies Verlinden heeft niet getwijfeld, toen we haar de vraag stelden voor deze eigenzinnige terugblik. “Dan zullen de mensen zien dat ik tóch emoties heb”, knipoogt ze. Onze minister van Binnenlandse Zaken heeft het imago van een koel en zakelijk politica te zijn. Dat strookt niet met de realiteit, zegt ze. “Dat imago verrast mij zelfs. Ik vertaal mijn beleid weliswaar op een zakelijke manier, – bewust, want dit is ernstige materie – maar tegelijk vertrekt het beleid dikwijls vanuit emotie. Ik vind het belangrijk om emoties toe te laten in de politiek, al wil ik daar niet te kwistig mee zijn. Je moet niet elke dag je emoties tonen. Voilà. ( glimlacht )”

Laten we beginnen met een mooie: wat heeft u écht blij gemaakt het voorbije jaar?

“Veel kleine dingen. Het is de filosoof Emmanuel Levinas die spreekt over de waarde van kleine goedheid. Als je dat kan erkennen, zal je dikwijls vreugde ervaren. Als de natuur zich ontpopt in de lente, als de struiken weer groen worden, voel ik oprecht blijdschap opborrelen. Of als ik met vrienden en familie op stap kan. Misschien was 15 augustus wel de mooiste dag: moederdag. We waren met de familie aan zee. Dat zijn onvervangbare momenten.”

Wat heeft u op maatschappelijk vlak blij gemaakt?

“Het engagement van onze vrijwilligers in de vaccinatiecentra. Daar zie je de goedheid van de mensen. Je komt daar buiten met een glimlach op je gezicht. Dat is niet vanzelfsprekend, dat is dankzij die mensen.”

Doet u aan vrijwilligerswerk?

“Niet meer. Mijn agenda laat dat moeilijk toe, al is dat eigenlijk geen excuus. Vroeger wel, en graag: ik was leidster bij de jeugdbeweging, ik heb in de raad van bestuur van een school gezeteld. Engagement is belangrijk. Ik probeer wel mijn steentje bij te dragen vanuit mijn job: vrijwilligers in de kijker zetten, een vaccinatiecentrum bezoeken. Dat wordt ook gewaardeerd, voel ik.”

Er dreigt een tekort aan vrijwilligers tussen Kerst en Nieuwjaar. Dit is het moment voor u?

“U hebt misschien gelijk. ( aarzelend ) Al is zoiets delicaat voor politici. Je krijgt snel de kritiek dat je het doet voor de camera’s. Je zou het misschien anoniem moeten kunnen doen. Ik heb trouwens alle begrip dat de vrijwilligers even pauze willen.”

Emotie twee dan: wat heeft u boos gemaakt?

“De mensen die de maatregelen niet respecteren en daarin zo ver gaan dat ze zaken vernielen en de politie aanvallen. Tijdens La Boum bijvoorbeeld. Men zou zelfs op voorhand projectielen verstopt hebben in het bos om er nadien mee te gooien. ( windt zich op ) Ik begrijp hoe vervelend deze crisis is, maar geweld mag nóóit het antwoord zijn. Er zijn andere manieren om uw frustraties te tonen. Dat geldt ook voor de coronabetogingen van dit najaar, waar opnieuw politiemensen aangevallen werden. Dat maakt mij écht boos.”

De politie voelt zich dikwijls onvoldoende gesteund door u.

“Ik weet niet of dat zo is. Als er lichamelijke schade is, dan stellen wij ons burgerlijke partij. Dat is een belangrijke blijk van steun. Daarna is de zaak in handen van het gerecht en kan de politiek geen uitspraken meer doen.”

De onvrede gaat ook over materiële en financiële steun.

“Het is een strijdpunt om de politie aantrekkelijker te maken, en dus ook beter te ondersteunen. De inzet van bodycams is één van de antwoorden op die vraag. We zullen ook inzetten op expertise en opleiding. Er is een nieuwe vorm van betogen die moeilijker te vatten is. Wie is de organisator? Hoeveel mensen zullen deelnemen? Wie zijn die mensen? We moeten daarmee leren omgaan.”

Of ik meer moet durven? Misschien wel. Ik zal het op mijn lijstje van goede voornemens zetten

Heeft MR-voorzitter Georges-Louis Bouchez u dikwijls boos gemaakt?

“Neen, ik maak me eigenlijk zelden boos. ( glimlacht ) Ik kijk soms wel met verwondering naar wat er gebeurt. Dat is eigen aan de politiek, zeker? Dat voorzitters uitgesprokener zijn dan ministers, is normaal. De vraag is wel: waar wil je uitkomen? Als je voortdurend kritiek levert, help je de regering niet vooruit. Het versterkt vooral de perceptie dat politici met zichzelf bezig zijn, en niet met het algemeen belang.”

