Chef nieuws Sandra Rosseel: “Dit weekend zitten onze politici in begrotingsconclaaf. Ik hoop dat er een bos in de buurt is”

155

Goeiemorgen,

De Pyreneeën. Dertien dagen geleden. Een luid geloei weerklinkt. De drie hindes die ik al een tijdje in het oog houd, kijken op en stappen dan rustig naar een volgend plekje met sappig gras. En dan zie ik hém. Eerst half verborgen achter een bosje, daarna vol in het zicht. Statig, majestueus en met een indrukwekkend gewei. Ademloos staar ik naar het mannetjeshert, dat op zijn beurt enkel oog heeft voor zijn hindes. In de verte weerklinkt het gebulder van andere mannetjesherten, maar hun kreten verontrusten deze heer niet. De piepende remmen van een auto en de enthousiaste kreten van de inzittenden doen dat wel. De hindes springen het kreupelbos in, op de voet gevolgd door het bronstige mannetje. Het magische moment is voorbij, maar wat heb ik ervan genoten.

Het bos van Bercé. Vijf dagen geleden. Een aanhoudend geroffel weerklinkt. Een snelle blik op het uithangbord stelt ons gerust: het zijn geen jagers, die zullen pas de volgende dag actief zijn in het bos. Een fikse windvlaag later weten we waar het geluid dan wel vandaan komt: het zijn eikels die op de grond vallen. Veel eikels, want het geroffel houdt niet op. En bij elke windvlaag volgt een extra luid salvo. Maar dat houdt ons niet tegen. We stappen het bos in en gaan op zoek naar Boppe 2, een van de meer dan 350 jaar oude eiken die het bos rijk is. Een majestueuze boom, met kaarsrechte stam, die rond de 45 meter hoog is. Wat verder zien we de restanten van Boppe 1, zijn ooit nog grotere voorganger die in de jaren ‘30 van vorige eeuw noodgedwongen gerooid moest worden. Op het stuk stam dat nog steeds uit de grond steekt, zijn hartjes en bijhorende namen gekerfd. We stappen verder. Hier geen herten, maar wel spelende kinderen, vrolijk babbelende mama’s, wandelaars en verrassend veel wildplukkers. Een uurtje later staan we weer bij onze wagen. Het magische moment is voorbij, maar wat heb ik ervan genoten.

Vallée du Loir. Drie dagen geleden. De mist hangt nog over de vallei, maar wij fietsen bergop, richting zon. En dan zien we het: een hele kudde herten op een weide waar zo te zien tot voor kort maïs stond. We houden halt en bewonderen de elegante dames, die zich verrassend weinig lijken aan te trekken van onze aanwezigheid. Terwijl een hinde de wacht houdt, smullen de andere herten van het lekkers op het veld. Minutenlang bewonderen we het schouwspel, tot ze koers zetten richting bos. Het magische moment is voorbij, maar wat heb ik ervan genoten.

Diksmuide. Gisterenochtend. Na twee weken Frankrijk en amper ‘nieuws’, ben ik weer thuis en is het tijd om mijn mailbox open te klikken. Er zijn de briefings van mijn twee eindredacteurs Tom en Lindsay, die het actua- en sportgedeelte van deze krant op een uitstekende wijze in stelling gezet hebben, wat mijn job er op zaterdag een pak makkelijker op maakt. Er zijn de vele mails met vragen van collega’s, organisaties en lezers. En er zijn ook de nieuwsbrieven van de nieuwsmedia, waardoor ik in een mum van tijd weet welk nieuws – of beter: welk politiek gekibbel – de voorbije dagen het land beheerste. Magisch zou ik dat niet noemen, en van genieten is ook geen sprake. Dit weekend is het kernkabinet in begrotingsconclaaf. Ik hoop dat er een bos in de buurt is. En dat onze politici af en toe een pauze in dat bos nemen. Dat ze eikels horen vallen en misschien zelfs een hert zien. Zodat het politieke gebulder eindelijk verstomt en ze dankzij de stilte beseffen waar het echt om gaat: het leven van u, van mij en van alle Belgen.

Vandaag start de Week van het Bos. Ik wens u alvast uw eigen magische momenten toe. Geniet van uw zondag!

Reageren? sandra.rosseel@roularta.be