Dokters moeten uiteraard empathisch zijn. Maar mogen zij ook enig inlevingsvermogen van hun patiënten verwachten?

339

“Jonge artsen kunnen zich te weinig inleven in hun patiënten, kampen met een gebrek aan empathisch vermogen. Het zijn meer ingenieurs dan dokters.” Volgens dokter Heidi Hoeben moet de toelatingsproef voor geneeskunde aangepast worden om dit probleem te verhelpen. Maar zijn jonge artsen werkelijk zoveel koeler en harder dan hun oudere collega’s, die trouwens een gelijkaardige opleiding kregen? De veel te hoge werkdruk lijkt ons een logischer verklaring.

Heidi Hoeben, nierspecialiste in het Antwerpse Middelheim-ziekenhuis én moeder van een studente geneeskunde, schreef een kritische brief naar Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits (CD&V).

Veel dokters kunnen de veel te hoge werkdruk niet meer aan.
Veel dokters kunnen de veel te hoge werkdruk niet meer aan.

“Door de klemtoon in de toelatingsproef te leggen op de exacte wetenschappen, slagen globaal gezien vooral bollebozen”, zegt ze in De Standaard. “Mensen met het profiel van ingenieur: heel wetenschappelijk onderlegd en met veel interesse voor technologieën, maar minder geneigd om plaats te nemen aan het bed van patiënten. Waardoor, in tweede instantie, een moordende strijd ontstaat voor de hoogtechnologische specialisaties, en nauwelijks nog interesse bestaat voor huisarts, geriatrie psychiatrie. Het tweede deel van de toelatingsproef, de test rond informatieverwerking, weegt veel te licht door. Terwijl inzet, attitude en andere niet-cognitieve vaardigheden even belangrijk zijn in het vak.”

Uiteraard heeft Heidi Hoeben een punt. Empathie en communicatieve vaardigheden zijn uitermate belangrijke eigenschappen voor een dokter. Niemand wil zich als een nummer voelen, niet aan het loket van de bank en dus nog veel minder in het dokterskabinet. Je verwacht dat de dokter naar je luistert, je geruststelt en geneest. Maar hoe kan een dokter dit doen als zijn wachtkamer overvol zit? Heel wat artsen kunnen maximaal een kwartiertje uittrekken per patiënt, anders moeten ze de hele dag achter de feiten aanhollen. En dat gebeurt in de praktijk maar al te vaak. Een dringende telefoon die moet beantwoord worden, brengt het strakke tijdsschema al in het gedrang. En dan moet de volgende patiënt in nauwelijks enkele minuten de deur uitgewerkt worden.

Dat dokters zich hier allesbehalve goed bij voelen, spreekt voor zich. Zij zouden het zelf ook liever anders zien want ze staan onder immense druk. Ze hebben te weinig tijd, maar moeten wel steeds een correcte diagnose stellen. En als ze zelf ziek zijn, is thuisblijven alleen in allerhoogste nood een optie. We kennen dokters die blijven werken terwijl ze er zelf slechter aan toe zijn dan hun patiënten. Overvolle agenda’s herschikken en patiënten teleurstellen, wordt enkel gedaan als het écht niet anders kan. Lees: als de dokter halfdood is.

Het hoeft dan ook niet te verbazen dat veel artsen kampen met een burn-out of naar de fles grijpen. De toelatingsproef aanpassen en meer de nadruk leggen op empathisch vermogen, is een goede zaak. Maar omgekeerd mogen artsen ook inlevingsvermogen verwachten van ons allemaal want we beseffen vaak onvoldoende hoe zwaar hun job elke dag opnieuw weer is.