Amper 30 lentes is ze, Nadia Naji, en al voorzitster van Groen. Of beter: covoorzitster. Een vlotte madam die geen blad voor de mond neemt, ook niet in haar eerste interview met deze krant. Komen aan bod: ‘hellhole’ Molenbeek, het beladen ‘woke’-debat en uiteraard de energiecrisis. “Misschien ben ik nog te nieuw, maar is het zo gek dat ik vraag om te stoppen met talmen?”

Brol : dat is de naam van het gezellige koffiehuis waar we afspraak hebben. Op tafel verschijnen gemberthee, zwarte koffie en vers gebakken madeleintjes . Dat ze vlakbij woont, zegt ze, en hier graag eens binnenwipt. “Vooral voor de lekkere gebakjes.” Dat ze weliswaar meer aangesproken wordt sinds ze in juni aantrad als covoorzitster van Groen, voegt ze eraan toe. “Maar dat geeft niet. Ik ben ook voorzitter geworden om de vragen van de mensen te beantwoorden.” Wat me opvalt: Nadia Naji straalt zelfvertrouwen uit. Dat doen ze niet allemaal in haar partij. Ze antwoordt complexloos op vragen die anderen doen verstarren. Haar exotische krullen heeft ze trouwens te danken aan haar Algerijnse moeder en Marokkaanse vader.

Of de macht went, wil ik eerst weten. Een partijvoorzitter is namelijk een machtig figuur in het Belgische politieke bestel. “Misschien zelfs té machtig. Zie de Vivaldi-regering: sommige ministers doen vooral wat hun voorzitters hen opleggen. Dat is niet gezond. Het zou niet slecht zijn om het systeem in vraag te stellen. Maar goed: ik voel vooral verantwoordelijkheid om goede dingen te doen met de macht.”

foto Munkie

Als het over energie gaat, bent u niet vooral machteloos?
“( resoluut ) Néén. De politiek kan wel degelijk de factuur verlagen. Maar we hadden nóg machtiger kunnen zijn. De situatie waarin we vandaag zitten, is een gevolg van de oorlog, maar ook van het beleid dat de traditionele partijen de voorbije twintig jaar gevoerd hebben. Hadden zij voluit gegaan voor hernieuwbare energie, dan waren we vandaag niet afhankelijk van landen zoals Rusland. Maar toch zijn we niet machteloos.”

Waar blijven dan het prijsplafond voor gas en de taks op de overwinsten, twee maatregelen die uw partij al maanden aankondigt?
“Dat zijn nog altijd de beste maatregelen om de factuur te verlagen en die moeten er ook komen. Daar zal onze minister Tinne Van der Straeten keihard voor vechten. Wij geven niet op, hoor. Maar er wordt inderdaad veel te lang getalmd om iets te beslissen. Dat is ook iets dat mij frustreert, dat het allemaal zo traag gaat. Politici hebben de macht om iets te doen, maar helaas ook om elkaar tegen te werken. Dat laatste gebeurt te vaak, ook in de federale regering, ja.”

Wat een vreemde tijden. Zou u niet blij moeten zijn dat vervuilende fossiele brandstoffen zoals gas en olie zo duur zijn?
“Neen, écht niet. Ik woon in een van de armste wijken van het land. Ik weet hoe moeilijk veel mensen het hebben. Op korte termijn moeten we ingrijpen op de factuur. Maar we mogen tegelijk de lange termijn niet uit het oog verliezen en daar is honderd procent hernieuwbare energie het enige goede antwoord.”

Zou de loskoppeling van de gasprijs en de elektriciteitsprijs niet de beste maatregel zijn?
“Absoluut. Dat moet op termijn zeker gebeuren. Het systeem is oneerlijk en moet op de schop. Een prijsplafond zou een eerste stap in de goede richting zijn.”

Kan kernenergie op lange termijn deel uitmaken van onze energiemix?
“Neen. Onze visie is duidelijk: wij willen honderd procent hernieuwbare energie. Dat is de duurzaamste en veiligste oplossing. We zijn pragmatisch genoeg om in een crisissituatie zoals deze, twee kerncentrales langer open te houden. Nog meer kerncentrales langer openhouden, is geen optie voor ons. Het zou heel duur zijn en geen impact hebben op de huidige energieprijs.”

foto Munkie

 

Wie dat woord gebruikt, weet maar al te goed dat hij andere mensen kwetst. Ook Gert Verhulst wist dat

Denkt u in 2035, wanneer de laatste kerncentrales sluiten, aan honderd procent hernieuwbare energie te kunnen zitten?
“Ik hoop het. Waar een wil is, is een weg. Deze crisis moet ons alleszins motiveren om te versnellen.”

Is dat niet roekeloos omgaan met onze energiebevoorrading? De helft van onze energie komt van kerncentrales.
“( geprikkeld ) Weet u wat roekeloos is? Twintig jaar niets doen. Dat is waarom we vandaag afhankelijk zijn van kernenergie. Wij kijken naar de toekomst. Dat is wat de mensen mogen verwachten van de politiek. Ik vind dat helemaal niet roekeloos. Dat is goed energiebeleid.”

