Vijfenzestig jaar is hij geworden, maar hij dénkt er niet aan zich ernaar te gedragen. Ook op oudere leeftijd ziet Willy Sommers er nog steeds patent uit. Op de nieuwe plaat ‘Boven de wolken’ bewijst de Vlaamse zanger dat de jaren geen vat op hem krijgen.

Matthieu Van Steenkiste

Willy, je denkt duidelijk nog niet aan je pensioen?

Ik had er zelfs niet bij stilgestaan dat ik pensioengerechtigd was geworden. Het zijn altijd anderen die me met mijn leeftijd confronteren. Maar geen nood, mijn boekhouder heeft me ervan overtuigd dat ik onbeperkt mag blijven verder werken.

En dus: een nieuwe plaat.

Begin januari heb ik van mijn platenfirma Universal carte blanche gekregen om nog eens een nieuw album te maken. Het is in de showbizz van vandaag niet meer evident dat men in je wil investeren. Ik heb die kans dan ook meteen gegrepen en ben aan de slag gegaan. Eén van de nummers heb ik trouwens samen met Will Tura geschreven.

En wij maar denken dat jullie rivalen waren.

Dat idee leeft in Vlaanderen al jaren. We zijn concurrenten geweest, maar achter de schermen waren we steeds goeie vrienden die van tijd tot tijd eens samen gaan eten. Dan praten we over het reilen en zeilen in de showbizz. Elke keer eindigt het met de afspraak om samen iets te doen om die indianenverhalen de kop in te drukken. Het heeft wat geduurd, maar het is er uiteindelijk toch van gekomen.

 “Schlagermuziek krijg je niet meer op de radio. Dus maak ik nu eerder pop.”

Er is ook een nummer van Roland Verlooven, je grote ontdekker destijds.

Dat is een eerbetoon aan hem, want het gaat niet zo goed met hem. Ik zag hem twee jaar geleden bij ‘De eregalerij’ op Radio 2 toen hij een prijs voor zijn carrière als producer kreeg. Toen al was het duidelijk dat hij achteruit ging. Hij vergat veel en herkende sommige mensen niet meer. Daarom wou ik absoluut een nummer van hem op het album. ‘L. A. T.’ is een nummer dat hij me tien jaar geleden al bezorgde, maar toen paste het niet in mijn repertoire. Nu ging dat wel. Ik ben een beetje afgestapt van de schlagermuziek van toen als ‘Laat de zon in je hart’. Niet dat ik dat genre afzweer, maar zo’n heel album maken? Neen. Je krijgt het toch niet meer op de radio, die tijd is voorbij. Dus maak ik nu eerder pop.

Heb je ervaring met L. A.T.-relaties?

Zelf niet, maar veel mensen in mijn omgeving wel. Ze gaan uit elkaar, maar ergens is er toch nog een band, al was het maar door de kinderen. Daar gaat het nummer over, maar autobiografisch zou ik het niet noemen. Mijn vrouw en ik zijn volgend jaar twintig jaar samen, alles gaat heel goed. (lacht)

Ondertussen gaat het nog altijd over de liefde. Dat onderwerp blijft boeiend genoeg?

Wat is er universeler dan de liefde? Iedereen wordt verliefd. Vertaal eender welk nummer naar het Nederlands, je zult zien dat het altijd over de liefde gaat. Dat zei Roland ook altijd.

Maandelijks sta je zo’n 25 keer op een podium. Waar haal je de energie vandaan?

Ik verzorg me goed, doe aan sport en eet gezond. Dat is nodig, want op het podium staan is topsport. Als je zoveel optreedt als ik moet je daar voortdurend mee bezig zijn. Zonder een perfecte conditie lukt het niet. Daarom blijf ik ook nooit plakken na een optreden: een signeersessie en de auto in naar huis, zo hou ik het vol.

Vorig jaar ben je wel geopereerd aan je hart.

Klopt. Het was een behoorlijk groot alarmsignaal, want ik had het niet zien aankomen. Tijdens het rijden voelde ik me plots onwel worden. Ik heb me dan toch maar laten nakijken. M’n huisdokter heeft me dan doorgestuurd naar een cardioloog, die ontdekte dat ik hartritmestoornissen had die behandeld moesten worden. Het was toch even schrikken, maar alles gaat heel goed nu. Gelukkig maar.

‘Boven de wolken’ is nu uit.