Wat een jaar is dit voor Thomas Pieters, onze numero uno in golf. Vierde op de Olympische Spelen, European Tour-winst in Denemarken, een selectie voor de Ryder Cup volgende week. Dit laatste is de prestigieuze clash tussen de twaalf beste Amerikanen en de twaalf beste Europeanen. De 24-jarige Antwerpenaar verliest er zijn ‘cool’ niet bij. “Mijn vriendin heeft meer stress dan ik. Over welk kleedje ze moet aandoen.”

Amper vijf was hij, toen hij voor het eerst een club vastnam. Zijn ouders, verzekeringsmakelaars, ontdekten de sport in Zuid-Afrika, een paradijs voor golfers. Het was liefde op het eerste gezicht. Op zijn dertiende was hij zeker: hij zou carrière maken in golf. Voetbal en basket moesten wijken. “Golf doet iets met mijn lichaam. Een perfecte slag kan een onwaarschijnlijke kick geven.” De VVG-topsportschool in Hasselt was de volgende stap, daarna volgde een avontuur in Illinois, Amerika, waar hij Sportmanagement aan de unief combineerde met golf. Hoewel, combineren? “Van die studies weet ik niet veel meer”, lacht hij. “Ik beperkte dat tot het absolute minimum. Als je in het golfteam wou zitten, moest je echter wel resultaten halen. Dáárom ging ik naar de les.”

Toch heb je je studies niet afgemaakt. Je had al snel heimwee.
Naar mijn familie. Dat klopt. Ik heb een heel goede band met mijn ouders, broer en zus (die ook zijn manager is, red). Wij vormen een hecht gezin, we doen ook veel samen. Daarom is het bijvoorbeeld niet mijn ambitie om enkel de Amerikaanse Tour te spelen. Ik heb geen zin om naar daar te verhuizen. Ik zou mijn familie te veel missen. Let op: het is wel in Illinois dat ik echt heb leren golfen. Je traint er met de beste amateurs ter wereld, de faciliteiten zijn er abnormaal goed, net als de organisatie. Maar toch, ja.

Je bent een echte familieman. In je bagage zit ook altijd het doodsprentje van je grootmoeder.
(knikt) Ik wil haar bij me overal waar ik ga. (even stil) Ik had een speciale band met oma. Zij was mijn grootste fan. Elk krantenknipsel hield ze bij. Vier jaar geleden is ze gestorven. Veel te jong. Net als opa. Hij is een jaar geleden gestorven.

Heb je toen niet even geworsteld met een burn-out?
Ik weet niet of dat een burn-out was. Opa lag plots op sterven. Ik had even geen zin meer om te golfen. Ik denk dat ik twee maanden niet gespeeld heb. Als het thuis niet goed zit voor mij, lukt het ook niet op de baan. Als je golft, heb je veel tijd om na te denken. Uiteindelijk sta je zes uur op het terrein. Dan denk je sowieso aan die slechte dingen. Pas toen ik zijn dood kon aanvaarden, vond ik die focus terug.

Wat zou jij geworden zijn mocht je niet kunnen golfen?
(droog) Boekhouder. Dat is om te lachen, hoor. Neen, geen enkel idee. Ik had nooit een plan-B. Ik wou het maken in golf, falen was geen optie. Als kind was ik al de enige die na een wedstrijd op de practice bleef oefenen. Mijn ouders hebben me nochtans vaak gewaarschuwd: wat als het niet lukt.

“Ik heb zeker niet het gevoel dat ik een BV ben, en maar goed ook.”

En of je aan het slagen bent. Ben je dit jaar jezelf aan het verrassen?
Niet zo. Het gaat snel, ja, maar ik wil dat ook. Ik leg de lat heel hoog. Ik heb altijd honderd procent geleefd voor golf, en daar pluk ik nu de vruchten van. Als je kan finishen met drie birdies, zoals in Denemarken, en je ziet nadien die beelden, dan denk je: wow. Dan weet je dat je goed bezig bent.

Is je leven omgegooid sinds de Olympische Spelen?
Neen, toch niet. Je maakt wel eens mee dat je in de auto zit en je bent plots een vraag op Studio Brussel. Dat is wel grappig. Maar dat stoort mij niet. Het zou mij pas storen mocht ik overal herkend worden. Het laatste wat ik wil, is in de boekskes staan. Nu kan ik nog rustig door Antwerpen lopen, niemand herkent mij. Ik heb zeker niet het gevoel dat ik een BV ben, en maar goed ook.

