‘We gaan niet naar leeuwen kijken, we gaan ze zoeken.’ Een reis naar de Okavango is een trage dans met overweldigende Afrikaanse schoonheid en een indringende tocht naar jezelf. Dichter bij pure luxe kom je als mens niet.

Het is 7.15 uur als we voor het eerst het kamp verlaten en de boot nemen naar een eiland verderop. Daar zitten leeuwen, dat hebben hun geluiden de voorbije nacht ons geleerd. We wandelen onder leiding van Hydro. Hij is 46, een gelicentieerde gids en vader van vier. Om een of andere vreemde reden stelt mij dat gerust. Op deze eerste dag kijk ik nog te veel naar de grond. Dat kan goed zijn voor mensen die denken dat de wereld aan hun voeten ligt, maar ook zij missen op die manier alle schoonheid die voor, naast, achter of boven hen te zien is. En in de Okavango is die werkelijk overal.

De Okavango biedt een cocktail van kleurenpracht en rust.

Dag 2 begint niet anders, maar al snel volgt de eerste echte opwinding. Schoenen en kousen moeten uit, onze broek tot boven de knieën en we waden door het koude water. Een lichte beweging in de bereikbare verte zet alle zintuigen op scherp. Geen twijfel mogelijk, op dit eiland zitten ze zeker. Ik herinner mij een leeuwenwijsheid uit een eerdere trip naar de Okavango. ‘Het is niet omdat je leeuwen hoort, dat je hen nadien ook ziet. Het is niet omdat je hen niet ziet dat ze er niet zijn.’ Ik volg de versnelde pas van Hydro. Vijftig meter links van mij zie ik onder een boom plots een kop boven het hoge gras uitsteken.

Een leeuwin? Ja, twee zelfs zo blijkt seconden later maar in geen tijd verdwijnen ze samen in het hoge gras, hun geborgene. En wat we ook doen of waar we ook kijken, ze gunnen ons niet meer dan het genot van die eerste glimp.

Een gespotte leeuw.

Bij onze terugkeer naar de boot volstaat het niet langer die broek tot boven de knie op te rollen. Ze moet uit, het water is te diep. Vijf mannen in hun onderbroek, wat moeten die dieren denken? Het antwoord laat niet lang op zich wachten. Rechts van ons maakt een enorm nijlpaard dezelfde oversteek. Wat hij wil, weten we niet maar het gevolg is duidelijk: wij moeten wachten. Dit is zijn territorium. Hij is hier thuis, wij zijn de ongewenste gasten. Willen we hier blijven komen, dan mogen we dat nooit vergeten.

Drie vrienden in het water

De tijd valt nu stil en alles vertraagt, dit is Afrika. De dagen hebben niet langer nood aan variatie, nog heel even en we weten niet meer welke dag het is. We staan op als het licht de nacht wegduwt, drinken koffie, wandelen enkele uren in de jungle, ontbijten en lunchen met zicht op de meanderende rivier, nemen de tijd voor een boek of een ander soort rust, wandelen daarna de avond tegemoet en genieten na onze tweede terugkeer van het avondmaal.

Bij het kampvuur sluiten we de dag af en laten we de volgende nacht op ons los. Ook die kent duidelijke regels en afspraken: goed luisteren, de ander verwittigen als je de tent uitgaat en de omgeving scannen met je zaklamp om te zien of je niet recht in de ogen kijkt van een jagend dier. De nacht is van hen en het is goed te weten dat er in de jungle altijd iemand is die op jou wacht.

We zijn halfweg, hebben nog geen leeuw gezien en bespreken een mogelijke verhuizing stroomafwaarts. De geluiden van de nacht zullen het ons vertellen. Ik slaap als een roos. De volgende ochtend oogt en klinkt anders dan de vorige. Frits en Hydro hoorden meerdere leeuwen en een stervende buffel, net aan de overkant van ons basiskamp.

Na amper een halfuur wandelen verheft Lemcha achteraan in de rij zijn stem. ‘Daar, leeuwen!’ Daar is een kleine 40 meter verderop, recht voor ons. We moeten meteen knielen of zitten. Een leeuw? Of zijn het er toch twee? Wie of wat ligt naast die majestueuze kop die boven het gras uitsteekt? Het blijkt een dode buffel, de dode buffel te zijn. Dan moet er ook meer dan één leeuw zijn. Met mijn verrekijker kijk ik recht in een paar lonkende ogen, zijn muil is nog vuil en met bloed bevlekt van het geleverde gevecht en de bijbehorende eerste maaltijd. Wij zitten en kijken, hij ligt, kijkt, ruikt en luistert. Dan staan we recht, maken een halve cirkel richting de dichtstbijzijnde termietenheuvel en komen zo twintig meter dichterbij. De spanning stijgt, wat ook hij laat zien met harde bewegingen van zijn staart.

Midden in de jungle ontwaar ik zowaar een mooie link tussen de zoektocht naar leeuwen en de liefde: verlangen.

Plots staat enkele meters naast hem een nog grotere leeuw op en verdwijnt met grote passen. Enkele seconden later volgt ‘ons mannetje’ dat voorbeeld, maar niet zonder een zware en harde leeuwengrol als duidelijke waarschuwing. Die buffel is van hen. Ons hoeven ze daarvan niet te overtuigen, dat wordt de komende uren en dagen ongetwijfeld anders met de aanwezige hyena’s en gieren. De zon beukt, mijn hart gaat in het rood, mijn huid kleurt nog roder en mijn gemoed loopt helemaal vol. Het is ons gelukt. Midden in de jungle ontwaar ik zowaar een mooie link tussen de zoektocht naar leeuwen en de liefde: verlangen.

Elke ochtend gaan we samen op zoek naar leeuwen.

De laatste wandeling in de delta doen we uit gewoonte. De nacht bleef stil en we varen op goed geluk een stukje stroomafwaarts.

Plots botsen we op een kudde buffels die de rivier oversteekt. Zou het? Waar buffels lopen, zijn vaak ook leeuwen. Het jachtspel tussen beide dieren behoort tot het mooiste wat de jungle te bieden heeft. Een buffel blijkt achtergebleven en ziet ons als de vijand tussen hem en zijn groep. Hij lonkt, zet zijn kop op agressief en wacht. Wij ook. Na enkele minuten besluit hij langs een omweg zijn vrienden te vergezellen. Wij kunnen verder en volgen die kudde in de open vlakte. Even rust, tot de jungle een volgende waarheid uitspuwt. Een stevige leeuwin staat op en loopt in de richting van de buffels. Ons heeft ze niet gezien, wij gaan zitten, kijken en genieten. “Dit spel is al uren aan de gang”, zegt Hydro. “Er zijn nog leeuwen in de buurt, zeker weten.” We zien ze niet, maar merken wel hoe de buffels die leeuwin aanvallen en wegjagen. Iedereen is nu in die open vlakte: een kudde agressieve buffels, een vluchtende leeuwin en wij. De leeuwin rent in onze richting, ik voel mijn hart in mijn keel. 50 meter, 40, 30… dan stopt ze plots, kijkt in onze richting en verdwijnt langs ons. Oef. Maar ook de buffels hebben ons nu geroken en gezien. “Nu rechtstaan en vertrekken”, beveelt Frits. We maken rechtsomkeer en zoeken in versnelde pas een termietenheuvel op. Gelukkig vinden ook de buffels dat oké…

De dagen op het water

Een reis naar de Okavango speelt zich ook grotendeels af op het water. De Okavango Delta is het grootste binnenlandse overstromingsgebied ter wereld (groter dan Vlaanderen) met honderden tijdelijke kanalen. Vanuit de hoge bergen in Angola komt jaarlijks het water, meestal veel en genoeg, soms ook minder. Grootste hindernis is dus vaak… een gebrek aan water, zo blijkt bij het urenlange varen met de motorboot in of uit de delta en bij een boottocht stroomopwaarts richting de permanente moerassen. Tussen al die drijvende eilanden bevinden zich wondermooie lagunes, maar we bereiken ze niet.

Onze boot op het water.

We varen, duwen en trekken ons een weg tussen die wirwar van hoofd- en zijkanalen. Soms halen we 40 kilometer per uur en is het heerlijk cruisen door de ontelbare bochten, dan weer is het langzaam dobberen om de boot niet te laten vastlopen in het zand. Op de oevers wachten enorme krokodillen geduldig op die ene kans om toe te slaan, dartelen de zebra’s en lonken de olifanten.

 

Langs de oevers liggen krokodillen…

… en waken olifanten.

In het water zijn de vele nijlpaarden de lastigste klip. Het is zaak hen tijdig te zien en snelheid te maken, want altijd duiken ze onder en kiezen ze voor de aanval. Varen op de Okavango is een bombardement aan impressies.

Eten en drinken

Op dag vijf raakt het meegebrachte vlees op. Hydro en Lemcha maken een visnet waarmee we ons de komende acht dagen van vers eten voorzien. Ik kijk toe met opengesperde ogen en stijgende bewondering. Zoveel essentiële eenvoud heb ik zelden gezien en ik hoef geen spiegel om mij oprecht nederig te voelen. Zonder hen ben ik hier niets. Ik zal niet weten wat ik hoor, niet zien wat ik zie, niet geraken waar ik kom, nooit voelen wat ik voel, nooit eten wat ik eet.

De keuken in het kamp.

Wat we eten? Het menu van zomaar een dag: spek met eieren, granola, fruit en zelfgebakken brood als ontbijt, verse groentesoep als lunch en pasta met vlees en rode saus als avondmaal. In de meegereisde keukentent bereidt Li elke maaltijd met de passie van een topchef. Twee weken lang voel ik zijn liefde in mijn maag. We smullen van al dat lekkers met zicht op de rivier of onder een fonkelende sterrenhemel. Het is een voorrecht om midden al die overweldigende schoonheid op jezelf te botsen. Dichter bij ultieme luxe komt een mens niet. Ik lees dertig pagina’s in een boek, Lemcha en Hydro finishen het visnet waarin later die avond al negen vissen worden gevangen die de dag nadien op ons bord liggen. We starten die avond, net als alle andere, met een gin-tonic en een goed verhaal.

Ode aan de vriendschap

Een verblijf in de Okavango is immers ook een ode aan de vriendschap. Tijdens hun eerste tocht door Afrika 35 jaar geleden maakten mijn aanwezige maten Frits en Thomas een tussenstop in Botswana. Frits verloor daar een deel van zijn hart en keerde snel terug. “Ik had gezien hoe mens en dier er nog op een traditionele en respectvolle manier met elkaar omgingen. Dat trok mij meteen aan.”

Thomas, Pascal en Frits.

Vandaag wandelt Frits al voor de dertigste keer in de Okavango Delta. Aan zijn zijde voel ik me veiliger dan bij het oversteken van de Tolhuislaan in Gent, ook al begeven we ons zonder wapens in de leefwereld van leeuwen, luipaarden, olifanten, buffels, nijlpaarden en nog zoveel meer wilde dieren. “Zo houden we de traditie in stand waarbij mens en dier elkaar respecteren. Dat is veel minder gevaarlijk dan het lijkt. In die dertig bezoeken kwam ik nooit in een levensbedreigende situatie terecht. Inschatten, anticiperen, alert zijn, luisteren, kijken, respect tonen: dat is de basis om hier ongewapend te wandelen. Met een wapen voelt de mens zich opnieuw superieur en gaat hij domme dingen doen. Weet je, leeuwen of olifanten herkennen het verschil tussen een mens met of zonder wapens. Ik voorspel net meer incidenten eenmaal we hier rondlopen met geweren.”

