Paninistickers: in aanloop naar een EK of een WK duikt de rage telkens weer op. Niet alleen bij kinderen, maar ook volwassenen proberen vaak een gans album vol te verzamelen. Zelf zijn we ook fan. Uit nostalgie bespreken we daarom elke donderdag een sticker tot aan de start van EURO 2016 uit het rijke verleden van de Europese kampioenschappen. In aflevering dertien van de reeks komt Horst Hrubesch aan bod die de Rode Duivels de weg versperde op EURO 1980 richting goud.

In de jaren zeventig scheerde de West-Duitse nationale ploeg hoge toppen. In 1972 kroonde het zich met onder meer Franz Beckenbauer, Günter Netzer en Gerd Müller tot Europese kampioen en ook op het WK twee jaar later in eigen land werd het allerhoogste bereikt. Het WK van 1978 maakte echter duidelijk dat wat die generatie betrefte het vet van de soep was. In Argentinië moesten de Duitsers reeds na de tweede groepsfase naar huis. De nieuwe bondscoach Jupp Derwall moest dus een grondige verjongingsoperatie doorvoeren. Bernd Schuster en de pas negentienjarige Lothar Mathtäus waren slechts enkele namen van spelers die zo aan de oppervlakte kwamen.

“Eens niet met het hoofd”

Horst Hrubesch die de geblesseerde Klaus Fisher verving in de selectie was tien jaar ouder dan Matthäus, maar ook pas aan zijn eerste stappen bij de nationale ploeg toe. De spits uit Noordrijn-Westfalen was pas op zijn 24ste prof geworden bij Rot-Weiss Essen nadat hij jarenlang zijn sportieve carrière als voet- en handballer had gecombineerd met de stiel van dakleggen. Voor de openingswedstrijd tegen Tsjechoslovakije moest hij nog verstek laten gaan, maar door de magere 0-1 overwinning kreeg Hrubesch zijn kans tegen Nederland. Na de 3-2 zege zou hij niet meer weg te denken zijn uit de ploeg. Ook niet in de finale die bereikt werd na een salonremise tegen Griekenland.

In het broeierige Rome wachtten de Rode Duivels. De West-Duitsers waren uit op een vroege voorsprong tegen de sterke organisatie van de Belgen en kregen die ook. Bernd Schuster denderde in de tiende minuut voorbij Wilfried Van Moer en kon zo Hrubesch bereiken. Die nam de bal aan op de borst en ramde het leer vervolgens voorbij Jean-Marie Pfaff. “Het was eens niet met het hoofd”, reageerde de aanvaller – die met zijn rijzige gestalte een uitstekend kopper was – daar later lachend op. “Het was mijn dagje, maar ik zal altijd blijven herinneren dat we toen door het oog van de naald gekropen zijn.”

“Ik wist dat ik ging scoren”

Zeg dat wel, de Rode Duivels waren niet uit hun lood geslagen en zagen hun degelijke partij bekroond worden toen Swat Van der Elst na de rust op de rand van de zestienmeter werd neergelegd door Uli Stielike. De scheidsrechter twijfelde niet en wees naar de stip. René Vandereycken bleef kalm en bracht de Duivels op gelijke hoogte.

De wedstrijd golfde op en neer en leek op verlengingen af te stevenen, maar daar stak Hrubesch een stokje voor. Net voor tijd sprong hij op een hoekschop van Karl-Heinz Rummenigge naar de bal. Pfaff had geen verhaal tegen de bulldozer uit Hamburg. “Geloof me of niet, maar ik wist dat ik ging scoren”, aldus Hrubesch. “We hadden talloze keren op hoekschoppen getraind. Karl-Heinz en ik hadden aan één blik voldoende om te bepalen waar de bal zou belanden. Naast de blijdschap waren we ook opgelucht, want we vreesden de verlengingen. De Belgen leken frisser voor de dag te komen. Ik ben er nog altijd van overtuigd dat ze het in de verlengingen gehaald zouden hebben.”

Misschien hadden de Rode Duivels ook na negentig minuten moeten winnen. Enkele jaren geleden bleek namelijk uit een rapport van de universiteit van Berlijn dat het West-Duitse regime vanaf de jaren zeventig dopinggebruik stimuleerde om de concurrentie aan te kunnen gaan met de rivalen uit Oost-Duitsland. Allerhande producten zouden zijn gebruikt van anabolica tot epo en daarbij zouden voetballers de gretigste gebruikers zijn geweest. De feiten zijn ondertussen verjaard, maar zijn de Rode Duivels dan niet op zijn minst de morele Europese kampioen van 1980?