Waarom mag ik op Moederdag met mijn mama gaan joggen, maar niet bij haar thuis samen een stukje taart eten? Het is een van de vele vragen die rijzen over het soort sociaal contact dat vanaf 4 mei wel of niet wordt toegestaan. “Alle begrip voor die vragen”, zeggen sociaal psycholoog Alain Van Hiel en professor Erika Vlieghe. “Maar die knuffel moet gewoon nog even wachten.”

Wanneer mogen vrienden en familie op bezoek komen? Wanneer kan ik mijn kleinkind weer omhelzen? En wanneer mag kussen met mijn vriend of vriendin die elders woont opnieuw? De vragen over het sociaal contact met dierbaren blijven spelen. Ook na de Nationale Veiligheidsraad van vrijdag. 18 mei is de nieuwe richtdatum, maar zekerheid biedt die niet. Een voorbereidend onderzoek (zie kader, red.) moet uitsluitsel bieden of we met meer dan twee vrienden of familieleden bij elkaar thuis kunnen komen. En onder welke voorwaarden dat moet gebeuren.

Sociaal psycholoog Alain Van Hiel van de Universiteit Gent is niet verbaasd dat we met net die vragen blijven zitten. “Integendeel. Sociaal contact vormt de kern van ons mens-zijn. Het is een van dé basisbehoeften die in alle literatuur over psychologie naar voren wordt geschoven. Mensen verkeren in een positieve stemming als ze in gezelschap van anderen zijn, zeker als een bepaald niveau van nabijheid en intimiteit wordt ervaren. Het leven wordt simpelweg aangenamer met vrienden en familie om je heen. De frustratie van die behoefte voelt slecht aan en daarom komen er vragen. We zijn op zoek naar duidelijkheid, maar ik vrees dat een waterdicht plan in deze bijna niet te realiseren is.”

Expeditie Robinson

Eerder deze week leken bijeenkomsten van tien personen in dichte kring mogelijk, zo stond in een gelekt advies van de GEES (Groep van Experten belast met de Exit-Strategie, red.) te lezen. Uiteindelijk besliste de Nationale Veiligheidsraad om de huidige maatregelen enkel voor het sporten en wandelen aan te passen, zoals diezelfde GEES finaal adviseerde.

Spelen die eerdere signalen een rol in het gevoel van ontgoocheling dat velen nu ervaren? “De verwachtingen bij de mensen lagen inderdaad te hoog, maar daar zijn wij niet verantwoordelijk voor”, zegt professor Erika Vlieghe, voorzitter van de GEES, die nog één keer op het lek wil terugkeren. “De onnozelaar die de proefversie naar buiten heeft gebracht, had beter twee keer nagedacht over de schade die hij of zij zo aanricht.”

“Ik zou het ook liever anders zien, maar op dit moment is deze stapsgewijze aanpak de juiste.”

Professor Erika Vlieghe

“De vraag stellen is ze beantwoorden”, pikt professor Van Hiel in. “Ik maak graag de vergelijking met ‘Expeditie Robinson’, toch een populair tv-format. Als je daar ’s morgens te horen krijgt dat er ’s avonds een grote pan met eten komt, maar die aankondiging doorheen de dag afzwakt naar een droog boterhammetje, dan blijf je als eilandbewoner ontgoocheld achter. Zonder enige twijfel.”

Sociaal psycholoog Alain Van Hiel ziet op de sociale media dat mensen tegenstellingen vinden in de nieuwe richtlijnen. “Winkelen en werken kan wel, familie bezoeken nog niet. Dat valt in het brein van veel mensen moeilijk met elkaar te rijmen. Er duiken ondertussen allerlei scenario’s op, bijvoorbeeld rond Moederdag. Je zou wel mogen gaan vissen met je moeder, maar samen een stukje taart eten in haar tuin is nog geen optie. Dat wrijft, dat voel je zo.”

Wel hoop

“Vanaf 4 mei is er wel een en ander toegelaten, ook op vlak van sociaal contact”, benadrukt professor Erika Vlieghe wel. “Je kan een vriend of familielid extra zien, zolang dat op een veilige manier gebeurt. Het verschil met een werk-, winkel- of schoolomgeving is de controle. Procedures voor privébezoek, feestjes of barbecues uitschrijven is niet haalbaar, controleren nog veel minder. Het is een dunne lijn, een moeilijke oefening, dat beseffen we.”

“De filosofie achter dit alles is: het aantal contacten dat mensen hebben, zoveel mogelijk beperken en de contacten die er zijn, zo veilig mogelijk laten verlopen. Waar afstand niet kan, moeten mondmaskers worden gebruikt”, aldus Erika Vlieghe nog. “Het doel? Nieuwe brandhaarden van besmettingen vermijden. Dat er mensen besmet zullen raken, is onvermijdelijk. Maar als dat bij wijze van spreken druppelsgewijs gebeurt, kan ons zorgsysteem de controle behouden. Mochten we alles in één keer open zetten én vrienden én familie én overal contact tussen verschillende generaties dan is het hek van de dam.”

Er is wel hoop, zo benadrukken zowel professor Vlieghe als professor Van Hiel. “Als we de voorgeschreven maatregelen nauwgezet blijven opvolgen, dan is er wel degelijk een vooruitzicht op beterschap”, stelt professor Van Hiel. “Maar net daar knelt ook het schoentje. Stel dat je te vroeg loslaat en er pakweg 10 procent van de bevolking zich niet houdt aan de versoepelde regels, dan zou het kunnen dat we weer bij af staan. De klap zou des te groter zijn om daarna weer strenger te moeten ingrijpen. Dan kom je in een sociaal horrorscenario terecht, vrees ik. Dan verlies je pas echt de moed. Ik denk dat de overheid net daarom zo voorzichtig is. Waarschijnlijk is die voorzichtigheid gerechtvaardigd.”

Moederdag

Vraag is hoelang we de huidige druk kúnnen volhouden. Daar zijn volgens Alain Van Hiel sowieso heel grote individuele verschillen in. “Niet alleen je persoonlijkheid, ook de omgeving waarin je verblijft, speelt een rol. Het is een stuk aangenamer om dat met vijf gezinsleden in een tuin te doen, dan alleen op een stadsappartementje. Er is echter geen andere mogelijkheid. We móéten doorbijten.”

“We zitten niet opgesloten of helemaal geïsoleerd van elkaar, hé”, zegt Erika Vlieghe nog. “Het sociaal contact keert met mondjesmaat terug. Geloof mij, ik zou het ook liever anders zien, ik zou ook liever op een terrasje zitten met vrienden, maar op dit moment is deze stapsgewijze aanpak de juiste.”

En Moederdag, mevrouw Vlieghe, hoe gaat u die vieren? (lacht luid) “Ik zou het begot niet weten. We zijn nog lang zover niet. We zullen zien. Al hoop ik dat ik tegen dan gewoon wat tijd kan vrijmaken voor mijn eigen kinderen. Een rustige Moederdag zal betekenen dat we goed bezig zijn.”

(Olaf Verhaeghe)