Warm onthaal voor onze gouden helden, zelfs gietende regen kan feestvreugde Gouden Lions niet deren

2242
Dol feestje gisteren naar en op het Rogierplein in Brussel. Zelfs de regen weerhield de fans niet om hun gouden helden te begroeten. (foto Belga)© BELGA
Dol feestje gisteren naar en op het Rogierplein in Brussel. Zelfs de regen weerhield de fans niet om hun gouden helden te begroeten. (foto Belga)

Gisteren was het zover: goudenmedaillewinnaars Nafi Thiam en de Belgian Red Lions keerden terug naar het thuisfront. De olympische kampioenen hebben respectievelijk drie en vier weken in Japan verbleven, waar ze zonder het gejuich van hun trouwste supporters de eerste plek in hun discipline veroverden. Het weerzien met vrienden en familie was dan ook enorm emotioneel.

Ook de Belgian Cats, Noor Vidts en de Belgische kajakkers zijn gisteren geland in Brussel. Ondanks hun vroegtijdige exit werden de basketbalvrouwen met luid applaus onthaald. De sterke dames zagen er vooral moe, maar voldaan uit. Geliefden vlogen hen in de armen, zelfs huisdieren werden overladen met kussen en knuffels. Eén iets hadden de vrouwen alvast gemeenschappelijk: zin om thuis uit te rusten. Na nog uitgebreid afscheid te nemen van elkaar, kregen ze daar dan eindelijk de kans toe.

Nafi Thiam, die voor de tweede maal op rij een gouden medaille behaalde bij de zevenkamp, is blij dat ze weer naar huis mag. Tijdens de Spelen gaf ze meerdere keren aan er mentaal door te zitten. Familie en vrienden wachtten haar thuis op. Tienkamper en polsstokspringer Niels Pittomvils heeft ‘zijn’ Nafi lang moeten missen. Even zag het ernaar uit dat hij haar zou vergezellen in Tokio, maar een pijnlijke blessure stak daar een stokje voor. “Hopelijk is er binnenkort tijd voor wat relaxatie, ik ben nog niet aan het denken aan de medaille in Parijs”, vertelt ze bij aankomst.

Ik heb me nog nooit zo goed gevoeld. Het is een prachtig initiatief en we genieten van onze prestatie met de mensen die vandaag aanwezig zijn”

Collega Noor Vidts kreeg ongetwijfeld het warmste welkom. Haar ouders stonden de seconden af te tellen tot ze in de aankomsthal zou verschijnen. “We hebben ze enorm gemist, je kunt het niet geloven”, klinkt het bij de mama. En of ze trots zijn op haar prestatie en vierde plaats.

The golden boys

In tegenstelling tot de rest van de Belgische olympische delegatie verschenen de 18 hockeyspelers strak in het pak. Nadat ze talloze vuistjes hadden uitgedeeld, mochten ze poseren voor een groepsfoto, mét gouden medaille. Volgens coach Shane McLeod is het een ongewoon hechte groep, en dat gevoel straalt er ook vanaf. Er wordt uitgelaten gelachen en geplaagd.

De Red Lions hadden wel nog zin in een feestje. Om 17.30 uur vertrokken zij met een bus door het centrum van Brussel, om uiteindelijk op het Rogierplein hun medailles te tonen aan de vele supporters. “Ik heb de hele vlucht lang geslapen, dus nu ben ik er weer helemaal klaar voor. Nu zal het doortrekken worden, dit is gewoon fantastisch om te zien”, aldus Alexander Hendrickx. Mocht corona al uit ons leven verdwenen zijn, zou dit ongetwijfeld als een massa-event kunnen gekwalificeerd worden, maar de plaatsen waren helaas beperkt. Toch kwam er, ondanks het regenweer, heel wat volk opdagen.

Meer dan een droom

Op de bus zelf en later op het plein was de sfeer ongezien. Dat de hockeymannen al enkele dagen aan het feesten zijn en nu misschien wel wat rust zouden kunnen gebruiken, was er niet aan te zien. En daar zal die medaille zeker iets mee te maken hebben. “Dit is meer dan een droom die uitkomt. Na de olympische titel, nu ook deze geweldige ontvangst. Een unicum. Ik vind het ongelooflijk dat de mensen vandaag massaal op straat komen. Ook de evolutie die het hockey meemaakt, is ongelooflijk”, aldus een uitgelaten Florent van Aubel. “Ik heb me laten vertellen dat er een beetje goud inzit, maar ze weegt heel veel, dus er zal vooral veel bloed, zweet en tranen inzitten. Onze coach zei: “ This is the first day of the rest of your life ”, en zo voelt het ook. We hebben zo hard gewerkt voor deze medaille, maar dit is eigenlijk nog maar het begin”, besluit Félix Denayer. (Door Phebe Somers)