Operatie Noorderlicht: zelfs in quarantaine valt er uitstekend van IJsland te genieten

1792

Watervallen, gletsjers, vulkanen, lavavelden en zwarte zandstranden. Het unieke landschap van IJsland weet elke toerist moeiteloos te verleiden, ook al moet die tegenwoordig eerst vijf dagen in quarantaine. Hoe bijzonder die quarantaine kan zijn, ondervond onze journalist Sebastiaan Bedaux.

Toen ik in augustus een trip naar IJsland vastlegde voor vertrek eind september, was er nog geen vuiltje aan de lucht. Bij aankomst zou ik weliswaar een coronatest moeten ondergaan, maar een ochtend later – en bij een negatief resultaat uiteraard – zou ik aan mijn vakantie kunnen beginnen. Maar plots, amper twee dagen na mijn boeking, veranderde IJsland de spelregels. Eén test was niet meer afdoende, het zouden er twee worden, eentje bij aankomst en een tweede op dag 5 of 6, om vals-negatieven uit te sluiten. En elke toerist zou in die periode in quarantaine moeten. Misschien niet zo’n ramp voor mensen die drie weken blijven, maar wat met mijn vakantie? Ik had maar een reisje van 6 dagen geboekt. Een reisje dat achteraf een fantastische quarantainevakantie bleek.

Het scheelde overigens maar een haar of ik had een streep getrokken door deze hele reis. De informatie voor reizigers op de website covid.is beloofde immers niet veel goeds: toeristen in quarantaine mochten niet naar populaire attracties, musea, supermarkten, restaurants of openbare toiletten. Rijden (in een huurwagen) behoorde gelukkig wel tot de mogelijkheden, net als wandelen en genieten van de fabelachtige IJslandse natuur, zolang ik maar anderhalve meter afstand kon houden van andere toeristen. De grensbewaker in de luchthaven peperde me de regels nog eens in. “Blijf weg van drukke toeristische plekken, restaurants en supermarkten.” Ik knikte gedienstig. In mijn koffer had ik een berg instantnoedels, een hoop energierepen en een sixpack ravioliblikken gepropt. Op vlak van gastronomie zou deze reis geen topper worden, zoveel was zeker. “Dan wens ik u toch een prettig verblijf in IJsland.”

Uniek avontuur

Toen ik in mijn vierkante huurwagen door uitgestrekte lavalandschappen, verlaten vissersdorpjes en over een lege ringweg tufte, overviel me het gevoel dat dit wel eens een uniek avontuur zou kunnen worden. Een tocht door een land zonder toerisme, een land dat onder normale omstandigheden zes keer meer bezoekers dan inwoners telt. Niet veel later stond ik moederziel alleen op de gigantische parking voor de Skógafoss-waterval. Op de plek waar ik ooit, op een van mijn vorige reizen door IJsland, wel vijftig tourbussen en kampeerwagens en wel driehonderd personenwagens spotte, viel nu enkel mijn witte Suzuki Jimny te bewonderen. Oh ja, en die magnifieke waterval in de verte natuurlijk ook.

Seljavallalaug, het bekende oude geothermische buitenzwembad. (foto SB) ©sbedaux
Seljavallalaug, het bekende oude geothermische buitenzwembad. (foto SB) ©sbedaux

In de dagen die volgden, zou ik nog heel wat klassiekers in Suðurland (Zuidland) – veruit de populairste regio van IJsland – bezoeken. Klassiekers die ik eigenlijk al goed kende, maar niet op deze manier. Op het zwarte zandstrand van Reynisfjara, waar een handvol imposante basaltzuilen van zo’n zestig meter hoog opdoemen vanuit het zeewater, telde ik evenveel honden als mensen: twee. In Seljavallalaug, het bekende oude geothermische buitenzwembad, zwom één jongedame. Van de adembenemene Svartifoss en de ijzingwekkende Háifoss genoot ik in m’n uppie. Zelfs aan het fameuze gletsjermeer Jökulsárlón en het geothermische gebied rond Geysir kon ik de bezoekers op twee handen tellen.

Maar een paar bezoekers aan het bekende gletsjermeer Jökulsárlón: een uitermate ongewoon gezicht. (foto SB) ©sbedaux
Maar een paar bezoekers aan het bekende gletsjermeer Jökulsárlón: een uitermate ongewoon gezicht. (foto SB) ©sbedaux

De afwezigheid van het massatoerisme was magisch en ik kon mijn geluk niet op. Of toch… Op mijn derde dag in IJsland waagde ik me aan Landmannalaugar, een fabelachtige en zeer kleurrijke geothermische oase in het onherbergzame binnenland, op een boogscheut van vulkaan Hekla. Het is zo’n tocht waar je na augustus een tikkeltje geluk voor moet hebben. Geluk dat er niet net een sneeuwstorm lang geraasd is en het landschap heeft ondergedompeld in dikke lagen poeder. Eind september kom je vaak te laat om het nog tot Landmannalaugar te schoppen. Maar mijn Jimny ploeterde dapper voort in de onverwachte sneeuwbui, beet zich met vier wielen vast in de combinatie van grind en ijs, baande zich zelfs een weg door een snelstromend riviertje, maar moest zich uiteindelijk gewonnen geven toen de sneeuwlaag op een tiental kilometer voor de finish simpelweg te dik werd.

Wees verstandig

Een dag later dook ik een nieuw – opnieuw schier onmogelijk – avontuur in, dat van Þórsmörk (spreek uit: Thorsmurk). De unieke bergkam is zo’n plek die zijn geheimen enkel in de zomermaanden prijsgeeft. In september (en later) haal je de tocht doorgaans enkel in een grote 4×4 met kolossale banden. “Blijf aan de rechterkant van de grote rivier”, had Ragnhildur Ragnarsdóttir, de eigenares van mijn cabin in Hella, mij wijselijk aangeraden. “Je zult door heel wat kleinere riviertjes moeten voordat je op je bestemming aankomt, maar gasten van mij is het twee weken geleden nog gelukt. Als je twijfelt om een bepaalde rivier over te steken, doe het dan niet. Er gebeuren in IJsland elk jaar talloze ongelukken met overmoedige toeristen. Wees verstandig!” Haar laatste twee woorden spookten als een levensreddend mantra door mijn hoofd. Wees verstandig. Hoe verstandig het uiteindelijk was om die eerste echt uitdagende rivier over te steken, weet ik nog steeds niet. Ik verlegde een aantal grote keien in het water, probeerde op sommige plekken de diepte in te schatten en legde mijn vertrouwen (en leven) in handen van mijn kar. Met een bonzend hart en de penetrante geur van afgesleten koppeling in mijn neus haalde ik de overkant. De rivier was overwonnen en ik kon mijn tocht verderzetten. Þórsmörk lag nu binnen handbereik, maar ik had niet gerekend op een nog bredere rivier iets verderop. Een half uur lang bestudeerde ik de waterloop, maar de woorden van Ragnhildur klonken te luid. Ik gaf op. Ik troostte mezelf met de gedachte dat ik nooit eerder op zo’n mooie plek zo gefrustreerd was geweest.

Om het goed te maken (of zo leek het toch), trakteerde IJsland mij ’s avonds op een waar feest. Eerst liet de Melkweg zich zien, vlak boven mijn cabin. Niet veel later kwam de aurora borealis. Het mythische noorderlicht, dat ik tijdens mijn drie eerdere trips in IJsland nooit had mogen ervaren. Nu dansten de groene slierten enthousiast boven mijn hoofd, een half uur lang, om daarna weer te verdwijnen en mij compleet verbluft achter te laten.