De natuur in Albanië, zoals hier bij het Bovillameer, is vaak adembenemend. (foto SRA)

Albanië: tussen ruige, adembenemende natuur en rijke geschiedenis

Sandra Rosseel
Sandra Rosseel Chef De Zondag

Wie op zoek gaat naar authentieke ervaringen en avontuur, ver weg van het massatoerisme, moet in Albanië zijn. Al wacht je best niet te lang: het Balkanland wordt steeds populairder. Terecht, zo ontdekken we tijdens een rondreis door het fascinerende land.

We starten ons avontuur in Tirana, maar laten het stadscentrum voorlopig links liggen en zetten koers richting de Albanese Riviera. Hier aan de kust liggen heel wat nieuwe hotels. Na het inchecken gaan we meteen weer op pad, met een open jeep. Een keuze waar we wat later maar al te blij mee zijn: de wegen in Albanië zijn vaak meer put dan weg. Eerste stop is wijndomein Kokomani in Dürres. Hier genieten we van prachtige uitzichten en proeven we voor het eerst van de heerlijke Albanese keuken én van de lekkere Albanese wijnen.

Na de lunch voert de jeep ons naar het Bovillameer, in het Dajti Mountain National Park. Dit reusachtige stuwmeer is bijzonder fotogeniek, én een favoriete plek van heel wat hikers en kampeerders. We rijden naar het bovenste uitkijkpunt, waar nog een korte maar pittige wandeling naar de top van de berg Gamti op ons wacht. Een adembenemend uitzicht is onze beloning.

Nationale held

Geen Viking, wel de nationale held van Albanië: Skanderbeg vocht zijn leven lang tegen de Ottomaanse overheersing. (foto SRA)

Een nieuwe dag, een nieuw doel. Vandaag duiken we onder in de Albanese cultuur. We starten in Krujë, de thuisstad van nationale held Skanderbeg, en de plek waar de bekende Albanese vlag werd geboren. “De dubbele adelaar was het familiesymbool van Gjergj Kastrioti, zoals Skanderbeg eigenlijk heette”, legt gids Aurora uit terwijl ze ons meeneemt door het pittoreske dorpje. “Hij werd rond 1405 geboren als eerste zoon in een adellijke familie. Zoals gebruikelijk was in de tijd van de Ottomaanse overheersing, werd hij als kind meegenomen als gijzelaar naar Istanboel. Kastrioti kreeg er een militaire opleiding, klom op in het leger van sultan Murad II, maar besloot in 1443 te deserteren en zijn geboorteplek Krujë te heroveren. De rest van zijn leven vocht hij tegen de Ottomanen voor de onafhankelijkheid  van Shqipëri, zoals wij Albanezen ons land noemen, wat uiteindelijk pas eeuwen later werkelijkheid zou worden”, gaat ze verder, terwijl we door de oude bazaar wandelen, langs tientallen souvenirwinkeltjes tot aan de kasteelruïnes en het prachtige museum over Skanderbeg.

De oude bazaar van Krujë, de geboorteplek van nationale held Skanderbeg. (foto SRA)

Wanneer we ‘s namiddags naar Tirana rijden, bewonderen we de vele luxe-auto’s die we tegenkomen. “Auto’s zijn heel belangrijk voor ons. Het is een van de symbolen van onze herwonnen vrijheid. Tijdens het communistische regime was elke vorm van privébezit verboden. Een eigen auto werd pas mogelijk na de val van het regime in 1991…” Amper 35 jaar geleden dus.

Een bunker voor iedereen

Onze tocht in Tirana beginnen we, hoe kan het ook anders, op het Skanderbegplein, het centrale plein in de stad waar ooit het standbeeld van de communistische dictator Enver Hoxha stond. “Toen het plein werd heraangelegd, werd beslist om geen ander standbeeld te zetten, maar die plek subtiel wat hoger dan de rest van het plein te maken. Heel symbolisch: iedereen kan hier komen staan en heel even de belangrijkste persoon van het land zijn”, legt Aurora uit. De gebouwen rond het plein zelf vormen, net zoals de rest van de stad, een eclectisch allegaartje. We merken dat aan zowat elk gebouw een verhaal vasthangt. Hier trek je best met een gids op pad.

Overal in het land zie je ronde bunkers. De paranoïde communistische dictator wou dat er voor elke Albanees een bunker voorhanden was. (foto SRA)

Achter het stadhuis stuiten we op een ronde bunker. Een replica in het kader van een kunstproject, al zijn er overal in het land nog echte bunkers te vinden. Hoxha was bang voor invasies en wou 790.000 bunkers laten bouwen, voor elke 2 à 3 Albanezen één. Uiteindelijk werden er 173.000 gerealiseerd. “De laatste twee decennia voor de val van het regime waren zwaar: alle middelen gingen naar de bouw van de bunkers, waardoor de bevolking geen eten had.”

Dwalen tussen de ruïnes

We rijden naar Berat, de stad met de duizend ramen en Unesco-werelderfgoed. Eerst bezoeken we het kasteel, een stad boven de stad, met het interessante Onufri nationaal museum in een voormalige kathedraal. We genieten er ook van het uitzicht op het stadsdeel aan de overkant van de rivier, met de witte Ottomaanse huizen met de vele vensters die de stad haar bijnaam gaven.

De ruïnes van Apollonia: een duik in de geschiedenis. (foto SRA)

De volgende dag duiken we de geschiedenis in op de archeologische site van Apollonia. Gesticht door de Grieken op een heuvel aan de Vjosë-rivier, later in Macedonische en Romeinse handen. Tot een aardbeving de loop van de rivier verlegde en de stad – met een nutteloze haven – aan belang verloor. Al kwam er wel een filosofieschool waar de latere Romeinse keizer Augustus kwam studeren. Het is boeiend om door de ruïnes te wandelen, met het amfitheater als visueel hoogtepunt.

Nog meer geschiedenis ontdekken we in Vlöre, de tweede havenstad van Albanië. Hier werd op 28 november 1912 de onafhankelijkheid van Albanië uitgeroepen na de eeuwenlange bezetting door het Ottomaanse rijk. De Muradia Moskee uit 1542 werd gebouwd door de beroemde Sinan de Grote. We rijden langs de kust en houden halt bij een van de vele beachbars, met een prachtig uitzicht over de zee én prijzen van bij ons.

De toerist van vroeger

Binnenkijken in een woonkamer uit communistische tijden: iets wat toeristen voor 1991 absoluut niet mochten doen. (foto SRA)

We sluiten onze reis af in Durrës, de grootste havenstad van het land, die niet ver van de Italiaanse kust ligt. De Italiaanse invloed is hier overduidelijk. We bezoeken de Byzantijnse muur en de ruïnes van wat ooit het grootste amfitheater van de Balkan was. Hier bezoeken we ook het kleinste maar meest indrukwekkende museum van onze reis: Peeping Tourist, in een voormalig communistisch bunkercomplex, neemt ons mee naar het toerisme in communistische tijden, inclusief een gereconstrueerde huiskamer van een gewone familie uit die tijd. “Die zetel hadden wij, dat tapijt ook, zelfs die pop is exact dezelfde als de pop uit mijn kindertijd… Iedereen had exact hetzelfde”, aldus onze gids. Toeristen moesten toestemming vragen om het land te bezoeken en elk contact met de lokale bevolking was verboden. Zijn wij even blij dat dat nu anders is, want naast de vele bezienswaardigheden zal vooral de gastvrijheid van de Albanese bevolking ons nog lang bijblijven. Wil je dat alles perfect in orde is, dan wacht je best nog even met komen, maar ben je bereid kleine schoonheidsfoutjes door de vingers te zien, dan is dit echt een topbestemming.

 

Praktisch

We maakten deze reis op uitnodiging van Tui. Alle excursies die we gedaan hebben, kunnen Tui-klanten ook boeken. Tui biedt zowel individuele rondreizen als groepsreizen aan.

Tui vliegt twee keer per week van Brussel naar Tirana, op maandag en vrijdag. Een vlucht kan vanaf  69,99 euro.

Een identiteitskaart volstaat om Albanië binnen te reizen.

De lokale munt is de lek. 100 lek is ongeveer gelijk aan 1 euro.

Wij verbleven in de hotels Grand Blue Fafa in Golem en hotel Meliá in Durrës, twee hotels met privéstrand en prachtige zwembaden.

“Tijdens het communistische regime mochten toeristen geen contact hebben met de lokale bevolking”

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier