Binnenkijken in een bioklimatische paalwoning: overstromingsgevoelig, maar veilig gebouwd

290

Bouwen in een overstromingsgebied mag dan eerder een uitzondering op de regel, én eveneens een risico zijn. Toch kan het een verrassende bouw opleveren, zoals de nieuwbouw van dit gezin in Drongen. Zij legden de focus op een bio-ecologische woning, die bestand kan zijn tegen het water. Zonder dat ze echt in hun tuin kunnen vertoeven, genieten ze vanuit hun woning van het buiten zijn.

tekst: Kelly Cuypers – foto’s: Gert Cornelis – allt.be

Een koppel met twee kinderen wilde hun woning ‘op de buiten’ inruilen voor een woning dichterbij de stad Gent, maar toch gelegen in het groen. Ze botsten op een bouwgrond vlak bij het natuurgebied De Assels. Er restten nog amper twee bouwgronden tussen de verbrede spoorweg en de nabijgelegen wijk. “Ze sneden absoluut geen simpele bouwgrond aan. Het ging om overstromingsgebied. De meeste bouwheren zouden zo’n risico niet zien zitten, maar je kan er heel nauwkeurig en creatief mee omspringen”, zegt architect Stijn Van den Broecke. “Ook de andere woningen in de straat zijn op palen of met een overstroombare kelder gerealiseerd. Het niveau van de vloerpas is stedenbouwkundig bepaald. Daar loerde geen enkel risico om de hoek. Dit peil van anderhalve meter is de hoogste waterstand die jaren geleden genoteerd werd.”

Langs vier zijden kunnen de bewoners van een terras genieten.©ALLT
Langs vier zijden kunnen de bewoners van een terras genieten.©ALLT

Dubbele paalfundering

Met de intentie om bio-ecologisch te bouwen, klopten ze aan bij architectenbureau EA+. “Hun voorname focus was om zoveel mogelijk buiten te genieten, ook al kunnen de bewoners hun tuin niet ten volle benutten gezien alleen een deel ervan tijdens een droge zomer echt droog komt te staan”, vervolgt de architect.

Voor deze nieuwbouw kozen de bouwheer en de architect om te bouwen op palen. “Het zichtbare deel van de palen is één meter lang. Daaronder rust een fundering die gedragen wordt door funderingspalen die maar liefst zeven à acht meter diep zijn”, legt Stijn uit. “De ruwbouw is een volledige houtskelet geïsoleerd met cellulose. Aan de buitenkant is de woning afgewerkt met kleidakpannen, in combinatie met oversteken in FSC gelabeld hout en muurvlakken in gerecupereerd steigerhout.”

De woning valt in de straat niet op door de paalfundering, maar wel door de gehele buitenschil en het ontwerp

Maar liefst 4 terrassen

Wonen in drassig gebied, dat betekent rekening houden met de natuur. Belangrijk bij het ontwerp was dat het gezin letterlijk op hoogte woont en niet meteen in hun tuin kan. Stijn Van den Broecke: “Gezien ze niet alle seizoenen in hun tuin kunnen doorbrengen, hebben we in het ontwerp opgenomen om aan de woning maximale buitenbelevingsruimte te voorzien. Langs vier zijden kunnen ze van een terras genieten: het zuiders terras schuilt volledig onder een luifel. Het open, grootste en westelijk gelegen terras voltrekt zich over twee verdiepingen. De twee slaapkamers boven beschikken zo elk over hun eigen terrasje. De noordkant is eerder gesloten door de ligging naar de spoorweg toe. Tot slot is de serre – een wintertuin van drie op tien meter – op het oosten gericht. Alleen tijdens de winter trekken de bewoners zich terug in hun cocon binnen.”

Bioklimatische serre

De bioklimatische serre is niet alleen bedoeld als belevingsruimte, maar biedt ook een energiezuinige functie. “De warmte stapelt zich op in de nok, waar temperaturen tussen 30 à 40 graden gemeten worden tijdens een zonnige winterdag. Net in dat punt is de aanzuiging van de ventilatie geplaatst die uiteindelijk de opgenomen warme lucht in de woning blaast”, licht de architect toe. “Opmerkelijk is dat de beglazing enkel glas is. Gezien de serre geen deel uitmaakt van de woning, telt de serre dan ook niet mee in het uiteindelijke S- en K-peil.”

Waarom de woning voor de architect een mooie referentie is? “Bio-ecologisch bouwen valt niet altijd af te lezen bij een woning. Vooral door de serre zie je dat dit hier wel het geval is. De woning valt hier in de straat niet op door de paalfundering, maar wel door de gehele buitenschil en het ontwerp.”