Wacht tot u met uw plannen komt over de staatshervorming. Zijn belgicisme staat loodrecht op wat uw partij wil.

“Dat maakt op zich niet uit. Ik wil het regeerakkoord uitvoeren. Onze ambitie is een efficiënter land. Dat is een gezamenlijke ambitie. Verder wil ik hier nu niet te veel over zeggen, want dit is een gevoelig thema. Ik wil geen bruggen opblazen.”

Emotie drie: wat heeft u verdrietig gemaakt?

(foto Christophe De Muynck)
(foto Christophe De Muynck)

“Het verkeersongeval in mijn gemeente Schoten, waarbij een meisje, Loesje, om het leven kwam. Dat heeft me hard aangegrepen. ( stil ) Ik zeg dit met veel schroom, want mijn verdriet is niet te vergelijken met het verdriet van de ouders. Ik heb grote bewondering voor hen. Zij zijn zo waardig gebleven, zelfs tegenover de chauffeur.”

Elke dag raken 14 kinderen gewond in een ongeval op weg naar school. Vraagt dit geen drastischer ingrijpen van de politiek?

“We doen niet genoeg, want er zijn te veel slachtoffers. ( denkt na ) Ikzelf ben voorstander om de fietshelm te verplichten voor kinderen tot twaalf jaar. ( aarzelend ) Ik twijfel wel wat of ik dit wil zeggen. Er zijn fietsverenigingen die het geen goed idee vinden. Zij wijzen op de slechte infrastructuur. Terecht: dat moet ook aangepakt worden.”

U aarzelt wel vaker om rechtuit te spreken. Waarom eigenlijk? Zou u niet wat meer moeten durven?

“Misschien wel. Ik zal het op mijn lijstje van goede voornemens zetten. U mag schrappen dat ik geaarzeld heb. ( glimlacht ) Maar ik zoek niet graag de controverse op. Het is wel mijn vaste overtuiging: zelfs als we maar één kind kunnen redden, dan moeten we de fietshelm verplichten.”

Maakt ook de teloorgang van uw partij u verdrietig?

“Dat maakt me vooral strijdvaardig. Dat was helaas niet één van uw emoties. ( lacht )”

Blijft u achter voorzitter Joachim Coens staan?

“Já. De kritiek op Joachim is te makkelijk. Mildheid is hier op zijn plaats. Wat fout loopt, is niet alleen zijn schuld. Hij heeft goede ideeën, voelt aan wat er leeft en kan verbanden leggen. Dat is onze kracht. We moeten onze boodschap beter bij de mensen krijgen, maar dat is een taak van ons allemaal.”

Emotie vier dan: wat heeft u angstig gemaakt?

“De extreme polarisering maakt een ernstig debat vaak onmogelijk. Dat maakt mij bang. De exponent daarvan was de bestorming van het Capitool op 6 januari. Dat was een ongeziene aanval op het hart van de Amerikaanse democratie. De sociale media gaan niet vrijuit. Door de specifieke algoritmes zien de mensen vooral hun eigen standpunten versterkt worden. Gevolg: er ontstaan bubbels in de samenleving die elkaar niet meer ontmoeten. Dat maakt het samenleven moeilijk. Wat ook beangstigt: die mensen zijn ervan overtuigd dat geweld de manier is om gehoord te worden.”

Allicht moeten we nog meer doen om te luisteren. Dat iemand als Jürgen Conings zoveel aanhangers heeft, wil iets zeggen

Dat de politiek niet luistert naar de gewone mensen, hoor je ook in eigen land. Zou dat kloppen?

“Neen. De politiek staat niet los van de samenleving. Dat is een fout beeld. Maar allicht moeten we nog meer doen om te luisteren. Dat iemand als Jürgen Conings zoveel aanhangers heeft, wil iets zeggen. We moeten ook naar die mensen luisteren.”

Vindt u dat? Dus als ik morgen iemand bedreig, dan zal u luisteren naar mijn grieven.

“Zo bedoel ik het niet. Haat en geweld hebben géén plaats in onze samenleving. Daar kan geen enkel begrip voor zijn. Maar vaak zijn die acties een gevolg van andere frustraties. Die wil ik wel kennen. We hebben de laatste jaren veel geïnvesteerd in mondigheid van mensen, maar we zijn luisterbereidheid vergeten. We moeten weer leren luisteren. Dat is niet eenvoudig. In Zwitserland gebruiken ze daarvoor referenda. Wij kennen die traditie niet. Volgend jaar willen we wel een platform lanceren, waar burgers zich kunnen uitspreken over bepaalde thema’s.”

Een referendum over verplichte vaccinatie, zou dat geen goed idee zijn?

