Daniel Buschman is voorzitter van de Confederatie van Immobiliënberoepen (CIB Vlaanderen). Regelmatig krijg je zijn tips over (ver)kopen en ver(huren) en het leven in een mede-eigendom.

Een vochtprobleem dat pas opduikt bij zware regenval, een lek in ondergrondse leidingen, houtworm in het dakgebinte, … Het gebeurt soms dat de koper van een woning zulke verborgen gebreken pas na intrek opmerkt. Wat kan hij dan ondernemen?

1. Vrijwaringplicht van de verkoper

Wettelijk gezien moet de verkoper de koper vrijwaren van verborgen gebreken, al kan hier in de verkoopovereenkomst van worden afgeweken. Zo’n bepaling sluit wel enkel de vrijwaringsplicht van de verkoper uit indien de verkoper het gebrek niet kende en van kwade trouw is.

Om van een verborgen gebrek te kunnen spreken, moet het gebrek aan vier cumulatieve voorwaarden voldoen: de verkochte woning moet gebrekkig zijn, verborgen, voldoende ernstig en reeds aanwezig zijn op het ogenblik dat het risico overgaat op de koper.

2. Welke acties ondernemen?

De koper die een vordering wegens verborgen gebreken instelt, heeft twee mogelijkheden. Zo kan hij ervoor kiezen om de woning terug te geven in ruil voor een terugbetaling van de verkoopprijs en de bijkomende kosten.

Een andere optie is om de woning te houden mits prijsvermindering. De koper heeft dan recht op het verschil tussen de betaalde koopprijs en de prijs die hij betaald zou hebben indien hij het gebrek gekend had.

3. Niet te lang wachten

Om bewijsproblemen te vermijden, mag de koper niet te lang wachten met het instellen van zijn vordering. De wet schrijft voor dat dit binnen een ‘korte termijn’ moeten gebeuren. Wat als korte termijn wordt beschouwd, zal afhangen van de concrete omstandigheden.

www.cib.be of contacteer je CIB-makelaar