Vindt u Zuhal Demir (N-VA) een goede minister van Energie?
“( blaast ) Wat doet zij eigenlijk? Het energiebeleid blokkeren en vooral Vivaldi tegenwerken. Ze wil zelfs geen overleg plegen. Ik vind dat onbegrijpelijk. Wie wint bij haar beleid? Niemand, toch? Ik zeg niet dat ze doelbewust blokkeert, maar het is wel het resultaat van haar beleid. Ventilus is het beste voorbeeld. Zij is bevoegd, zij moet beslissen, maar neen, ze blijft maar deadlines uitstellen. Maar ik kijk ook naar de collega’s van CD&V: ik mis ook daar ruggengraat om knopen door te hakken.”

Waarover gaat Ventilus weer?
“Dat is de kabel die de windenergie van de zee aan land moet brengen. De vraag is of dat ondergronds of bovengronds moet gebeuren. Wij zeggen bovengronds: het zal vijf miljard euro minder kosten. ( op dreef ) Dat gaat trouwens over een equivalent van maar liefst 3,5 kerncentrales. Dus ja, we kunnen zonder kernenergie, maar dan moeten we wel beleid voeren. Maar wat doet Demir? Niets. En wie betaalt het getreuzel? De mensen, hè. ( even stil ) Misschien ben ik nog te nieuw in de politiek, maar is het zo gek dat ik vraag om te stoppen met talmen? Toon moed en durf beslissen.”

Vindt u dat Tinne Van der Straeten haar boodschap goed verkocht krijgt?
“Ik vind dat ze het goed doet. Zij heeft wel degelijk haar Europese collega’s kunnen overtuigen dat er een prijsplafond moet komen. Dat wordt momenteel uitgewerkt door experten. Wij blijven daarvoor gaan. Het is wel zo dat we de voorbije jaren niet altijd even goed gereageerd hebben op kritiek. Dat geldt niet specifiek voor Tinne. Maar als ik ook even mag: het is niet makkelijk om in dit harde klimaat naar buiten te komen met moedige standpunten. Wij doen dat wel en zullen dat blijven doen.”

Is opnieuw geloofwaardig worden de grote opdracht van uw voorzitterschap?
“( fel ) Neen, want wij zijn niet ongeloofwaardig. Wij zijn net heel consequent als het gaat over klimaat en energie. Een belangrijke opdracht is de verbreding van de partijfocus naar zorg en mentaal welzijn. En wat mij persoonlijk betreft: mijn drijfveer is strijden tegen ongelijkheid en onrecht. Dat is waarom ik dit wou doen.”

Vanwaar zou dat komen?
“Ik ben een kind van een arbeider en een huisvrouw, opgegroeid in een dorp in Beersel, in de Vlaamse rand rond Brussel. Wij hadden geen geld over op het einde van de maand. Ik heb zeven jaar deeltijds aan de kassa van Delhaize gezeten om mijn studies te betalen. Ik ben vrijwilliger in een weekendschool voor kinderen uit kwetsbare gezinnen. Ik weet wat armoede is. ( even stil ) Wij waren trouwens het enige gezin in het dorp met een migratieachtergrond. Dat was niet altijd fijn. Ik werd gepest voor wie ik ben, voor mijn huidskleur, mijn haar.”

Draagt u dat mee?
“Sowieso. Dat heeft een grote en blijvende impact op mij. Maar ik ben strijdvaardiger geworden. Gelukkig maar. ( even moeilijk ) Ik schaam me voor wat toen gebeurd is, terwijl ik mij niet hoef te schamen. Ik heb het nog altijd moeilijk om daarover te praten, ook nu weer. Ik voel me opnieuw emotioneel worden. ( stil )”

foto Munkie

Hebt u vorige week gekeken naar ‘De Tafel van Vier’, waar presentator Gert Verhulst enkele keren het n-woord gebruikte?
“Neen, ik heb er wel over gelezen. Wie dat woord gebruikt, weet maar al te goed dat hij andere mensen kwetst. Ook Gert Verhulst wist dat. Ook mij kwetst het, ja. Je wil niet weten welke woorden ik allemaal naar mijn hoofd geslingerd kreeg. Ik zal ze niet herhalen, want ik wil ze niet afgedrukt zien in de krant. ( even stil ) Ik vind het woke -debat heel vermoeiend geworden. Het wordt op een simplistische manier herleid tot: mag ik dit wel zeggen of mag ik daarnaar kijken? ( feller ) Daar gaat het niet over. Woke gaat over de strijd tegen ongelijkheid.”

Zou u zichzelf ‘woke’ noemen?
“Ik strijd tegen ongelijkheid, dus ja, ik ben woke . Maar het debat is zo beladen en gepolariseerd geworden. Ik vind dat echt jammer.”