Bij zijn eerste terugkeer naar de Okavango zocht en vond Frits in Galé een man die de vele geheimen en regels van de jungle met hem wilde delen. Ze werden vrienden voor het leven, al maakte Galés vroege aidsdood in 2007 daaraan een abrupt einde. Tijdens hun laatste tocht door de Okavango beloofde Frits zich te ontfermen over de toekomst van de drie kinderen, Phillip, Lemcha en Li. Tijdens deze reis vormen zij het noodzakelijke fundament voor de unieke cocktail van Afrikaanse authenticiteit en ons primaire basiscomfort. Li doet dat als kampleider en kok, Lemcha als bootbestuurder en assistent-gids. “Dat afscheid van Galé in de jungle was heftig, zeker voor de kinderen. Hun moeder Moquoqua was enkele maanden voordien ook gestorven, heel waarschijnlijk ook aan dezelfde vreselijke ziekte. Maar het was zijn laatste wens. Het is de normaalste zaak van de wereld dat ik mijn belofte nakom en probeer om Li (27), Lemcha (32) en Phillip (30) te helpen met het uitbouwen van hun toekomst.”

Aan tafel in de Okavango gaan de vragen naar de kern en maken de antwoorden niemand bang.

Vier jaar geleden was ik een eerste keer in de Okavango met vijf vrienden, deze reis maken we met drie: Frits, Thomas en ik. Vriendschap is geen zondagse wandeling in het park, maar na liefde zonder twijfel de ‘next best thing in life.’ Sterke vriendschappen steken in deze omgeving in hun mooiste pak. Er zit rek en spanning op. Je verrijkt en verdraagt elkaar, je praat en luistert, je doet en laat doen. Het leven in een jungletent is een onweerstaanbare cocktail van menselijke schoonheid en kleine onhebbelijkheden. Tijdens de wandelingen moeten we zwijgen of fluisteren, dus zijn de gesprekken tijdens de maaltijden of bij het kampvuur zalig. De jungle opent gesloten deuren en is voedsel voor nog sterkere banden. Wat je denkt te weten, klinkt hier soms plots anders. Wat je niet weet, wordt soms verteld. Aan tafel in de Okavango gaan de vragen naar de kern en maken de antwoorden niemand bang.

Tweede kindje

We zijn verhuisd naar een volgende kamp, slechts een tiental minuten verwijderd van het kleine dorp Xaxaba. Met Lemcha en Hydro halen we daar het nodige water en kopen we bij lokale mensen nog wat melk en koekjes. Het is erg warm en rustig tot we het centrale plein naderen. Heel wat jonge mensen zitten er bij elkaar, allen met een smartphone in de hand. Zou dat kunnen? Ja dus, midden in de jungle plaatste de overheid een mast met toegang tot het internet als gevolg. Ik maak een onverwachte en deugddoende telefoon naar het thuisfront. Li schudt zijn hoofd als ik hem dat de dag nadien vertel. Samen met zijn echtgenote Gotsela drinken we koffie terwijl de rest een namiddagwandeling maakt. We praten over hun dochter Corlia, ze is zes en achtergebleven bij enkele zussen van de mama.

En of ze haar missen. Ik toon enkele foto’s van onze kleindochter Lila, ook net zes geworden. Twee meisjes bij de start van hun basisschool en hun leven. Misschien ontmoeten ze elkaar op 18 in New York, zeg ik. Iedereen moet groot dromen, toch? Li knikt minzaam, de ogen van Gotsela blinken. We lachen samen. Of ze soms denken aan een tweede kindje, vraag ik. Ze kijken elkaar lief aan. “We willen dat heel graag maar eerst moeten we een beter leven opbouwen. Hopelijk overtuigt jouw verhaal veel mensen om deze reis te maken…”

Wil je zelf dit unieke avontuur beleven?

Goed nieuws voor wie na het lezen van dit verhaal interesse heeft om (samen met vrienden) dit avontuur in Botswana te beleven. Vanaf 2023 kan je deze unieke reis boeken. Onder de deskundige leiding van

Frits Verheyen (frits@colorestucato) zijn de lokale broers klaar om je te ontvangen en een onvergetelijk avontuur in de Okavango aan te bieden.

Alle info vind je op: okavangobrothers.com.

Heb je vragen: info@okavangobrothers.com.

tekst Pascal Kerkhove | beeld Fernand Depret, Thomas Siffer en Pascal Kerkhove