Je zal in de voetballerij weinig mensen zo minzaam vinden als Jan ‘Caje’ Ceulemans. Hij is misschien wel de meest succesvolle Belgische voetballer aller tijden, maar de Kempenzoon blijft altijd en overal met zijn voetjes op de grond. Eén iets heeft hem wel diep geraakt. En nog steeds, dat voel je. Zijn ontslag als trainer bij ‘zijn’ Club Brugge.

“Ik zal misschien wel tot de top-tien behoren. Maar ik sta daar niet echt bij stil. Ik vind ook niet dat je generaties kunt vergelijken.” Zijn antwoord op mijn vraag of hij de meest succesvolle Belgische voetballer ooit is. Het is Jan Ceulemans (58) ten voeten uit. Nochtans: zijn palmares liegt er niet om: een EK-finale, een WK-halve finale, recordinternational met 96 caps, drie keer kampioen en twee keer Beker met Club, drie keer Gouden Schoen, de Nationale Trofee voor Sportverdienste. “Tja, dat is niet mis, hé (lacht). Ik heb alles bereikt wat ik wou, dat wel. Ik heb alleen spijt dat ik in 1980 niet ingegaan ben op het aanbod van AC Milan. Ik zal nooit weten of ik het had kunnen waarmaken in het buitenland.”

Je kon er dertien miljoen per jaar verdienen.

Belgische frank, hé (lacht). Vandaag verdienen die mannen dat op één week. Nee, dat had met onzekerheid te maken. Ik wist niet of ik het zou aankunnen. Ik had er een goed jaar op zitten bij Club en de nationale ploeg, maar ik wou nog minstens één jaar bevestigen. Ik voelde me ook ongelooflijk goed bij Club. En ik dacht dat er nog kansen zouden komen. Lazio Roma liet enkele jaren later wat interesse blijken, maar ik kon toen net een overeenkomst tekenen bij Club voor zeven jaar. Als je vijftien jaar bij een topclub kan spelen, mag je tevreden zijn. Ik kan ook financieel niet klagen. Ik heb één iets goed onthouden van Guy Thys: je kan geen twee biefstukken tegelijk eten.

Opvallend wel: jij hebt de legendarische Europacup I-finale van Club tegen Liverpool in 1978 maar net mislopen.

Dat klopt. Ik zou aanvankelijk al in 1977 naar Club gaan, maar het was mijn eigen keuze om nog één jaar aan Lierse verhuurd te worden. Opnieuw die onzekerheid. Voor mij was die transfer een grote stap. Brugge, dat was de andere kant van de wereld, hé. Er was ook interesse van Anderlecht, maar Club gaf me het beste gevoel.

Jij bent een atypisch figuur in de voetballerij: altijd bescheiden, geen uiterlijke show, geen dure praatjes. Heb jij je ooit thuis gevoeld in die wereld?

Ik heb nooit gedacht: dat is nu mijn wereld. Maar je leert daar wel in meedraaien. (denkt na) Het is een speciale wereld. Als je goed bent, word je aanbeden. Als je minder bent, laat men je vallen. Ik heb dat altijd goed beseft. Ik durf stellen dat ik altijd mezelf gebleven ben. Als ik ergens binnenkom, is dat niet met een air van: hier is dé Jan Ceulemans. Voor mij is voetbal altijd een spel gebleven, ook als trainer. Ik deed dat gewoon graag.

“Ik denk wel dat we niet zo ver geraakt waren op dat WK in ’86 had Club toen de titel gepakt”

Als de Enzo Scifo’s van deze wereld te veel show verkochten, zette jij hen wel op hun plaats. Zoals in 1986.

Dat was ik niet alleen, dat was samen met de andere oudere spelers. Ik veronderstel dat dat vandaag nog steeds zo zou zijn. Al die show beviel ons niet.

Was het moeilijk om als Club-speler samen te spelen met de grote rivalen van Anderlecht in de nationale ploeg?

Voor mij niet. (denkt na) Ik denk wel dat we niet zo ver geraakt waren op dat WK in ’86 had Anderlecht toen de testmatchen voor de titel verloren van ons. Het was nu al onrustig in Mexico met Scifo, Vercauteren en Vandereycken, maar hadden wij die titel gepakt, dan zou de bom helemaal ontploft zijn. De Bruggemannen hadden toch meer die nuchterheid. Wij dachten van: oké, wij zijn geen kampioen, maar nu telt alleen de nationale ploeg. Omgekeerd zou dat zo niet geweest zijn.

Heb jij die bescheidenheid van thuis uit?

Dat denk ik wel. Vader en moeder waren nuchtere mensen. Hard werken en voeten op de grond. Mijn broer en ik zijn ook zo. De school beviel me niet. Ik heb enkele maanden in een schoenenfabriek gewerkt, maar toen kwam de voorzitter van Lierse aankloppen. Ik zou er tweeduizend frank meer verdienen, plus premies. Dan wil je die kans te grijpen. Profvoetballer worden was mijn kinderdroom. En mocht het niet lukken, dan kon ik terug gaan werken.

Je noemt je ontslag als trainer bij Club je grootste ontgoocheling.

Dat ontslag was niet correct, ik blijf daarbij. We stonden derde in de competitie, we overwinterden Europees. Is het vandaag zoveel beter? Zit ik nu in Brugge met dezelfde resultaten, dan word ik niet ontslagen.

Dat ontslag heeft je ook menselijk geraakt.

(knikt) Ik had dat niet verwacht. Toch niet in Brugge. Ik dacht dat ik daar iemand was. Ik had eigenlijk niet mogen ingaan op de vraag, ik weet dat. Verschillende sterkhouders waren net vertrokken, dat was niet het goede moment om daar trainer te worden. Maar ja, Club was wel mijn ploeg. Ik had gedacht dat ik meer krediet zou krijgen. Ze hadden mij ook gezegd dat het een overgangsjaar mocht worden.

Jan Ceulemans heeft zijn ontslag bij 'zijn' Club nog altijd niet goed verteerd.
Jan Ceulemans heeft zijn ontslag bij ‘zijn’ Club nog altijd niet goed verteerd. (foto belga)

Heb je je intussen verzoend met Club en de bazen van toen?

Met de Club wel, het is intussen ook tien jaar geleden. Met Marc Degryse (toenmalig sportdirecteur, red) kan ik ook weer een pint drinken. Enkele jaren geleden heb ik een goed gesprek gevoerd met hem. Franky Van der Elst was daarbij. Let op: het zal nooit meer zijn zoals vroeger, maar ik heb intussen wel begrip voor zijn standpunt. Marc had die zaken niet onder controle. Hij was niet de grote baas. Hij moest werken onder Michel D’Hooghe en dat is niet zo simpel, denk ik.

Komt het met D’Hooghe nog goed?

Nee, dat gaat niet meer. (stil) Maar ik heb daar ook geen behoefte aan. En ik veronderstel hij ook niet.

Jij zit zonder werk sinds je in mei Deinze verliet. Hoe ziet jouw toekomst eruit?

Ik hoop nog ergens aan de slag te kunnen. Liefst in een straal van 50 kilometer van Westerlo waar ik woon. Ik besef wel dat eerste klasse voorbij is. Het is logisch dat die ploegen nu eerst naar jonge trainers kijken. Maar misschien dat er toch nog een ploeg uit tweede of derde aanklopt. Nu, ik maak mij daar niet te druk in. Ik zit niet elke dag dat telefoontje af te wachten. Je zou jezelf alleen maar ziek maken. Ik heb me deze zomer goed kunnen bezighouden. Ik heb vooral veel gefietst. Nu komen de moeilijke maanden eraan. Maar dan doe ik interviews, en gaat de tijd ook voorbij (lacht luid).

“Ik besef dat mijn ontslag in Brugge mijn carrière een serieuze tik gegeven heeft”

Zie je jezelf iets doen buiten de voetbalwereld?

Nee, dat zou moeilijk zijn. Ik ben er 58 en heb nooit iets anders gekend. Het zal iets zijn in de voetbalwereld of niets meer. Ik hou ook met dat laatste rekening.

Je trainerscarrière was minder succesvol dan je spelerscarrière. Heb je jezelf te weinig verkocht?

Dat is een feit. Maar je bent zo of je bent zo niet. Je kan jezelf niet veranderen. Ik bekijk veel wedstrijden. Als ik dan soms een trainer achteraf bezig hoor, dan denk ik: heeft die wel dezelfde wedstrijd gezien? Waarom zegt geen journalist dat eigenlijk tegen die trainers?

Geen idee. Zijn ze bang van trainers als Leekens, Wilmots of Preud’homme?

Dat is een feit. Nu, dat is ook een kwaliteit van die trainers natuurlijk. Maar ik vind dat je soms de zaken moet zeggen zoals ze zijn. Georges is een goede vriend van mij. Maar de Leekens als mens en de Leekens als trainer gelijken niet op elkaar. Nu, het is niet alleen dat. Ik besef ook dat mijn ontslag in Brugge mijn carrière een serieuze tik gegeven heeft.

Sportrapport

Als kind was mijn idool …

Idolen had ik niet, maar ik had wel grote bewondering voor Wilfried Van Moer. Net als ik een man van daden, niet van woorden.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Dat kan ik zo niet zeggen. Ik heb natuurlijk veel respect voor spelers als Messi en Ronaldo.

Mijn mooiste sportmoment?

De EK-finale in 1980. Wij hebben toen absolute kleppers als Engeland, Spanje en Italië achter ons gelaten. Dat was ook mijn grote doorbraak.

Mijn grootste ontgoocheling?

Mijn ontslag als trainer in Brugge in 2006.