Paarsgroen: dat is de richting die de federale poppenkast deze week is opgegaan. Het volk staat erbij en kijkt ernaar. Zo ook de jeugd, die ooit zo rebels was. Hoe komt dat? Is dat onverschilligheid? En klopt de vingerwijzing dat de coronamaatregelen vooral door jongeren overtreden worden? Wij gaan aan tafel met de benjamins van onze parlementen, Melissa Depraetere en Filip Brusselmans. De twee zijn het over één zaak eens. “Wij zijn géén generatie van watjes.”

“Fascist!” We zitten amper neer op een terras in de Dansaertwijk of een voorbijganger slingert een verwijt naar zijn oren. Hij haalt even de schouders op, maar reageert niet. Hij: dat is Filip Brusselmans, politicus voor Vlaams Belang, amper 22 en al Vlaams parlementslid. De Oost-Vlaming is het jongste parlementslid ooit van dit land. “Dit is de linkse buurt van Brussel. Ik weet dat ik zoiets kan verwachten.” Ook aan tafel: Melissa Depraetere, politica voor SP.A en de jongste Vlaamse vrouw in het federaal parlement. De 28-jarige is na het vertrek van John Crombez de socialistische nummer één van West-Vlaanderen. Het is zij die het café aangeraden heeft. “Nochtans een Vlaams café, speciaal voor u.” Hij weer: “Ik neem u dat niet kwalijk, hoor. Ik ben blij dat we dit gesprek doen.”

De toon is beleefd en zal dat het hele interview blijven. Dat is opmerkelijk. Er was een tijd dat socialisten zelfs niet in debat gingen met Vlaams Belang. “Dat was vroeger”, stelt zij kordaat. “Ik ben hier met een open mind. Ik heb respect voor uw kiezers. Ik vind het daarom belangrijk om te luisteren.”

“Het cordon sanitaire mag verdwijnen van mij. Dat is de domste uitvinding ooit.” – Melissa Depraetere

First things first. Waarom wou u de politiek in?
Brusselmans:
Ik wou iets veranderen. Dat klinkt cliché, maar het is zo. Ik heb in de horeca gewerkt om mijn studies te betalen. Ik heb daar gezien wat leeft in de samenleving, welke problemen er zijn. Maar de echte kriebel heb ik gekregen toen ik praeses was van het KVHV. Ik kom niet uit een politiek nest. Mijn ouders zijn niet geïnteresseerd in politiek. Of beter: waren. Nu volgen ze hun zoon op de voet. (lacht) Al is ons mama wel wat bang voor de gevolgen van mijn partijkeuze. Ze vreest dat ik nadien geen werk zal vinden.
Depraetere: Ik kom ook uit een gezin dat weinig geboeid is door politiek. ‘Waarom ga je niet voor een echte job’, kreeg ik horen. (lacht) Maar ik wou ook iets veranderen. Er is zoveel fout in onze samenleving. Mijn broer moet twee jobs combineren om rond te komen. Dat kan toch niet? Dat wekt mijn verontwaardiging op. Ik wil dat aanpakken.

Worden jongeren ernstig genomen in de politiek?
Depraetere:
Wel in het parlement, minder daarbuiten. Ik heb in het parlement nog geen denigrerende opmerkingen gekregen. Als je een ernstig voorstel neerlegt, dan wordt er geluisterd. Dat is anders buiten het parlement, vind ik. Als je vergadert met externe organisaties, dan word je wél op je leeftijd gewezen. Alsof iemand die jong is, minder bekwaam is. (blaast) Dat vind ik spijtig.

Brusselmans (knikt): Of op huisbezoek. Dan krijg je vaak te horen: ‘hoe kan jij op die leeftijd al in het parlement zitten?’ Ik zeg dan: ‘Liever een jonge leeuw vol engagement dan een oude krokodil die zijn pensioen wil opkrikken.’ (lacht) Ik vind dat ook goed meevallen in het parlement, zeker als de camera’s draaien. Er is wel één minister die mij de eerste maanden systematisch met ‘jongetje’ aansprak.

Depraetere: U maakt mij benieuwd. Wie?
Brusselmans:
Een N-VA-minister. Ik ga geen namen noemen. Hij deed dat alleen als er geen camera’s waren. Flauw. Maar goed: ik zat daar niet mee. Ik heb zijn respect afgedwongen met sterke tussenkomsten.