“( wikt haar worden ) Een referendum is een interessante piste, maar op dit ogenblik en over dat thema zou ik dat niet doen, gezien de spanningen in de samenleving. Los daarvan is het standpunt van mijn partij duidelijk: wij zijn voor verplichte vaccinatie. Dat debat moet gevoerd worden.”

In de Vesdervallei heeft de waterellende maar liefst 39 levens gekost. Veel mensen zijn angstig voor de toekomst. Was dat een voorbode?

“Ik vrees ervoor. Dat is wat klimaatexperten voorspellen. Ik wou dat als tweede antwoord geven onder de emotie ‘verdriet’. Ik ben enkele keren ter plekke geweest. Je ziet daar het hebben en houden van mensen wegvloeien, hun leven, hun ziel. De ontreddering was pakkend. Ik voelde me heel nederig. ( even stil ) Dat waren geen makkelijke bezoeken. Enerzijds wil je daar zijn om slachtoffers en hulpdiensten te steunen. Anderzijds krijg je kritiek dat je een ramptoerist bent, dat je daar bent voor de camera’s. Dat is een delicaat evenwicht.”

Was de kritiek op de laattijdige hulpverlening terecht?

“Dat wordt geëvalueerd. We hebben gedaan wat we konden met de beschikbare middelen. De brandweer was daar, de Civiele Bescherming, de politie, Defensie. Of er de voorbije jaren te veel bespaard is op deze diensten, is deel van de evaluatie. Wat ik geleerd heb? Dat de communicatie sneller en beter moet. Er zijn mensen die pas een waarschuwing kregen, toen het water al metershoog stond. Dat kan niet. Als je beter communiceert, kan je ook sneller evacueren. Ik ben ook voorstander van een nationale aansturing van de brandweerzones in crisisgevallen. Vandaag moeten de zones elkaar opbellen om hulp te vragen.”

Afschuw is de vijfde emotie. Wanneer hebt u dit gevoeld?

“Het is ongelooflijk dat anno 2021 zoveel meisjes geconfronteerd worden met seksueel geweld. ( feller ) Die verhalen over studenten die in het uitgaansleven iets in hun drankje krijgen, walgelijk is dat! Bovendien beginnen mensen hun gedrag daarop aan te passen, wat echt niet oké is. Dat mensen een taxi bestellen, omdat ze niet alleen op straat durven wandelen, kan toch niet?”

Was u ooit slachtoffer?

“Neen, gelukkig niet. Je krijgt wel seksistische opmerkingen, maar ik heb geen gruwelijke dingen meegemaakt.”

Volgende week valt het oordeel over de moord op Julie Van Espen. Wat vindt u ervan dat deze zaak achter gesloten deuren plaatsvindt?

“Als de familie dat zo wil, dan is dat de enige juiste keuze. Uit respect voor het meisje. Het is goed dat ouders die vraag kunnen stellen. De rechter kan dan in eer en geweten oordelen. Ik heb grote bewondering voor de manier waarop de familie hiermee omgaat. Het leed dat die mensen meemaken … Dat moet het diepste verdriet zijn. Het is onbeschrijflijk.”

De laatste emotie dan. Wat heeft u het voorbije jaar verbaasd?

“Dat begrip kan zowel positief als negatief ingevuld worden. De hardheid van sommige mensen op sociale media verbaast mij in negatieve zin. Wat mij in positieve zin verbaast, zijn de kleine dingen die mensen doen voor elkaar. De gewonigheden zou Dirk De Wachter zeggen. Een vriendin gaf mij een boek cadeau, zomaar. Een heel fijn boek: ‘ de jongen, de vos, de mol en het paard ’. Dat zij dat voor mij doet, verwondert mij in positieve zin.”

Hebt u uzelf verbaasd op zondag 26 september?

(foto Christophe De Muynck)
(foto Christophe De Muynck)

( enthousiast ) “Já. Ik heb toen mijn eerste marathon gelopen, in Berlijn. Dat stond al vele jaren bovenaan mijn bucket list . Ik heb mezelf verrast, want ik had nog nooit meer dan 20 kilometer gelopen. Ik had natuurlijk niets te verliezen. Wat was het ergste dat mij kon overkomen? Dat ik halfweg zou moeten stoppen en de tram zou moeten nemen naar de aankomst. ( lacht ) Ik heb keihard afgezien, vooral tussen kilometer 25 en 32, maar het was heel fijn.”

Ik hoop voor u dat u maandag vrijaf had?

“Neen. Ik moest zelfs héél vroeg op: een professioneel bezoek aan Helsinki. Ik voelde het wel als ik een trap opliep. Gelukkig was de pijn na enkele dagen verdwenen. Er zijn mensen die zes maanden sukkelen na hun eerste marathon. Ik prijs mezelf gelukkig. ( lacht )”

Wat mag ik u toewensen voor het nieuwe jaar?

“Kleine gelukjes. Véél kleine gelukjes.”