Catherine De Bolle, de topvrouw van Europol, waarschuwt voor online kindermisbruik, radicalisme en valse vaccins: “Criminelen doen gouden zaken in coronatijden”

10710
Catherine De Bolle: ““Het grote gevaar vandaag is dat radicalisme uit verschillende hoeken komt: de jihadigroepen, extreemrechts en extreemlinks.” (foto Piet Gispeln Photography)©www.pietgispen.com
Catherine De Bolle: “Het grote gevaar vandaag is dat radicalisme uit verschillende hoeken komt: de jihadigroepen, extreemrechts en extreemlinks.” (foto Europol)

“Criminelen doen gouden zaken in coronatijden. Sommige mensen zijn echt élk moreel kompas verloren in deze crisis.” Dat zegt Catherine De Bolle, de grote baas van Europol, in een exclusief interview met deze krant. Vooral de stijging van online kindermisbruik baart haar zorgen. Ook valse vaccins zijn in opmars. Europol is deze week gestart met de ondersteuning van een lidstaat waar valse vaccins gevonden zijn.

Europol is het politieagentschap van de Europese Unie. De hoofdzetel is een strak gebouw aan de Eisenhowerlaan in Den Haag. Het is daar dat Catherine De Bolle zit, wanneer we elkaar spreken via Webex, een beveiligd kanaal voor videoconferenties. Een kale ruimte, een zwarte bureaustoel en een groot videoscherm: dat is de habitat van de grote baas van Europol in tijden van corona. Het leven in Nederland is iets strikter dan in België, zegt ze. “De avondklok is hier om 21 uur en de niet-essentiële winkels zijn gesloten. Maar voorts zijn er weinig verschillen. We mogen ons gelukkig prijzen dat we gezond zijn. We volgen hier de regels strikt op. Zelfs in de burelen dragen we een mondmasker. De medewerkers voelen zich daar veilig bij. Ik ook.”

De Bolle, een Ninoofse, is de eerste Belg op deze belangrijke stoel. Ze werd op 1 mei 2018 aangesteld voor een mandaat van vier jaar, met kans op verlenging. Dat het virus ook haar werk domineert, vervolgt ze. “Wij monitoren heel specifiek de coronacriminaliteit. We onderzoeken hoe criminelen omgaan met de pandemie. En wat blijkt? Dat criminelen zich aanpassen en opportuniteiten vinden. We zagen dat ook in de financiële crisis. Als het economisch slecht gaat, doen criminelen gouden zaken. Dat is omdat zij profiteren van de zwakke plekken in de samenleving. In deze crisis worden vooral kwetsbare mensen uitgebuit.”

Verandert corona de werkwijze van criminelen?

Dat wel. Ook zij blijven meer in hun kot. We zien een verschuiving naar online criminaliteit. Straatcriminaliteit en woningdiefstal komen minder voor. Al kan je dat niet doortrekken naar alle domeinen. Vorig jaar werden in België en Nederland recordhoeveelheden cocaïne in beslag genomen. Ook mensensmokkel is niet verdwenen. Omdat de grenzen gesloten zijn, is de prijs om naar Europa te komen zelfs gestegen.

Wat is uw grootste bezorgdheid?

Het online kindermisbruik. Corona leidt tot een explosieve stijging daarvan. In sommige lidstaten is het aantal meldingen verdubbeld, in andere zelfs maal drie. We zien die stijging al van in het begin van de crisis. Veel kinderen zijn thuis, maar ook veel kindermisbruikers zijn thuis. De kinderen zijn urenlang met de computer bezig: huiswerk maken, chatten met vrienden, spelletjes spelen. De criminelen hebben dus tijd om actief op zoek te gaan. De kinderen worden trouwens vaak via internetspelletjes benaderd. We zien ook meer uitwisseling van misbruikmateriaal.

We zijn deze week gestart met de ondersteuning van een lidstaat waar valse vaccins gevonden zijn.

Wat kan u doen?

Wij hebben een team dat het dark web analyseert en een team dat de lidstaten bijstaat in het onderzoek naar kindermisbruik. (benadrukt) Internationale samenwerking is zó belangrijk op dit domein. We maken ook preventiecampagnes in alle talen, die gebruikt kunnen worden door de nationale diensten. (even stil) Maar kindermisbruik uitroeien, kunnen we niet. Dat denken, zou een illusie zijn. Er zijn nu eenmaal veel perverten. Ik werk al lang voor de politie. Ik heb nooit anders geweten.

Dat doet me rillen. Ik heb zelf twee kleine meisjes thuis.

Ik begrijp dat. Ik ben ook moeder van drie. Dat ráákt. (denkt na) Wij, ouders, leren onze kinderen hoe ze een autoweg moeten oversteken, omdat dat gevaarlijk is. We zouden ze ook beter moeten leren omgaan met het verkeer op internet.

In juni waarschuwde Europol voor toenemende radicalisering door de strenge maatregelen tegen het virus. Is die vrees waarheid geworden?

Dat kunnen we nog niet zeggen. De vrees is wel reëel. We zien dat niet alleen jihadi’s, maar ook extreemrechtse én extreemlinkse groepen het virus misbruiken om radicale boodschappen te verspreiden, vooral via sociale media. Dat blijkt uit onze monitoring en uit de meldingen van de lidstaten. Extreemrechtse groepen verspreiden dat vreemdelingen het virus binnenbrengen, terwijl jihadi’s zeggen dat het virus een straf is voor de niet-gelovigen. Dat is een gevaarlijke mix van hate speech . Bovendien zijn er in tijden van crisis meer mensen vatbaar voor radicale boodschappen, vooral mensen die kwetsbaar zijn.

In Nederland waren er rellen tegen de avondklok. Is dat een gevolg?

Dat kan ik niet zeggen, wij zijn niet betrokken bij dat onderzoek. Dat is openbare orde, en dus geen domein van Europol. Ik denk wel dat daar mensen aan deelnamen met verschillende motieven: extreemrechts, extreemlinks, maar ook gewone mensen die protesteren tegen het beleid. We zien voorlopig in Europa nog geen geweld van gevaarlijke groepen zoals QAnon in Amerika (extremistische complotdenkers, red).

We zijn in maart vijf jaar na de aanslagen in Brussel en Zaventem. Zouden we vandaag beter gewapend zijn daartegen?

Ja. Omdat we meer informatie uitwisselen met elkaar. De aanslagen in Parijs en Brussel hebben echt voor een schokgolf gezorgd in de hoofdkwartieren van de Europese politiediensten. Ze zijn er allemaal van overtuigd dat terrorisme grensoverschrijdend aangepakt moet worden. Dat maakt dat we beter zicht hebben op de groepen die aanslagen plannen. Het grote gevaar vandaag is dat het radicalisme uit verschillende hoeken komt. We moeten attent zijn voor jihadi’s, maar ook voor extreemrechts en extreemlinks. Wat we natuurlijk minder kunnen detecteren, zijn de eenzaten die iets beramen. We zijn dus zeker niet vrij van gevaar.

Zijn er al valse vaccins op de markt?

We zijn deze week gestart met de ondersteuning van een lidstaat waar valse vaccins gevonden zijn. Ik mag nog niet vrijgeven welk land dat is. Mijn excuses. Maar er doen dus valse vaccins de ronde. Dat is opvallend, want die worden eigenlijk verdeeld door de overheid.

Als dat in één land voorkomt, zal dat in nog landen voorkomen.

Dat is goed mogelijk, ja. (denkt na) Er is grote onzekerheid in deze crisis. Veel mensen zijn bang. Criminelen spelen daarop in. Ze zoeken de angsten en buiten die uit. Dat heeft al geleid tot valse mondmaskers, valse certificaten voor negatieve coronatesten en nu ook valse vaccins. (even stil) Sommige mensen zijn echt élk moreel kompas verloren in deze crisis. Dat is verschrikkelijk. (zucht) Je kan daar met je verstand niet bij. (benadrukt) Ik wil écht aanraden om geen medicatie te kopen op dubieuze websites. Ga naar uw apotheek. Daar bent u zeker.

Europol mag zelf geen onderzoeken voeren. Is dat niet frustrerend voor een ex-rijkswachter?

Neen. (lacht) Omdat ik rotsvast geloof in de filosofie van Europol. (op dreef) We móeten internationaal samenwerken als we zware criminaliteit willen aanpakken. Hoe gaan wij te werk? Als we info krijgen van de lidstaten, dan analyseren we die en zoeken we linken met andere landen. Alleen zo kan je grote netwerken blootleggen. Wij ondersteunen de nationale politiediensten.

foto Europol

 

Wie voor Europol wil werken, moet naar Nederland verhuizen. Dat ligt moeilijker voor vrouwen.

U bent wel afhankelijk van de goodwill van de landen. Die delen niet graag gevoelige informatie.

(onverstoord) We zijn op de goede weg. We boeken resultaten, wat zorgt voor vertrouwen en geloof in onze aanpak. Ik voel écht dat politiediensten het belang van samenwerking beseffen. Meer en meer. Wie de drugscriminaliteit op de hoek van de straat wil uitroeien, moet de internationale bendes aanpakken. Er zijn inderdaad lidstaten die minder graag informatie delen, maar die worden daarop aangesproken. Wij monitoren elk jaar de hoeveelheid informatie die elk land deelt. Die rapporten worden overgemaakt aan de parlementen, waarna daar een debat kan beginnen. Vorig jaar was er zelfs een totale stijging van twee procent. Dat lijkt weinig, maar ik had een daling gevreesd. Dat sterkt me in de richting die we uitgaan.

Mist u de Belgische politie niet?

Af en toe wel, ja. (glimlacht) Wie kiest voor de politie, is graag op straat aanwezig. Dat zit in het bloed. Dat mis ik wel eens. Maar wat ik vandaag kan doen, is onwaarschijnlijk boeiend. Je kan echt een bijdrage leveren aan het veiligheidsdebat op Europees niveau. Ik doe meer aan beleid dan vroeger.

Volgt u de zaak-Chovanec (de Slovaakse zakenman stierf drie jaar geleden in een cel op de luchthaven van Charleroi)?

Ja, maar ik heb geen toegang tot het dossier. (even stil) Het is vreselijk wat toen gebeurd is. Ik was zwaar aangeslagen toen ik die beelden te zien kreeg. Het is nu vooral belangrijk dat de familie snel antwoorden krijgt. Ik heb alle vertrouwen in het gerechtelijk onderzoek.

U was toen commissaris-generaal. Wat is daar fout gelopen?

Dat kan ik niet zeggen, want ik beschik niet over alle info. Ik heb een verklaring afgelegd in het federaal parlement (waarin ze aangaf dat ze niet op de hoogte werd gebracht, red). Meer wil ik daar niet aan toevoegen. Anders kan dat het onderzoek beïnvloeden. Ik wil sereen blijven. Ik hoop dat u dat begrijpt. (denkt na) Je hoopt natuurlijk dat er lessen getrokken worden. Zoiets mag eigenlijk nooit gebeuren. Dat debat is trouwens ook in het Europees Parlement gevoerd.

Terug naar Europol. U bent de eerste vrouw op deze stoel. Is dat belangrijk voor u?

Jawel, hoe ouder ik word, hoe gevoeliger ik ben voor die voorbeeldfunctie. Ik was ook één van de eerste vrouwelijke korpschefs. Toen vond ik dat minder relevant. Vandaag wel. (enthousiast) Ik wil graag vrouwen stimuleren om in zichzelf te geloven. Toen ik hier aankwam, zat er amper één vrouw in het management van Europol. Vandaag zijn dat er zes. Dat is nog steeds te weinig. We zitten met dertig mensen in het management. Maar het is wel een stap vooruit. Weet u wat een probleem is? Dat vrouwen niet zo snel van omgeving en van land willen veranderen voor het werk. Wie voor Europol wil werken, moet naar Nederland verhuizen. Dat ligt moeilijker voor vrouwen.

Lag dat moeilijk voor u?

Neen. Mijn man is minder gaan werken, toen ik commissaris-generaal werd. Hij is dit leven intussen gewoon. Ik ben hem daar heel dankbaar voor. Hij zorgt ook heel goed voor mij en voor de kinderen. Helaas hebben weinig vrouwelijke collega’s die luxe. Als er gekozen moet worden, wordt er meer voor de carrière van de man gekozen.

Is Europol een machowereld?

Neen, dat niet. Of ze moeten het goed verstoppen voor mij. (lacht) Ik merk hier vooral een ongelooflijke drive. Dat is de grootste gemene deler. Een Europol-carrière is beperkt in de tijd. Na acht jaar moet je stoppen. Dat geldt ook voor mij. Mijn mandaat kan maximaal één keer verlengd worden met vier jaar. Wie hier komt werken, is daarom heel dankbaar en gemotiveerd. Het is een grote eer om te mogen werken voor Europol.

Kijken vrouwen anders naar politiewerk dan mannen?

(verrast) Die vraag heb ik nog nooit gekregen. Een goeie vraag wel. (denkt na) Ik denk het wel. De aanpak is anders. Vrouwen hechten doorgaans meer belang aan communicatie. (even stil) Ik moet daar eens goed over nadenken. Als corona voorbij is, zal ik u eens uitnodigen in Den Haag. Tegen dan moet ik het antwoord weten.

Belt u soms nog met Miet Smet (CD&V)?

Jawel. Ik heb haar al verschillende keren aan de lijn gehad sinds ik hier zit. Al is het nu wel even geleden. Goed dat u het zegt. (lacht)

Uw verhaal is opmerkelijk. U was eigenlijk vier centimeter te klein om rijkswachter te worden. Daarom hebt u Rechten gestudeerd.

(pikt in) Maar dankzij Miet Smet kon ik daarna toch aan een rijkswachtersopleiding beginnen. Zij was toen minister van Gelijke Kansen en heeft de taille aangepast. Ik ben haar natuurlijk dankbaar. Zij heeft een groot verschil gemaakt voor mij.

Wat zou u anders geworden zijn?

Dat weet ik niet. Misschien wel leerkracht. Dat is ook een eervol beroep. (denkt na) Ik had eigenlijk maar één ambitie: politieagente worden. De mensen en de maatschappij beschermen: dat is voor mij het mooiste wat er bestaat.