Dramatische kliffen, bijzondere rotsformaties zoals deze Roque de la Bonanza: het landschap op El Hierro lijkt wel buitenaards. (foto Getty) © Getty Images

Het geheim van de Canarische Eilanden: El Hierro, een ruig eiland vol traditie

We landen met een klein toestel vanuit Tenerife op de piepkleine luchthaven van El Hierro. Voor de eerste keer zet ik voet aan wal op dit meest zuidwestelijke eiland van de Canarische Eilanden. Klaar voor een avontuur op onbekend terrein waar de natuur nog puur is en tradities levend blijven.

Massatoerisme is ver te zoeken op El Hierro. Het kleine eiland, met een oppervlakte van slechts 298 km² en amper 11.000 inwoners, kent geen internationale vluchten. Je bereikt het enkel via Tenerife of Gran Canaria. Op zoek naar een resort, kilometers goudgele zandstranden of een shoppingcenter? Dan ben je er aan voor de moeite. Maar wie de platgetreden paden wil vermijden, vindt hier een schat aan mogelijkheden. Ik ben klaar om samen met gids Rúben op avontuur te gaan. Het wordt een ontdekkingstocht waarbij we dit vulkanische eiland doorkruisen om het bijzondere landschap en de al even bijzondere inwoners met hun tradities te leren kennen.

De vele uitkijkpunten

Om een goed beeld van het eiland te krijgen, neemt Rúben me mee langs de miradores, de uitkijkpunten. Het wegennetwerk is eenvoudig en doorkruist het bijzondere vulkanische landschap. Ik vind het adembenemend hoe de vulkaanuitbarstingen het landschap met zijn vele kleurschakeringen én het leven hier hebben bepaald. “Het eiland wordt gevormd door slapende vulkanen, waarvan de laatste uitbarsting plaatsvond in 2011. Dat was een onderwateruitbarsting nabij La Restinga”, vertelt Rúben. Wat me onmiddellijk opvalt, is de stilte op het eiland. De vele uitkijkpunten bieden de mogelijkheid om een goed overzicht van dit kleine eiland te krijgen, met lavalandschappen en een ruwe kustlijn met kliffen die in zee storten. Mirador de Las Playas is een van de beste plekken om de spectaculaire Las Playas-baai en de Roque de La Bonanza, een rotsformatie in de zee, te bewonderen. Mirador de La Peña is een architecturaal pareltje en biedt een panoramisch uitzicht over de vruchtbare El Golfo-vallei, steile kliffen en de Atlantische Oceaan. Mirador de Tanajara laat me dan weer genieten van zicht op wijngaarden, het glooiende landschap en de kustlijn van hoofdstad Valverde. Mirador de Bascos is omgeven door dennenbossen en gunt ons een blik op de iconische Sabina-boom.

De tijd van toen

Om wat meer te weten te komen over de oorspronkelijke bewoners van het eiland en de biodiversiteit, brengen we een bezoekje aan het ecomuseum van Guinea, gelegen in het noorden van het eiland. Dit museum is gebouwd op een inheemse nederzetting. We wandelen door de straten van de huizen – opgetrokken uit vulkanische gesteentes – en worden meegenomen doorheen de tijd. “Sommige meubelstukken zijn origineel, andere zijn reproducties”, vertelt Rúben. “De huizen waren de verblijfplaats van mensen uit de bergen. Enkele keren per jaar kwamen ze langs wandelpaden met ezels naar beneden. Dit deden ze om gras voor de dieren of fruit te oogsten. In de winter kwamen ze om bomen te kappen”, legt hij uit. Het dorp was bewoond tot in de 20ste eeuw. Voor we de site verlaten, lopen we nog even binnen in het Centro de Recuperación del Lagarto Gigante de El Hierro. Hier leren we alles over deze reuzenhagedis. Deze endemische soort is met uitsterven bedreigd en hét symbool van El Hierro.

Jongeren in traditionele klederdracht op een dorpsfeest: een heel bijzondere gebeurtenis. (foto Mieke Vercruijsse)
Jongeren in traditionele klederdracht op een dorpsfeest: een heel bijzondere gebeurtenis. (foto Mieke Vercruijsse)

Om nog meer te weten te komen over het vroegere leven op het eiland, trekken we naar Sabinosa. Gids Rudy staat ons op te wachten. “Nu is het hier rustig, want hier wonen amper nog mensen. Zo’n honderd jaar geleden was dit helemaal anders. Het was een levendig dorp van ambachtslieden”, vertelt hij. Veel inwoners zijn geëmigreerd naar Cuba, Venezuela of Argentinië, op zoek naar een beter economisch leven. Jongeren trekken ook nu nog vaak naar de andere Canarische Eilanden om te studeren en komen niet meer terug naar El Hierro. We nemen een kijkje in de vele huizen van voormalige ambachtslui, die volledig ingericht zijn naar de tijd van weleer. Bordjes met QR-codes geven uitleg over het leven van vroeger in Sabinosa. Een bijzondere stop is een piepkleine bar. “Er was vroeger een watergebrek. De mannen lieten het water voor de vrouwen, kinderen en om eten te bereiden. Zelf dronken ze wijn tijdens de dag”, lacht Rudy.

