Waregem Zulte Waregem ontvangt vandaag Club Brugge. Maar Jelle Vossen zal er in het Regenboogstadion niet bij lopen. Bij zijn overgang naar Zulte Waregem eind januari dwong Club Brugge af dat hij in het eerste anderhalf jaar van zijn contract niet mag meespelen in de West-Vlaamse derby tussen zijn nieuwe en zijn oude club. Een gesprek over een bizarre wending van zijn carrière.

Door Christian Vandenabeele

Ter herinnering: Limburger Jelle Vossen, 31 geworden op 22 maart, scoorde tot nu toe 174 keer in 472 officiële wedstrijden. Zijn topjaren kende hij bij Racing Genk, waar hij in vier seizoenen achtereenvolgend 24, 27, 25 en 18 doelpunten maakte. Bij Club Brugge waren het er de eerste twee jaar 16 en 18, maar daarna kreeg hij almaar minder speeltijd. Uiteindelijk werd hij eind januari verkocht aan Zulte Waregem, dat hem het eerste anderhalf seizoen wel niet tegen Club Brugge mag opstellen – en tegen alle andere ploegen dus wel. Het is van de pot gerukt dat zo’n clausule bij een definitieve transfer nog toegelaten wordt, maar dat was toen zijn grootste zorg niet, zegt hij. “Ik zette er mijn handtekening onder omdat ik niet wou dat de financiële deal tussen de clubs zou afspringen. Ik wou absoluut naar Zulte Waregem.”

Daar stond je de laatste drie wedstrijden zowaar op de linkerflank. Is dat niet frustrerend voor een zestienmeterspits?

Ik denk dat iedereen wel weet dat mijn beste kwaliteiten niet op de flank liggen. In het begin stond ik in het centrum en Berahino achter mij, maar omdat we soms een man tekortkwamen centraal op het middenveld is daar een mannetje extra gezet en ben ik op links moeten gaan spelen. Tegen Waasland-Beveren, dat het met vijf achterin deed, stonden we voorin tegen de drie centrale verdedigers, dus dat was niet echt op de flank voor mij. We domineerden en ik kon toen ook scoren. Maar in Moeskroen en tegen Charleroi, die het met een viermansverdediging deden, moest ik vaak diep teruglopen om de rechtsback te volgen en te zorgen dat hij niet gevaarlijk kon worden. Dat lukte, omdat ik daar het volume voor heb en ik er niet vies van ben om dat werk te doen. Maar als je dominant kunt voetballen en op de flank minder defensief loopwerk moet doen, kun je ook dichter bij de diepe spits aansluiten en meer in de box komen om kansen af te werken. Uiteraard speel ik het liefst in de as van het veld. Daar haal ik veruit het hoogste rendement.

Hoe is het om na al die jaren aan de top niet meer bij een topclub te spelen?

Natuurlijk is het wel een beetje anders nu. Er is voldoende ambitie, maar de druk en de stress die je bij een topclub elke week voelt, is hier toch iets minder. Als je bij Genk of Club Brugge één wedstrijd verloor, stond het kot al in brand. Maar het is een bewuste keuze die ik maakte. Na die moeilijke periode bij Club Brugge wou ik absoluut aan spelen toekomen.

Ben je over de zware ontgoocheling van vooral het laatste halfjaar bij Club Brugge heen? Toen je vorig seizoen zelfs in de bekerwedstrijd tegen de amateurclub Francs Borains niet mocht invallen, reageerde je echtgenote verontwaardigd op Instagram met ‘Het kost niets om iemand met respect te behandelen.’

Ja, maar ik ga niet ontkennen dat dat heel zwaar is geweest. Het jammerste vind ik nog altijd de manier waarop het is gebeurd. Maar oké, ik denk dat iedere speler dat in zijn carrière wel eens meemaakt. Daar moet je je overheen zetten. Ik leerde Club Brugge van binnenuit kennen als een heel mooie club, ik kende er een heel mooie tijd, ik maakte er 46 doelpunten, had er met bijna iedereen een goeie band en hield er vrienden aan over. Dus ik ga daar niet te negatief over doen. Maar op het einde is het heel moeilijk geweest.

Er zijn spitsen die geweldige dingen kunnen met een bal, maar als ze naar doel moeten schieten, is het heel wat minder.”

Wat gebeurt er dan met jou vanbinnen?

Hoh, wat gebeurt er dan…? Ik denk dat ik mezelf helemaal niks kan verwijten. Ik ben op dezelfde manier blijven trainen, ik bleef mij honderd procent geven, dus daar kan niemand iets over zeggen. Ik kan mezelf recht in de ogen kijken. Als je ziet dat jongens die er wel eens met hun pet naar gooien, zoals Mbaye Diagne, in de wedstrijdkern zitten en jij in de tribune, dan begin je je natuurlijk vragen te stellen. Maar pas na de winterstage in Qatar wist ik het helemaal zeker: ik moest weg. In de oefenwedstrijd tegen PSV spelen we 60 minuten met de zogenaamde B-ploeg waartoe ik behoorde en 30 minuten met de A-ploeg. Ik maak een mooi doelpunt en we winnen. Drie dagen later was het tegen Ajax andersom: 60 minuten met de A-ploeg en 30 met de B-ploeg. Maar het bord met de selectie wordt uitgehangen en bij de B-ploeg staat er één speler niet meer tussen: Vossen. Dan weet je dat het einde verhaal is.

