Bijna kampioen en T1, Karel Geraerts beleefdemet zijn Union echt een sprookjesjaar: “Ik heb geen schrik om tegen de stroom in te gaan”

154
Karel Geraerts: “Ik ben opgevoed met het idee dat als je hard werkt je ergens kunt geraken en gelukkig kunt zijn.” (foto Kris Van Exel)©Kris Van exel Kris Van Exel
Karel Geraerts: “Ik ben opgevoed met het idee dat als je hard werkt je ergens kunt geraken en gelukkig kunt zijn.” (foto Kris Van Exel)

Het werd hem afgeraden toen hij er in 2019 assistent-coach zou worden en het werd hem ook afgeraden toen hij er zes maanden geleden hoofdcoach zou worden. Maar zie: Karel Geraerts staat met Union tweede in de competitie, zit in de kwartfinale van de beker van Belgie, in de achtste finale van de Europa League én hijzelf werd genomineerd voor de Trofee Raymond Goethals. “Als ik voel dat het menselijk contact goed is,” zegt hij, “dan durf ik daar vol voor te gaan.”

Hij weet: de zon komt altijd weer op. Bij zijn debuut in het eerste elftal van Club Brugge hing na tien minuten zijn rechtervoet losjes aan zijn onderbeen te bengelen: enkelbanden afgescheurd en scheenbeen gebroken. Er kwamen schroeven en platen aan te pas om alles weer in elkaar te passen. Hij was negentien en er werden grote vraagtekens geplaatst achter zijn toekomst als profvoetballer. Maar het kwam helemaal goed met Karel: hij beet door en via Lokeren en Standard keerde hij vijf jaar later als Rode Duivel terug naar Jan Breydel.

De Geraertsen zijn geen zachtgekookte eitjes. Thuis in Opgrimbie was armworstelen een geliefd gezelschapsspel van de vader en zijn drie zonen. Tijdens schoolvakanties moest er ’s ochtends geholpen worden op de kippenboerderij. Pas ’s namiddags was het echt vakantie. Karel zou zich later een echte Maaskanter noemen: eigenzinnig, koppig, nuchter en een harde werker. En: tijdig ontspannen. Lang hield hij een fratsenboek bij. Daarin noteerde hij alle stoten die hij met vrienden uitstak. Op het antwoordapparaat van zijn gsm sprak hij de biep zelf in. “Bieeeep.”

Na zijn spelerscarrière was hij kort technisch coördinator bij KV Oostende, als rechterarm van sportief directeur Luc Devroe, alvorens in 2019 assistent-coach bij Union in 1B te worden. Zelfs vrienden raadden hem dat toen af. “Ze zegden: ‘Wat ga jij in godsnaam in Union doen, dat is een vergeetput’”, vertelt Geraerts. “Dat was niets nieuws. Toen ik destijds naar Standard ging, moest ik horen: Wat ga jij als enige Vlaming in zo’n onstabiele club doen? En toen ik voor Charleroi tekende, was het: Charleroi, dat is gevaarlijk… Maar als ik een sportieve uitdaging krijg en voel dat het menselijk contact goed is, durf ik daar vol voor te gaan. Vaak zijn dat de mooiste uitdagingen.”

Mensen die mij aanraadden om iets niet te doen, kregen altijd ongelijk”

“Na een gesprek met technisch directeur Chris O’ Loughlin was er heel snel een klik. Hoe hij het zag, waar hij met het project naartoe wou, stond mij enorm aan. Hij was zelf ook pas begonnen aan zijn opdracht om Union uit te bouwen tot een stabiele club, er was heel veel werk te doen en ik zag het helemaal zitten om daar mee mijn schouders onder te zetten. We zijn alle twee zot van voetbal en hebben op veel vlakken dezelfde visie. Net als ik vindt hij het heel belangrijk dat je echt samenwerkt, elkaar probeert te begrijpen en samen tot oplossingen probeert te komen.

“Je gaat in de wereld geen vijf technisch directeurs zoals Chris vinden. Bij hem gaat deze job veel verder dan voetbal, dan een spelerskern samenstellen en met makelaars bezig zijn. Hij is ook bezig met een cultuur uit te bouwen en te beschermen, met waarden te installeren om in een positieve sfeer met elkaar te kunnen omgaan. Ik denk niet dat Union zijn eindstation zal zijn.”

Positief blijven

“Het eerste seizoen was ik er assistent van Thomas Christiansen, een Spaanse coach met Deense roots. We kenden elkaar niet, maar het klikte snel. Hij is een gentleman, een goed mens, geen cowboy én ook iemand die voetbal ademt. Dit was voor mij een heel leerrijke periode. De resultaten waren niet top, maar dat ging samen met de opbouw van de club en de aanpak van de mentaliteit in de kleedkamer.”

Pas met de komst van Felice Mazzu ging het met Union steil omhoog: eerst kampioen in 1B met een straat voorsprong en vorig seizoen als promovendus zowaar bijna landskampioen. “Felice drukte er zijn stempel op de manier die ik ken van bij Charleroi. Dat hij soms een defensieve coach wordt genoemd, is veel te kort door de bocht. Ik was middenvelder en ik weet: hij zet er liever een tweede spits bij dan een extra middenvelder. Felice houdt van een goede organisatie maar denkt offensief. We speelden met Union heel modern, dynamisch voetbal.”

Het was ook de chemie met het publiek in het sfeervolle Joseph Marienstadion in het Dudenpark die de aandacht van de rest van het land trok. “Zalig! Dat jaar zonder supporters in 1B, wegens corona, maakten we dubbel en dik goed met elkaar. Dé wedstrijd is voor mij nog altijd die tegen Seraing: 0-2 achter en het in de tweede helft met tien man nog helemaal rechttrekken en winnen met 4-2. Die sfeer was symbolisch: nooit opgeven, altijd blijven gaan, vooruit voetballen en positief blijven. Dat maakt het voor mij speciaal. Zoals ook dit seizoen thuis tegen Club: 0-2 achter en met een man minder toch nog 2-2 gelijkspelen.”

“Onze supporters zijn heel positief. Dat is niet te vergelijken met de topclubs die al jaren het Belgisch voetbal domineren en waar de verwachtingen hoger zijn. Zelfs toen we vorig seizoen op het einde nog naast de titel grepen, waren ze trots. Toen Club hier in play-off 1 met 0-2 kwam winnen en ons zo in de titelstrijd een serieuze klap toediende, kregen hun supporters hier in de straten rond het stadion zelfs een ovatie van die van ons. Kun je je dat inbeelden, na een nederlaag tegen je rechtstreekse titelconcurrent? Dat is sportiviteit. Je bent voor je club en je wint graag, maar je accepteert ook dat je niet altijd kunt winnen. Dat is de cultuur die hier wordt uitgedragen en die ondertussen door heel veel mensen ondersteund wordt. Zelf kregen we in de terugwedstrijd trouwens ook applaus van de Brugse supporters voor de strijd die we daar geleverd hebben. Het is keihard om geen kampioen te worden als je er zo dicht bij bent geweest, maar eens die ontgoocheling wat bezonken is, besef je hoe uniek het is om zoiets te kunnen meemaken.”

Je intuïtie volgen

Na het seizoen vroeg Mazzu hem als assistent mee naar Anderlecht, maar Geraerts verkoos om in te gaan op het aanbod om bij Union T1 te worden. Velen fronsten de wenkbrauwen: debuteren als hoofdcoach bij uitgerekend een club die net een historische prestatie leverde en waarvan een aantal smaakmakers zouden vertrekken? Wat heb je in die omstandigheden te winnen? Riskeer je dan niet al meteen je trainerscarrière te hypothekeren? “Nogmaals: mensen die mij aanraadden om iets niet te doen, kregen altijd ongelijk. Ik heb al altijd mijn gevoel, mijn intuitie gevolgd. Ik weet het best waar ik goed in ben en waar ik in geloof. Dan maakt de mening van externen mij totaal niet uit. Het is mijn leven, mijn carrière. Ik weet waar ik naartoe wil en heb geen schrik om tegen de stroom in te gaan, zowel in het voetbal als in mijn privéleven. Het zijn keuzes die mij tot de persoon maakten die ik nu ben.”

De twijfels sloegen ook op zijn profiel: zelfs vrienden, zoals Stijn Stijnen, zagen meer een T2 dan een T1 in hem, omdat hij geen grote prater is. “Nochtans is mijn communicatie mijn hele carrière goed geweest. Ik ben geen roeper én ik hecht veel belang aan hierarchie. Wanneer er mensen spreken die moeten spreken, zal ik er mijn mening niet tussenduwen. Misschien dat ik daarom wat stiller overkom. Ik heb ook altijd veel geleerd door te kijken en te luisteren. Als ik dan het woord neem, geef ik mijn mening met overtuiging en zonder grote bochten te maken. Dan ben ik gewoon wie ik ben en geen typetje.”

“Als speler ging ik altijd voorop in de strijd. Ik probeerde het voorbeeld te geven en er mee voor te zorgen dat er dagdagelijks op het veld een bepaalde discipline heerste. Zo dwing je ook respect af bij ploeggenoten. Als er dan iets gezegd moest worden, werd er vaak naar mij gekeken, omdat ze wisten dat ik een nuchtere kijk en een klare mening had. Mijn hele carrière stak ik heel veel op van spelers en trainers. Weten hoe mensen denken, is vaak cruciaal voor de beslissingen die je moet nemen en de manier waarop je je boodschap moet brengen. Ik maakte heel veel kleedkamers mee en zat daar vaak bij de leiders. En hier zat ik als assistent drie jaar op de eerste rij en heb ik mij ogen en oren de kost gegeven.”

“Ik ben thuis opgevoed met heel veel nuchterheid en het idee dat als je hard werkt je ergens kunt geraken en gelukkig kunt zijn. Als je aan iets begint, moet je ernaar streven om de beste te zijn, vind ik, anders doe je maar half je werk. Daarom verliet ik op mijn zestiende al het ouderlijk nest om in Brugge bij een gastgezin in te trekken. Als ik nu terugkijk op mijn parcours zeg ik: het is met vallen en opstaan geweest . Ik heb ook mijn issues gehad, zoals iedereen in het leven, maar het belangrijkste is dat ik er lessen uittrok. Als ik een speler een sanctie geef, zoals deze week Lapoussin (voor dronken rijden, red.) , dan hoop ik dat hij er iets aan zal hebben voor zijn toekomst. Dan ben ik de eerste om hem te ondersteunen en te helpen om uit dat moeilijk moment te komen. Ik vind dat heel belangrijk. Zo krijg je ook respect terug en creëer je een band.”

Ook heel belangrijk in deze job: hij is geen stresskip. O’ Loughlin zei het al in deze krant: Karel is enorm rustig en panikeert niet; in een moeilijke situatie is hij in staat een stap achteruit te zetten en die in perspectief te bekijken. “Winnen of verliezen maakt een heel groot verschil en verliezen is altijd balen, maar ik leerde dat te plaatsen. Ik lig zelden of nooit wakker ’s nachts.”

HET SAMEN DOEN

Smaakmakers Undav, Nielsen en Mitoma zijn weg. Maar met nieuwkomers als Boniface, Adingra, Eckert en Nilsson blijkt Union even sterk. “Met de structuur die hier staat, weet je dat er goeie spelers in de plaats zullen komen en dat het in overleg zal gebeuren. Dat is de sterkte van Union: we doen het samen. Het is niet zo dat ik hier aankom en er ineens twee nieuwe spelers staan waarvan ik nog nooit gehoord heb. Zo werkt het niet bij ons.”

Karel Geraerts: “Het is keihard om geen kampioen te worden als je er zo dicht bij bent geweest” (foto Kris Van Exel)©Kris Van exel Kris Van Exel
Karel Geraerts: “Het is keihard om geen kampioen te worden als je er zo dicht bij bent geweest” (foto Kris Van Exel)

Het resultaat is alweer indrukwekkend: in de Europa League plaatste Union zich als poulewinnaar voor de achtste finale, in de beker van Belgie zit het in de kwartfinale en in de competitie staat het tweede, na Genk en voor Club, Antwerp en Gent. Terwijl Mazzu al ontslagen is bij Anderlecht, is Geraerts genomineerd voor de Trofee Raymond Goethals. “Het is geweldig om dat persoonlijk te ervaren, maar ik heb het natuurlijk niet alleen gedaan. Ik heb daar een hele staf voor, spelers die op het veld elke minuut als gekken tekeergaan om te winnen en een club die als een blok achter mij staat. Het is een puzzel die goed in elkaar past, het is iets collectiefs. Maar dat ik er heel trots op ben, zal ik niet ontkennen.”

De vraagt werpt zich net als een jaar geleden op: zal het mirakel zich voltrekken, wordt het sprookje straks bekroond met een landstitel? Hij wikt zijn woorden. “We staan tweede en zullen die plaats verdedigen met alles wat we hebben. Of het zal lukken, zullen we op het einde zien. Gaat het makkelijk zijn? Neen. Gaan we tegenslagen krijgen? Ja. Maar als club willen ze zoveel mogelijk winnen en daarom ben ik constant aan het pushen.”

Het knaapje uit Opgrimbie is intussen veertig jaar en maakte een hele evolutie door. Maar sommige gewoontes veranderen nooit. Vroeger was het Nutella ’s morgens en Nutella ’s avonds… Als ik ‘s avonds een boterham eet, zal er inderdaad nog altijd heel vaak Nutella bij zijn.” (lacht)

Maar niet op kerstavond. “Neen. We gaan naar mijn schoonfamilie en op kerstdag na de training naar mijn familie in Maasmechelen. Het hoeft voor mij niets speciaals te zijn, ik hou vooral van de gezelligheid samen te zijn. We spelen op tweede kerstdag, maar nu ik zelf niet meer op het veld sta, kan ik gelukkig een glaasje meedrinken.”