Je caddie Adam Marrow aarzelde om naar Rio te gaan, uit vrees voor het Zikavirus. Wat zou dat voor jou betekend hebben?
Ik zou iemand anders gezocht hebben. Maar goed, dat zou niet hetzelfde zijn. Ik zou niet optimaal gepresteerd hebben. Een caddie is veel meer dan iemand die je zak draagt. Je bent weken samen op reis, je eet samen, je traint samen. Tijdens wedstrijden vertrouw je op hem voor de afstanden, de wind. Als het moeilijk gaat, moet hij de juiste dingen zeggen. Dat kan Adam, hij voelt mij goed aan. En hij houdt net als ik van droge humor. Ik lijk misschien altijd serieus, maar dat ben ik niet. (lacht) Met mijn vorige caddie klikte het niet zo. Die samenwerking heb ik na enkele maanden stopgezet.

Hoe kijk jij vandaag terug op die vierde plaats?
Dat is balen, hè. Ik heb er nog nachtmerries over.

Je derde dag was dramatisch. Hoe verklaar je dat?
Zo’n dag heb je één keer per jaar, denk ik. Alles zat tegen. Sloeg ik slecht, dan botste de bal nog eens de andere richting uit. ’s Avonds zat ik echt kapot. Ik was nog nooit zo teleurgesteld. Ik heb toen gebeld met mijn mama en mijn zus. Dat helpt. Dan praten we over vergelijkbare situaties in het verleden, hoe ik dat toen aangepakt heb. Was dat iets mentaal? Ja en neen. Golf is loodzwaar op mentaal vlak. Maar ik voelde me die dag niet anders dan de eerste twee dagen en die verliepen perfect.

Topgolfers leven het jaar door in vliegtuigen en hotels. Je collega Nicolas Colsaerts zei daarover in deze krant: “Ik ben dankbaar dat ik dit leven kan leiden, maar soms denk ik ook: fuck it.” Snap je hem?
Jawel, maar Nicolas draait al zoveel jaren mee. Anderzijds denk ik wel dat hij dit leven keihard zal missen mocht hij stoppen. (denkt even na) Ik heb nu wel een vrij goede balans gevonden tussen sport en vrije tijd. Als ik enkele weken vrij neem, dan probeer ik niet aan golf te denken. Dan is het tijd voor familie, vrienden, vriendin. Twee jaar geleden zou ik dat niet gekund hebben. Al is het nog altijd moeilijk. Vorige week was ik vrij, en heb ik niets anders gedaan dan YouTube-filmpjes opzoeken over de Ryder Cup.

En uitgaan, hoort dat er bij voor een golfer?
Je zou dat kunnen, maar ik ben daar niet goed in. Als ik vier weken vrij heb, zal ik die eerste week wel eens een pintje drinken. Maar als ik er twee binnen heb, dan ben ik zó tipsy. (lacht)

“Ik heb vlinders in mijn buik voor de Ryder Cup.”

Volgende week is er die fameuze Ryder Cup in Minnesota. Ben je klaar voor het derde meest bekeken sportevent ter wereld?
Zeg dat laatste maar niet aan mijn vriendin. (lacht) Zij is nu al aan het stressen. Meer dan ik. Over welk kleedje ze moet aantrekken. De vrouwen behoren ook tot het team, en krijgen elke dag een andere outfit om aan te doen. Ze is wel blij dat ze er eens bij kan zijn, zij studeert Rechten, al heeft ze geen zin in de camera’s. Ik kijk er natuurlijk keihard naar uit. Ik heb zelfs vlinders in mijn buik.

Zullen ze Thomas Pieters daar al kennen?
Dat denk ik niet. Dat kan wel in mijn voordeel spelen. Ik kan onverwacht uit de hoek komen. Net zoals Nicolas vier jaar geleden. Dan zullen ze mij wel kennen.

Ryder Cup-captain Darren Clarke zegt dat jij evenveel indruk maakt als Tiger Woods destijds. Wat doet dat met je?
Dat is natuurlijk plezant als zo iemand dat zegt. Maar anderzijds gaat dat bij mij het ene oor in en het andere weer uit. Ik heb mijn eigen plan. Ik weet wat ik wil, al zeg ik dat niet in de media. Anders word je daar voortdurend mee geconfronteerd.

VRT-journalist Karl Vannieuwkerke zei me dat jij de eerste Belg wordt die een Major wint.
Dat hoop ik ook. En dat is zeker één van mijn ambities.

Het sportrapport van Thomas Pieters

Als kind was mijn idool …
Tiger Woods en Michael Jordan.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …
Tiger Woods. Die plant trouwens een comeback.

Mijn mooiste sportmoment?
Ik hoop dat dat er volgende week aankomt. Voorlopig is dat de Spelen, en dan bedoel ik de beleving ervan. Ik ben zeker dat er binnen vier jaar geen toppers meer zullen afzeggen. Rory Mcllroy heeft nu al toegegeven dat hij spijt heeft.

Mijn grootste ontgoocheling?
Ook Rio, die vreselijke vierde plaats.