Herman Van Rompuy (CD&V) werd in 2010 de allereerste ‘Europese president’:“Ik wou eigenlijk premier blijven”

110
Herman Van Rompuy anno 2010, hier samen met bondskanselier Angela Merkel. “Ik wou enkel de voorzitter van de Europese Raad worden als álle lidstaten mij wilden. Ik dacht niet dat dat zou gebeuren.” (foto Belga Image)©KLAUS-DIETMAR GABBERT BELGAIMAGE
Herman Van Rompuy anno 2010, hier samen met bondskanselier Angela Merkel. “Ik wou enkel de voorzitter van de Europese Raad worden als álle lidstaten mij wilden. Ik dacht niet dat dat zou gebeuren.” (foto Belga Image)©KLAUS-DIETMAR GABBERT BELGAIMAGE

Vriend en vijand keken verbaasd op, toen die kleine Belg Herman Van Rompuy aangeduid werd als allereerste ‘Europese president’. Zijn eerste werkdag was 1 januari 2010. De erudiete christendemocraat zou vijf jaar lang woelige wateren overleven in zijn gekende stijl van rustige vastheid. Vandaag geniet Van Rompuy van zijn verdiend pensioen.

Het is een opmerkelijk montere Herman Van Rompuy die voor zijn zoom-scherm verschijnt. “De covid-periode was niet traumatisch voor mij”, vertelt hij. “Ik zeg dat met enige schroom, want voor veel mensen was het voorbije jaar wél heel zwaar. Ik kan echter moeilijk iets anders beweren. Ik ben gezond, mijn familie is gezond. Ik heb veel activiteiten, vooral online toespraken, en amper verplichtingen. Ik kan mijn dagen invullen zoals ik zelf wil. Dankzij het online gebeuren heb ik zelfs de kans gekregen om te debatteren met Joseph Stiglitz, Nobelprijswinnaar Economie. Dat was een bijzondere eer voor mij. Ik besef natuurlijk dat ik geprivilegieerd ben. Ik hoop ook dat deze nare periode snel voorbij is.”

Op 1 januari 2010 begon Van Rompuy aan de laatste, maar ook meest illustere fase van zijn rijke politieke carrière. Het CD&V-boegbeeld werd de eerste vaste voorzitter van de Europese Raad, in de volksmond de ‘Europese president’. Of hij soms nostalgisch terugblikt? “Néén”, stelt hij kordaat. “Ik heb dat vijf jaar lang graag gedaan, met overtuiging en enthousiasme, maar ik heb die pagina haast meteen omgedraaid toen ik weer vertrok. Ik was 67. Dan is het genoeg geweest. Let wel: ik volg het op de voet, hoor. Maar ik voel geen heimwee.”

Eén kans

De serene Brabander was amper een jaar premier van België, toen de lokroep van de Europese Unie klonk. Het verscheurde zijn geweten, zou zijn vrouw later zeggen. “Ik wou eigenlijk premier blijven. Ik had dat ook aan koning Albert gezegd. Niet omdat ik verknocht was aan die post, maar omdat ik aanvoelde dat België stabiliteit nodig had. ( fijntjes ) Of rustige vastheid: een rol die mij ligt als gegoten. ( glimlacht ) Ik vreesde voor politieke turbulentie en ik heb helaas gelijk gekregen.”

Waarom hij dan toch overstag ging? Daarvoor moeten we richting Élysée in Parijs kijken. Een telefoontje van toenmalig president Nicolas Sarkozy op een late maandagavond. “De eerste die belde, was de Zweedse premier. Daarna was Sarkozy aan de beurt. ‘Herman, is er écht geen enkele kans’, vroeg hij. ‘Er is één kans’, zei ik. Als álle 27 lidstaten mij willen, dan zou het nogal vermetel zijn om neen te zeggen. Ik dacht niet dat dat zou gebeuren.” De rest is geschiedenis.

Anders gaan leven

Van Rompuy is vandaag naast een veelgevraagde spreker ook een liefdevolle grootvader. Wat zijn favoriete anekdote is aan zijn kleinkinderen over die Europese jaren? “Mijn mooiste moment was de plechtigheid in Oslo, toen ik namens de Europese Unie de Nobelprijs voor de Vrede in ontvangst mocht nemen. Dat was in december 2012. Ik heb toen de beste toespraak van mijn leven gehouden. Het toeval wil dat ik die vorige week voor de eerste keer herbekeken heb. ( zichtbaar fier ) Mijn oudste kleinzoon was gevraagd om een spreekbeurt te houden in zijn klas over een bekende Vlaming. Hij heeft voor zijn opa gekozen.”

Gevraagd naar zijn dromen voor de toekomst, antwoordt Van Rompuy heel bedachtzaam. “Ik behoed me voor grote dromen. Ik ben 73 jaar. Ik wil vooral zinvolle dingen doen en vertellen. Mijn talent is spreken. Dat is al mijn corebusiness van toen ik zestien jaar was. Ik hou ervan om mensen te inspireren, te doen nadenken. Dat kan over de Europese politiek zijn, maar evenwel over de Stichting Zoniënwoud, waarvan ik de voorzitter ben. Of over de wereldbeweging van de christelijke meditatie: een late ontdekking van mezelf. ( denkt na ) Ik hoop vooral dat ik nog lang een meerwaarde kan betekenen voor anderen. Eén iets ga ik niet meer doen: dat is terugkeren naar de politiek en naar het hectische leven. Die tijd is onherroepelijk voorbij. Agalev : dat is mijn toekomst. Anders gaan leven. ( lacht )”