Je interpreteerde het als een signaal van coach Philippe Clement dat je het best zo snel mogelijk vertrok?

Dan besef je dat je bij deze trainer niet meer in aanmerking zal komen. Maar goed, dat is nu eenmaal hoe de voetbalwereld soms is. Dan moet je mentaal sterk staan en dat is altijd een van mijn sterktes geweest. Jongens met meer kwaliteiten dan ik bij de jeugd zijn nooit bij een topclub of zelfs nooit in eerste klasse geraakt. Iedereen die mij kent, weet dat ik een verstandige kerel ben met de juiste mentaliteit, de juiste visie op het spelletje en de moed om nooit op te geven. Dat is de reden dat ik het zo ver bracht. Zo ben ik opgevoed. Mijn vader prentte mij altijd in: morgen er weer vol tegenaan, blijven doorgaan, nooit je kop laten hangen, zodat je jezelf niks kunt verwijten. Dat is wat ik altijd deed en dat is ook iets dat ik mijn kinderen wil meegeven. Ik heb 20 jaar geleden nooit gedacht dat ik dit allemaal zou bereiken in het voetbal.

Sinds je er weg bent, is er maar één thema meer bij Club Brugge: ze missen blijkbaar een spits die makkelijk scoort.

(lacht) Wat wil je dat ik daarop zeg? Ik ben ervan overtuigd dat ik zeker bij een dominante ploeg als Club Brugge altijd mijn doelpunten zou maken. Maar het zijn de trainers die de keuzes maken en soms zijn die voor je en soms tegen je. Dat is het verhaal van het voetbalwereldje. Dan kan je je carrière laten neerhalen of zeggen: van zodra ik de kans krijg, zal ik er weer staan. Dat laatste is wat ik altijd al deed.

Is de evolutie van het voetbal niet dat er meer gekozen wordt voor spelers die uitblinken in explosiviteit en duelkracht?

Dat weet ik niet. Maar misschien is dat bij Club Brugge tegenwoordig wel het geval. Ik blink niet uit in kracht en in snelheid en Siebe Schrijvers bijvoorbeeld evenmin. Hij kan geweldig goed kan voetballen en is vaak beslissend, met een assist of een doelpunt, maar ik geloof niet dat hij al vijf keer na elkaar basisspeler is geweest. Dus dat kan een reden zijn. Mijn grootste kwaliteit is op het juiste moment op de juiste plaats komen en kansen afwerken. Iedereen weet dat ik op mijn best ben in de zestien meter en dat je daar afhankelijk bent van de ballen die je krijgt. Ik ben niet supersnel en niet supersterk en ik ga geen drie man dribbelen, maar ik denk dat ik intussen toch al voldoende scoorde om duidelijk te maken dat het met mijn kwaliteiten ook kan.

Intussen zaten ook David Okereke en Michael Krmencik, de duurste spitsen uit de clubgeschiedenis, al vaak op de bank en zelfs in de tribune.

Dat is de luxe van Club Brugge. Maar anderzijds zorgt het voor nog meer druk om te presteren en dat kan beklemmend werken. Zeker voor spitsen, voor wie vertrouwen en een goed gevoel nog belangrijker is, maakt dat het nog moeilijker.

Bestaat de echte goalgetter nog? Volstaat het voor een spits nog om een goeie afwerker te zijn?

Het belangrijkste in voetbal is nog altijd die bal tegen het net schieten, denk ik. Er zijn spitsen die geweldige dingen kunnen met een bal, maar als ze naar doel moeten schieten, is het heel wat minder. Dat is dan weer iets wat ik goed kan.

Blijkbaar ben je ook goed in kwajongensstreken uithalen. Thomas Buffel vertelde mij dat je bij Racing Genk ooit stiekem met de gsm van Leandro Trossard een sms naar zijn moeder stuurde waarin je schreef: ‘Mama, ik denk dat ik intieme gevoelens heb voor mijn ploegmaat Nwanganga Kennedy.’ Waarop zijn mama terugstuurde: ‘Nog niets doen hoor jongen, we zullen er straks thuis eens over praten.’

Thomas moet dat niet op mij steken. Ik ga niet ontkennen dat ik erbij was, maar als ik mij niet vergis, was hij het die die sms verstuurde. (lacht)

Ik hoor dat je onlangs in Knokke in zijn straat bent gaan wonen. Is dat niet vragen om ‘gekloot’ te worden?

Dat zal nog wel gebeuren, vrees ik. Hij verblijft tegenwoordig meestal in Limburg en komt maar af en toe naar Knokke. Maar bij Racing Genk deelden we jarenlang de kamer en ik weet als geen ander dat ik op mijn hoede moet zijn wanneer hij in de buurt is.