Een ander beladen debat is dat over Molenbeek. Vooruit-voorzitter Conner Rousseau voelt zich hier niet in België. En u?
“Kijk eens rond. Is het hier echt een hellhole ? ( fijntjes ) Er zitten hier trouwens veel vrouwen thee te drinken, hè. Weeral een cliché dat de vuilbak in mag. Ik betreur dat Conner de mooie dingen niet wil zien. Ik woon hier nu vijf jaar, en echt waar: het is hier fijn om te wonen. Tegelijk wil ik niet blind zijn voor de problemen: er is veel armoede en ongelijkheid, er is veel werkloosheid, er zijn te weinig leerkrachten. Maar de mensen die hier wonen, zijn fijne mensen, geen terroristen. Er is trouwens een Molenbeekse vrouw gestorven bij de aanslagen van 22 maart. Dat heeft de hele gemeenschap veel pijn gedaan.”

 

Nog meer kerncentrales langer openhouden, is geen optie voor ons

Dat het hier niet veilig is voor holebi’s, zegt journalist Riadh Bahri die hier woonde. Is dat zo?
“Of het probleem hier groter is dan elders, kan ik niet zeggen. Ik wil het niet generaliseren, maar ook niet ontkennen. Ook na de Pride is er hier iemand aangevallen. Dat is vreselijk en moet aangepakt worden. Dat je nu ook online klacht kunt indienen, is een belangrijke stap. Bovendien zijn er sinds kort undercoveragenten die problematisch gedrag opsporen en bestraffen. Ook de scholen moeten blijven sensibiliseren.”

Kan je hier als holebi ongestoord hand in hand lopen?
“( aarzelend ) Het is nu eenmaal een feit dat er al holebikoppels aangevallen zijn. Het zou dus niet fair zijn om hier honderd procent zeker ja op te antwoorden.”

Kunnen verschillende culturen vredevol samenleven, volgens u?
“Já, en ik ben daar het levende bewijs van. Ik ben een kind van twee culturen. Ik ben bovendien Franstalig opgevoed en heb Nederlandstalig onderwijs gevolgd. Maar het gaat niet vanzelf: samenleven is een werkwoord. Wat we moeten doen, is de afstand verkleinen. Mijn vriend is van de Kempen. Zijn ouders hadden ook wel wat vragen, toen ik daar voor het eerst kwam. Oei, iemand van Brussel, die zal wel geen Nederlands spreken. Of oei, zij eet geen vlees, wat moeten we daarmee? ( lacht ) Na onze eerste ontmoeting waren alle vragen weggewerkt. Helaas zijn er ook mensen die proberen de afstand te vergroten door in te spelen op de angsten van mensen. Toch ben ik hoopvol. De meeste mensen deugen: dat is mijn diepste overtuiging.”

foto Munkie

Wie is uw grootste inspiratiebron in het leven?
“Moet ik echt kiezen? ( lacht ) Zeker mijn ouders. Mijn papa was amper achttien toen hij alles opgaf en naar België kwam om een betere toekomst uit te bouwen. Dat moet veel moed gevraagd hebben. Ik vind dat heel inspirerend. Op politiek vlak wil ik AOC noemen ( Alexandria Ocasio-Cortez, Amerikaanse democrate, red. ): een strijdvaardige en oprechte politica. Ik geloof haar. Dat is belangrijk in de politiek.”

Zijn uw ouders fier op u?
“Ja, dat denk ik wel. Ze waren al fier toen ik een universitair diploma behaalde, als eerste van de familie. Het was ondenkbaar dat iemand van ons in de politiek zou belanden. Dat was iets voor heren in een chique kostuum. Maar zie: hier zit ik dan. Mijn vader was wel altijd geïnteresseerd in de actualiteit. De pittige tafelgesprekken met hem waren de beste debattrainingen voor mij. ( lacht )”

Was de Queen geen rolmodel?
“Oei, neen, helemaal niet. Is het maandag haar begrafenis? Ik zal niet kijken, neen. Ik heb andere katten te geselen. Een energiecrisis bijvoorbeeld. Al moet ik toegeven dat ik wel eens graag de koninklijke roddels lees.”

Waarom kozen u en Jeremie Vaneeckhout eigenlijk voor de formule van het covoorzitterschap?
“Een ander model was geen optie voor ons. Als je mentaal welzijn predikt, dan moet je ook zelf af en toe afstand kunnen nemen. We willen het werk intern en extern verdelen. Het maakt dat we ook kunnen specialiseren in bepaalde thema’s. Maar de grote beslissingen nemen we samen. Dat lukt voorlopig heel goed. Je moet elkaar iets gunnen. Dat is cruciaal in deze formule.”

Wat is de grootste uitdaging van het najaar voor de federale regering?
“Simpel: samenwerken, compromissen sluiten en beleid voeren. Dat gebeurt voorlopig te weinig. Dat moet echt beter: dat is dé uitdaging.”