Genieten in de Vurige Stede: wij testen Luik uit als citytripbestemming

145
Vanop de Montagne de Bueren heb je een schitterend uitzicht op de stad. (GF)
Vanop de Montagne de Bueren heb je een schitterend uitzicht op de stad. (GF)

Nu we volop ons eigen land aan het (her)ontdekken zijn, wippen we met plezier de taalgrens over. Citytripliefhebbers hebben daarbij de keuze tussen Luik en Namen. Wij gaan voor Luik, beter gekend als de Vurige Stede. Met recht en reden, want tijdens ons bezoek profileert Luik zich als een broeierige cocktail van cultuur, natuur, gastronomisch genieten en hip shoppen.

De geschiedenis van Luik gaat terug tot de vroege middeleeuwen, waarbij de stad evolueerde van een voormalig bedevaartsoord tot een prinsbisschoppelijke stad die ooit over twee derden van het huidige Wallonië heerste. Dat verklaart meteen de vele historische wijken zoals Outremeuse, Hors-Château en Carré, en een centrum vol historische gebouwen.

La Cité Miroir

Maar Luik leeft ook volop in de 21ste eeuw, met prestigieuze projecten als het station Guillemins en het La Cité Miroir-project als meest interessante vertegenwoordigers. La Cité Miroir is op cultureel gebied het paradepaardje van Luik, een vroeger baden- en thermencomplex dat werd getransformeerd tot een prestigieus cultureel centrum vol kunst, cultuur, optredens en tijdelijke tentoonstellingen. In normale tijden toch, nu draait de programmatie op een laag pitje.

Het station Guillemins is een architecturaal hoogstandje gemaakt van staal, glas, wit beton en Belgische blauwe hardsteen en werd ontworpen door de bekende architect Santiago Calatrava. Maar ook de bijhorende Guillemins-wijk is de moeite waard: je vindt er tal van art nouveau-gevels. De wijk kwam immers in het kielzog van de Wereldtentoonstelling van 1905 tot bloei.

Hoofdrol voor de Maas

Luik is zeer uitgestrekt. Wie alles te voet wil verkennen, voorziet best stevige stapschoenen. Of schrijft zich – net zoals wij – in voor een thematische begeleide fietstocht bij ProVelo. Sommige tochten zijn zelfs in het Nederlands. Voor ons leuk meegenomen. Vandaar dat wij op een zaterdagochtend op stap trekken met Gilbert Schiepers, een gepensioneerde Vlaming die ons meeneemt op een tocht die niet enkel aandacht schenkt aan het historische centrum, maar ons ook naar onbekende stukjes van de stad, zoals het Ourthekanaal, brengt.

Het kunstpaleis La Boverie ligt middenin een groene oase, een favoriete pleisterplaats van de Luikenaars. (foto Thierry Lechanteur)©Thierry Lechanteur
Het kunstpaleis La Boverie ligt middenin een groene oase, een favoriete pleisterplaats van de Luikenaars. (foto Thierry Lechanteur)©Thierry Lechanteur

Gilbert leidt ons ook door oude stadswijken als Le Carré en Outremeuse, met de Maas als immer aanwezige achtergronddecor. Want de Luikenaars zijn trots op hun rivier. De wijk Outremeuse ligt zelfs volledig ingesloten tussen de twee zijarmen van de Maas en is in feite een eiland. In deze wijk bracht George Simenon zijn jeugd doorbracht. Aan de kop van het eiland ligt het Boverie-park, een groene stadslong waar het op zonnige dagen heerlijk rondslenteren is en een must voor kunstliefhebbers. In het park, in een voormalig paleis gebouwd voor de Wereldtentoonstelling van 1905, worden heel wat prestigieuze tentoonstellingen georganiseerd. Ook de vaste collectie van La Boverie is een aanrader, vol ronkende namen als Picasso, Delvaux, Ensor en Monet.

Kloppend stadshart

De middeleeuwse wijk La Carré wordt door velen beschouwd als hét kloppend stadshart van Luik. Haar naam heeft ze te danken aan haar straten in dambordstructuur. Hier vind je tal van theaterzalen, cafés, restaurants, filmzalen en een verfijnde keuze aan trendy winkels. Dit stadsdeel moet het vooral hebben van zijn broeierige sfeerschepping vol shoppers, levensgenieters en – jawel – nachtbrakers.

Vlakbij het broeierige centrum vind je een oase van groene rust

Toeristen die van klassiek shoppen houden, raden wij de Rue du Pot-d’Or en de Rue Pont d’Ile aan, twee drukke winkelstraten die in feite weinig verschillen van soortgelijke straten in Brugge, Antwerpen of Gent. Mag het iets origineler, ga dan liever op verkenning in één van de vele zijstraten waar je tal van unieke winkeltjes kan ontdekken. En krijg je van het shoppen niet genoeg, dan kan je op zondag ook naar La Batte, de oudste en grootste publieke markt van België langs de oevers van de Maas.

Met de kinderen

Maar Luik kan niet alleen architectuurliefhebbers en shoppers bekoren, ook families met kinderen komen hier aan hun trekken. Aanrader is het dubbelmuseum Aquarium/Maison de la Science. Laatstgenoemd museum is een wetenschapshuis waar jong en oud op een speelse wijze, en proefondervindelijk, in de wetenschappen worden ingewijd. Het museum is aan vernieuwing toe, al wist het ons toch te charmeren. Een charmeoffensief dat wordt doorgetrokken in het Aquarium, een lichtjes oubollig maar fascinerend museum vol opgezette skeletten, mineralen en een lightversie van Nausicaa in Boulogne-sur-Mer. Ook dit museum kan een opknapbeurt gebruiken, al lieten de vele joelende kinderen het niet aan hun hart komen.

Wie goed rondkijkt, zal merken dat Luik omgeven is door heuvels en bossen. Wij weten een streep natuur te waarderen, en verkennen de hellingen van de citadel. Hiervoor hoeven we zelfs het centrum niet te verlaten, want de paden beginnen al op aan paar passen van de Place Saint-Lambert. Vlak achter het Prins-Bisschoppelijk paleis is het al klimmen geblazen. Het centrum is als het ware tegen een heuvel aangebouwd. De indrukwekkende Montagne de Bueren – een trap van 374 treden – is wereldbekend, maar nog leuker is het om je te laten leiden door het toeval en je weg te zoeken in een wirwar van straten, stegen, passages door het groen, kloostergangen, bossen en boomgaarden. Op een paar passen van het centrum kom je hier in een totaal andere wereld terecht, ver weg van de razende drukte van de grootstad, en nog verder weg van de chaos van het dagelijkse leven.

(Igor Vand enberghe)