BRUSSEL Hoe groter de fusiegemeente, hoe meer schuldovername door de Vlaamse overheid. Een fusie van minder dan 20.000 inwoners zal niet meer beloond worden. Dat is de voornaamste vernieuwing van het plan-Somers dat gemeenten moet stimuleren om te fusioneren. De Vlaamse regering heeft het licht op groen gezet. De bevoegde minister Bart Somers (Open VLD) wil in een ideale wereld het aantal gemeenten halveren.

Bart Somers: “De Vlaamse regering beseft heel goed het belang van sterke lokale besturen. We hebben dat opnieuw gemerkt in de coronacrisis. Wij willen hen helpen om nóg sterker te worden. Wat is belangrijk voor een optimaal functioneren van lokale besturen? Voldoende middelen én voldoende schaal, oppervlakte. Deze regering heeft het budget voor lokale besturen opgetrokken van 15 naar 20 miljard euro. Het schaalprobleem willen we aanpakken met dit plan. We hebben 300 gemeenten in Vlaanderen. De helft telt minder dan 15.000 inwoners. Het gemiddelde is amper 22.000 inwoners. Vergelijk dat eens met Nederland: 45.000 inwoners. Of met Denemarken: 60.000 inwoners.”

U wil vrijwillige fusies stimuleren?

Dat is de doelstelling. Vorige legislatuur is dat taboe doorbroken. Toen zijn er zeven fusies gerealiseerd. Met succes. Dat zullen ze allemaal bevestigen. Die gemeenten hebben grote efficiëntiewinsten geboekt, zonder aan eigenheid in te boeten. Maar dat is niet genoeg: wij willen méér. Ik heb daarom een nieuw en gedurfd ondersteuningsbeleid uitgewerkt. Een fusieoperatie van minstens 20.000 inwoners krijgt voortaan 200 euro per inwoner. Een fusie vanaf 25.000 inwoners: 300 euro. Vanaf 30.000 inwoners: 400 euro. En vanaf 35.000 inwoners: 500 euro. Dat gebeurt in de vorm van schuldovername.

Is dat meer dan vorige legislatuur?

Het plafond voor één fusie wordt opgetrokken van twintig miljoen naar vijftig miljoen euro. Dat is gevoelig meer. Hoe groter de fusie, hoe groter de ondersteuning. Bovendien verdwijnt de limiet op Vlaams niveau. Die bedroeg 200 miljoen euro. Dat betekende eigenlijk dat er maar tien fusies ondersteund konden worden. Als er morgen vijftig gemeenten willen fusioneren, dan gaan we die allemaal ondersteunen.

Tenzij dan kleine fusiegemeenten?

(knikt) Wij zetten de ondergrens op 20.000 inwoners. Een fusie die minder inwoners telt, zal niet meer beloond worden. Dat kadert in onze langetermijnvisie: een moderne gemeente zou volgens mij minstens 20.000 inwoners moeten tellen.

Wij zetten de ondergrens op 20.000 inwoners. Een fusie die minder inwoners telt, zal niet meer beloond worden.”

Wie fusioneert, kan ook rekenen op meer politieke mandatarissen.

Tijdelijk, inderdaad. Wie fusioneert, krijgt twee extra schepenen in de eerste bestuursperiode en één extra schepen in de tweede. Dat is om twee redenen belangrijk. Een fusie vraagt ten eerste, zeker in het begin, extra werk. Maar dat is ook om meer politiek draagvlak te creëren.

Een politicus schrapt niet graag zijn eigen mandaat.

Voilà, we moeten daar niet flauw over doen. Al is dat niet altijd terecht. Vorige legislatuur zijn er zeven vrijwillige fusies gerealiseerd. De partijen die daarvoor hun nek hebben uitgestoken, zijn niet afgestraft door de kiezer, integendeel.

Wat is uw finale doel? Hoeveel fusies wil u?

In veel gemeentehuizen wordt er vergaderd over fusies. We hopen met dit plan een stevige stimulans te geven. U vraagt hoeveel. (denkt na) Minstens het dubbel van vorige legislatuur. Dat moet lukken. Ik denk dat corona veel ogen geopend heeft. Het sterkste bestuursniveau is het lokale niveau. We hebben al veel gevraagd van de lokale besturen en we zouden eigenlijk nog meer bevoegdheden moeten doorspelen. Maar we botsen op die beperkte schaal. Zomerscholen inrichten, kinderopvang, triagecentra opzetten, dat vraagt veel, hoor. Kleine gemeenten dreigen te verzuipen door een gebrek aan slagkracht. In een ideale wereld zou het aantal gemeenten gehalveerd moeten worden.