“Het eiland heeft geen uitgestrekte zandstranden, maar wel heel wat leuke zwemplaatsjes”

Vuurtorens en processies

De vuurtoren van Orchilla: hier liep eeuwenlang de nulmeridiaan. (foto Getty)
De vuurtoren van Orchilla: hier liep eeuwenlang de nulmeridiaan. (foto Getty) © Getty Images

We vervolgen onze weg naar het westen richting de vuurtoren van Ochilla. Op onze weg hierheen zien we amper bewoning en al zeker geen winkels. We picknicken aan de voet van de vuurtoren van Ochilla. “Deze plaats is ook van historisch belang”, vertelt Rúben. “In de tweede eeuw na Christus werd dit punt gekozen voor de nulmeridiaan. Pas in de 19de eeuw verhuisde de nulmeridiaan naar Greenwich”, legt hij uit. Een klein monument herinnert hier nog aan. Het uitzicht waar oceaan en vulkanische vlakte samenkomen, is indrukwekkend.

Op zondag brengen we een bezoek aan het dorp Mocanes. Het dorp viert die dag de Virgen de Fátima. We krijgen meteen een wijntje in de hand geduwd en banen ons een weg door de uitbundige menigte naar de openluchtmis. “Ieder dorp viert een heilige, soms op het dorpsplein, soms in het bos”, vertelt Rúben. Het programma is overal gelijkaardig: een openluchtmis, gevolgd door een processie met dans en folklorekledij en afsluitend een maaltijd die bereid wordt door de buurt. Rúben wijst me nog even op de verschillende kleuren van hoeden van de dansers: “Zo herken je de verschillende folkloregroepen uit elk dorp.”

Wandelen in de wolken

Na deze tradities is het tijd voor natuur. We rijden een heel stuk bergop en zien de vegetatie veranderen. Het wordt steeds groener en de temperatuur neemt een duik. We parkeren de wagen aan de start van een 4,2 kilometer lange wandellus ‘la Sendero la Llanía’. We stappen vooral door bosrijk gebied en genieten van de frisse boslucht. Het is er vrij mistig en op sommige plekken zien we de wolken voorbijvliegen. Op 1.350 meter hoogte houden we even halt aan de Bailadero de las Brujas, een plek waar volgens legendes heksen dansten.

Tussen de vele bezoeken door, nemen we ook nu en dan een heerlijke duik. Hoewel het eiland geen uitgestrekte zandstranden heeft, zijn er heel wat leuke zwemplaatsjes. De inhammen en vulkaankraters zorgen voor natuurlijke zwempoelen. Je vindt ze onder meer in Tamaduste, la Caleta, Charco Manso en Tacarón. Het eiland heeft me geïntrigeerd. Hoe het de komende decennia zal evolueren, is nog een vraagteken. Kiezen ze voor massatoerisme, of bewaren ze hun authenticiteit met kleinschalig toerisme voor wie rust en natuur zoekt? Wij hopen het laatste.

Praktische info

-We maakten deze reis op uitnodiging van de Spaanse dienst voor Toerisme.

-We vlogen met TUI fly van Brussel naar Tenerife Sur en vervolgens met Binter van Tenerife Norte naar Valverde, de hoofdstad van El Hierro. Het eiland is ook bereikbaar per vliegtuig vanuit Gran Canaria. Wie liever niet vliegt, kan ook de ferry vanuit Tenerife (Los Cristianos) nemen.

-Beste reistijd: het hele jaar door, maar de lente en de herfst worden vaak aanbevolen vanwege de aangename temperaturen.

-Wij verbleven in Hotel Villa el Mocanal (www.villaelmocanal.com).

-Specialiteiten: de quesadilla is een typisch kaasgebakje van het eiland dat vooral tijdens feesten geserveerd wordt. De Mojo-saus wordt vooral opgediend bij verse vis of gefrituurde aardappelen.

-Leuk weetje: bijna 100% van de elektriciteit wordt opgewekt door hernieuwbare energiebronnen (wind en water) dankzij de Gorona del Viento-centrale.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier