Overgewaaid vanuit de wielerwereld en nu trending in de fitnesscentra: FTP-trainingen zijn spinninglessen bedoeld om de conditie op een persoonlijke manier op te krikken. Dat je je vooruitgang kunt checken middels cijfertjes en statistieken, is een extra motivatie. Voldoende reden om deze sport zelf eens uit te testen, niet?

Ik werd door een vriendin meegesleurd naar een FTP-training, anders had ik er wellicht nooit van gehoord. “Een FTP-training is zoiets als een spinningles, maar net iets anders”, was haar motivatie. “En je traint volledig volgens je eigen niveau en vermogen. Een geheel persoonlijke training dus, het maakt niet uit of je een beginner of een getraind sporter bent.”

Nu kun je niet zomaar deelnemen aan een FTP-training, er moet eerst getest worden. “FTP staat voor Functional Threshold Power ”, legt de coach uit. “Bedoeling is dat je twintig minuten fietst, en de laatste 5 minuten alles geeft. Aan het einde van deze test krijg je een zogenaamde FTP-waarde die bepaalt op welke intensiteit je tijdens de komende lessen mag fietsen. Die waarde is voor iedereen verschillend, waardoor je dus traint op jouw persoonlijk vermogen.”

Ik ben nog niet helemaal mee met het verhaal en heb vooral onthouden dat ik twintig minuten moet fietsen.

En er een gezapig zondagsritje van maken, zit er niet in: de beruchte 5 minuten worden vlugger afgeklokt dan verwacht en ik moet voluit gaan. Met een coach die brult dat ik “alles moet geven” en “trappen tot ik neerval” pers ik er toch nog een behoorlijke snelheid uit.

Mijn FTP-waarde blijkt evenwel bedroevend laag te zijn: 75 watt. Ik heb hiermee al meteen het record van de laagste FTP-waarde van de klas verpulverd. “Niets om je zorgen over te maken”, aldus de coach. “Na verloop van tijd en consistente training zal je wattage beslist stijgen, en dus ook je conditie verbeteren.”

Mijn benen verzuren en het zweet loopt in straaltjes van mij af

Twee dagen later staat mijn allereerste echte FTP-training op de agenda. De spinningruimte zit goed vol, dit is duidelijk een populaire les.

Bart is de fitnessinstructeur van dienst en geeft nog een laatste woordje uitleg. “Bij FTP fiets je in zones: blauwe, groene, gele, oranje en rode. Blauw is rustig uitfietsen, rood is alles geven.”

Op een groot scherm zie ik inderdaad de ‘opbouw’ van de les, precies een skyline met gele, oranje en vooral veel rode gebouwen. En daaronder in gekleurde bollen de namen van iedereen die aan deze les deelneemt.

“Aan de hand van de kleur die bij je naam hoort, zie je in welke zone je aan het fietsen bent. Je traint dus op je eigen niveau, volgens een percentage dat tijdens de test is bepaald. Ook op het display van je fiets of je smartphone kun je in realtime bijhouden of je op de juiste intensiteit fietst.”

De les zelf blijkt behoorlijk intens; als Bart vraagt om ‘in het rood te gaan’, ga ik tot het uiterste. In de oranje zone mag ik aan 60 procent gaan en bij ‘blauw’ mogen we uitblazen en wordt er onderling wat gekeuveld.

Tot we weer ‘rood’ moeten en de hartslag terug omhoog moet. Door de boxen klinkt loeiharde hardrockmuziek, kwestie van het tempo wat op te drijven. Volgens de test moet ik dit dus makkelijk aankunnen. Al twijfel ik daar op dit moment sterk aan: mijn lichaam verkrampt, mijn benen verzuren, het zweet loopt in straaltjes van mij af en mijn hart lijkt uit mijn lijf te bonken.

En dan stop de muziek en schreeuwt Bart dat we mogen ‘lossen’, zijnde: weerstand weg en uitfietsen.

Bart spreekt iedereen persoonlijk nog even aan, vraagt hoe de les verlopen is, waar er moeilijkheden waren of waarom het wel of niet goed ging. De hele les is in feite een intervaltraining waarvan je weet dat je dit moét aankunnen; alles geven en afzien is de boodschap.

En of ik zo’n training nu inderdaad zo leuk vond: absoluut. De trainingen zijn uitdagend, de groepssfeer motiverend en je hebt nooit het gevoel het kneusje van de klas te zijn als je maar matig presteert (want alleen jij en de coach weten hoe je het gedaan hebt).

Dat ik twee maanden na mijn eerste training duidelijk merk dat mijn conditie erop vooruit gegaan is én dat ik dat ook bevestigd zie in de statistieken, is een echte opsteker. Top.

(foto getty)