Maar liefst zeven op de tien jongeren hebben geen vertrouwen in de politiek, zo blijkt uit een peiling van Wat Wat en Medialaan. Schrikt u daarvan?
Brusselmans: Neen, dat is zelfs logisch. De mensen voelen zich keer op keer bekocht door de politiek. En waarom? Omdat het signaal van de kiezer steevast genegeerd wordt. Ook nu weer. Omdat politici veel beloven maar weinig doen. De N-VA zou de woonbonus niet afschaffen. Wat gebeurt er na de verkiezingen? De woonbonus wordt afgeschaft. Dat raakt jongeren.

Depraetere: Ik schrik ook niet. Ik hoor diezelfde geluiden in mijn vriendenkring. Veel jongeren vinden politici tamzakken. Leegaards. Overtuig hen maar eens van het omgekeerde. Ik kan niet meer uitleggen waarom er nog altijd geen regering is. Anderzijds krijg ik wel lovende kritieken op mijn engagement. Dat is eigenlijk vreemd. Alsof ze mij niet associëren met een politieker.

Brusselmans: Veel mensen geloven niet meer in het systeem. Dat is gevaarlijk. Maar dat is niet alleen de jeugd, hoor. Dat is de volledige bevolking. En wie kan hen dat kwalijk nemen?

Hoe kan dat vertrouwen terugkeren?
Depraetere:
Dat recept is volgens mij eenvoudig. Vorm een regering en voer weer beleid. Werk oplossingen uit voor de bekommernissen van de mensen. Dat zijn al dertig jaar dezelfde thema’s: de hoge belastingdruk, de straffeloosheid, noem maar op.
Brusselmans: Hoeveel van die dertig jaar was uw partij aan de macht?
Depraetere: Ik leg uit wat er in de toekomst anders moet. Mag ik?
Brusselmans (onverstoord): Er moet geluisterd worden naar de Vlaamse kiezer. Dat is de enige manier. Ze gaan nu voor een paarsgroene regering. (zucht) Over vier jaar staan jullie daar weer, hè, na de verkiezingen. Met de handen in het haar. ‘Hoe komt dat toch?’ Want wij gaan nóg vooruitgaan, hoor. Schrijf dat maar op.
Depraetere: U weet dat al? Kent u dan het project al van de volgende regering? Ik vind het vooral belangrijk dat er eindelijk een volwaardige regering komt.

Dat is nog niet voor morgen. Wat vindt u van de impasse?
Brusselmans: Het is tijd om het doodsvonnis van België te tekenen. Dit land bestaat uit twee democratieën die niet meer verenigbaar zijn. Gelijk welke regering er gevormd wordt: één van de twee landsdelen zal teleurgesteld zijn. Paarsgroen is het signaal van de Vlaming compleet negeren. (op dreef) Ga terug naar de kiezer en laat die oordelen over de toekomst van dit land. Dat is wat nu moet gebeuren.

“Als er een paarsgroene regering komt, dan is het tijd om terug op straat te komen.” – Filip Brusselmans

Depraetere: Ik vind de impasse degoutant, laat dat duidelijk zijn. Maar dat is niet de schuld van dit land. Dat is het failliet van de oude politieke cultuur. Wat zou logisch zijn? Dat N-VA en PS een regering vormen: de grootste partijen van Vlaanderen en Wallonië. Dat was één dag na de verkiezing al duidelijk. Maar die twee hebben een jaar lang geweigerd om aan tafel te gaan. Dát is die oude cultuur. Onze voorzitter (Conner Rousseau, red) heeft bewezen dat het anders kan. Hij heeft ze aan tafel gezet en binnen de drie weken was er een akkoord.
Brusselmans: (feller) Hoe kan u spreken over een nieuwe politieke cultuur, als u mijn partij systematisch negeert? Zelfs in het parlement. Wij waren niet eens uitgenodigd op het voorzitters-overleg voor de aanpak van de coronacrisis. Wij zijn de tweede grootste partij van Vlaanderen, hè. Maar op een terras in de Dansaertwijk haalt u de grote woorden boven.
Depraetere: Hallo? Ik zit hier toch met u? Dat is het beste bewijs dat ik u niet negeer. Het cordon sanitaire mag zelfs verdwijnen van mij. Dat is de domste uitvinding ooit. Ik luister ook in het parlement naar uw partij. Maar dat is iets anders dan samen besturen. (op dreef) Het is uw partij zélf die zich buitenspel zet. Het zijn uw partijgenoten die migranten met chocomousse vergelijken, die holebi’s met kinderen een brug te ver vinden. Zo maken júllie samenwerking onmogelijk.
Brusselmans (blaast): Dat is weer het riedeltje van de traditionele partijen. U gooit alles op een hoopje en schept zo een beeld dat niet strookt met de werkelijkheid. De kiezer moet oordelen over ons programma, niet u. En twee: moet ik eens alle socialistische schandalen opsommen? Dat zou een dik boek zijn. De nieuwe SP.A is oude wijn in nieuwe zakken. U doet straks gewoon mee aan paarsgroen. U hebt niets geleerd.
Depraetere: Wij kunnen het eigenbelang overstijgen in het belang van het land. Dat is een verschil met uw partij.

De bevolking blijft opmerkelijk braaf en onverschillig onder deze impasse, en zeker de jeugd. Is dit dan toch een generatie watjes, zoals Mia Doornaert eens zei?
Depraetere:
Neen, zéker niet. De jongeren zijn de spelletjes gewoon beu. Geef ze eens ongelijk. En wat moeten ze doen? Het is niet evident om in coronatijden op straat te komen.
Brusselmans (knikt): Er treedt gewenning op. Dat is normaal. We zaten de laatste jaren meer zónder dan met regering. Maar ik merk weinig onverschilligheid, hoor. De jongeren zijn het vertrouwen kwijt in de politiek, maar zijn daarom niet apathisch. Een meerderheid is wel degelijk geboeid door wat er gebeurt in de samenleving.
Depraetere: Ik heb ook dat gevoel. Veel jongeren zijn geëngageerd, zijn bezig met gezondheidszorg, klimaat, noem maar op. Ze uiten dat ook, maar anders dan vroeger. Meer digitaal bijvoorbeeld.
Brusselmans: Er wordt nog op straat gekomen, hè. Anuna De Wever en haar klimaatactivisten bijvoorbeeld. Dat zijn mijn vrienden niet, maar dat toont wel engagement. Ik ben zelf op straat gekomen tegen het Marrakeshpact. Ik heb die mars mee georganiseerd. Dus neen, wij zijn zeker geen watjes. Al mag het, wat mij betreft, wel wat militanter als het over de politiek gaat. Als er een paarsgroene regering komt, dan wordt de wil van de Vlaamse kiezer volledig genegeerd. Dan is het tijd om terug op straat te komen. Mijn partij zal dat graag kanaliseren.

U zei eens in Humo dat u mensen kent die de wapens klaar hebben voor een revolutie.
Brusselmans (zucht):
Dat is volledig uit de context getrokken. Dat ging over schietclubs. Er zijn daar natuurlijk mensen met een eigen wapen. Die hebben ook een vergunning. Maar die mensen zijn niet gelinkt aan politiek militantisme. Voor alle duidelijkheid: ik heb geen weet van een gewapende revolutie, als u dat bedoelt.

Iets anders. Klopt het verwijt dat jongeren zich minder aan de coronaregels houden?
Brusselmans:
Er wordt altijd met de vinger gewezen naar de zogenaamde lakse jeugd. De oude Grieken deden dat al. Dat zal voor een stuk terecht zijn. Jongeren zijn nu eenmaal wat rebelser. (denkt na) Ik kan de weerstand ook begrijpen, zeker tegen de soms overdreven maatregelen. Maar ik keur dat niet goed. Ik veroordeel élke overtreding, van de feestende jongere tot de Black Lives Matter-betoger.
Depraetere: Ik ga niemand met de vinger wijzen. Ik vind vooral dat jongeren weinig gehoord worden. Er is weinig aandacht voor hun leefwereld. Terwijl volwassenen mochten werken, zaten zij thuis van school. Of die bubbel van vijf die voor het hele gezin geldt. (blaast) Elke vijftienjarige zit in de bubbel van zijn ouders. Dat klopt niet. Er zouden meer jongeren in de adviesorganen moeten zitten. De Nationale Veiligheidsraad bijvoorbeeld is een te gesloten orgaan.
Brusselmans: Dat is volgens mij het probleem niet. Las u het opiniestuk van Lieven Annemans? Een verademing. Laat ons terug redelijk zijn. Wat in woonzorgcentra gebeurt, dat kan toch niet? Er gaan daar mensen dood aan eenzaamheid. Die avondklok vond ik ook draconisch. Of een mondmasker in het bos: jongens, toch. Ook deze crisis doet geen goed aan het vertrouwen in de politiek.
Depraetere: De maatregelen moeten doelgerichter zijn. Voor jongeren, maar inderdaad ook voor ouderen. Voor iedereen eigenlijk. Hoe langer dit duurt, en hoe onduidelijker de communicatie, hoe moeilijker dit wordt voor iedereen. Ik voel dat zelf ook.

(foto’s Ivan Ruck)