De verrijzenis van Jozef De Kesel, de kardinaal doorbreekt de stilte: “Ik ben niet klaar om te sterven”

5142
Kardinaal Jozef De Kesel: “We gaan voor genezing, zei de dokter. Dat heeft mij troost geboden.” (foto Christophe De Muynck)
Kardinaal Jozef De Kesel: “We gaan voor genezing, zei de dokter. Dat heeft mij troost geboden.” (foto Christophe De Muynck)

“Deze ervaring heeft me getekend. Ik kan niet zomaar terug naar de orde van de dag.” Aan het woord is kardinaal Jozef De Kesel, die één jaar na zijn kankerdiagnose voor het eerst naar buiten treedt. Zijn herstel verloopt traag, maar goed. Het hoofd van de Belgische Kerk praat ingetogen en bedachtzaam. Een keer zal hij zich druk maken. Als de uitspraak van het Vaticaan over homoseksualiteit aan bod komt.

(foto’s Christophe De Muynck)

Dat Pasen voor één keer niet alleen de verrijzenis van Jezus is, maar ook die van Jozef De Kesel, zeg ik hem. De 73-jarige kardinaal glimlacht. “Verrijzenis is een groot woord. Ik ben vooral blij dat ik u kan ontvangen. Dat ik opnieuw naar buiten kan treden. Ik hoop tegen de zomer helemaal hersteld te zijn. Ik ben alvast optimistisch.” Exact één jaar geleden kreeg de Oost-Vlaming het zwaar verdict. Darmkanker. In de Goede Week kreeg hij zijn eerste chemo. Vandaag zijn we een jaar en twee operaties later. De tumor is succesvol verwijderd, maar de behandeling is nog niet helemaal voorbij. “Het voorbije jaar was een dubbele beproeving voor mij. Net toen ik te horen kreeg dat ik een tumor had, begon ook de wereldwijde pandemie. De gelijkenissen zijn opvallend. Net zoals de tumor mijn lichaam ontwrichtte, kon het virus onze samenleving ontwrichten. En beiden kwamen even onverwacht.”

Wat dacht u, toen u de diagnose kreeg?

“We gaan voor genezing, zei de dokter. Dat heeft mij troost geboden. Ik had alle vertrouwen in de medische wetenschap. ( stil ) Ik heb weinig zwarte gedachten gehad. Ik weet niet hoe dat komt.”

Uw geloof misschien?

“Misschien wel, ja. Ik heb veel steun gevonden in het gebed. Ik heb zelfs een intenser gebedsleven ontdekt. Sommige woorden spreken mij dieper aan. De psalmen bijvoorbeeld. Ik heb daar veel aan gehad, ja.”

Is een kardinaal bang voor de dood?

“Ik heb deze diagnose nooit gezien als een doodsbedreiging. Maar ik steek niet weg dat ik daar af en toe aan denk. Een kanker kan terugkomen of ongezien woekeren op een andere plek. Maar echt bang ben ik niet geweest.”

Zou u vrede hebben met de dood?

“Dat weet ik niet. ( denkt na ) Ik heb dikwijls stervende mensen ontmoet. Ik weet niet hoe ik zelf zou reageren in die situatie. Een mens kent zichzelf niet, denk ik. Het hangt ook af van de leeftijd. Wie 90 jaar is, weet dat het leven stilaan eindigt. Maar ik ben 73. Ik zit nog volop ín het leven. ( zacht ) Neen, ik denk niet dat ik klaar zou zijn om te sterven.”

Een mens kiest zijn geaardheid niet. Onze samenleving heeft dat begrepen. Ook de Kerk moet dat doen.

Welke les hebt u het voorbije jaar geleerd?

“Deze crisis stelt evidenties in vraag. Het leven is niet vanzelfsprekend. De vrijheid om te doen wat we willen, is niet vanzelfsprekend. Vandaag zijn we allemaal beperkt en we moeten dat aanvaarden. Zeker in het rijke Westen had niemand dit kunnen voorspellen. Wij dachten dat we alles aan konden. Dat blijkt niet zo. Ook wij blijken kwetsbare mensen te zijn. De crisis helpt ook om de essentie van het leven te zien. Voor mij is dat ontmoeting met mensen. Ik zal meer waarde hechten aan die ontmoeting, daar ben ik zeker van.”

Was u eenzaam in uw herstel? U bent een man alleen en door het virus mogen we amper iemand zien.

“Ik heb me nooit eenzaam gevoeld. Ik was fysiek alleen, en ben dat trouwens nog altijd, ik ontvang nog altijd geen mensen, maar ik heb me nooit verlaten gevoeld. Ik heb veel brieven ontvangen van mensen die me steunen. Ik telefoneer ook veel.”

Hebt u het werk kunnen loslaten?

“Neen, en dat was ook niet nodig. De dokters hebben me aangemoedigd om te werken, op voorwaarde dat ik me goed voel. Ik heb gelukkig weinig fysieke pijn geleden. Ik heb de dossiers goed kunnen opvolgen. Ik heb ook verder geschreven aan mijn boek. Dat zou halfweg mei klaar moeten zijn. De titel wordt Geloof en godsdienst in een seculiere samenleving .”

Er is werk aan de winkel. De Kerk krijgt striemende kritiek, omdat het Vaticaan homoseksualiteit opnieuw een zonde noemt. Was u ook boos en beschaamd zoals bisschop Johan Bonny?

“Ik was vooral zeer bedroefd. Die uitspraak heeft véél mensen gekwetst. ( feller ) Dat men liefde associeert met zonde: dat kan écht niet. Paus Franciscus was net voordien naar Irak geweest. Zijn boodschap daar was zo mooi, zo ontroerend. En dan kwam dit. ( even stil ) Woorden kwetsen niet alleen, ze kunnen ook gevaarlijk zijn. Homoseksualiteit was tot laat in de negentiende eeuw een misdaad. Dat werd zelfs bestraft. De menswetenschappen hebben intussen duidelijk bewezen dat het géén misdaad is. Een mens kiest zijn geaardheid niet. Onze samenleving heeft dat begrepen. Ook de Kerk moet dat doen. Wij mogen geen discours blijven voeren van de negentiende eeuw.”

Waarom gebeurt dat toch?

“( zucht ) Tja, wat wil u dat ik daarop zeg? Ik kan me niet verplaatsen in het hoofd van de mensen die extreme meningen uiten.”

Gelooft u nog in uw Kerk?

“Jawel, want er zijn ook andere stemmen. U hebt toch de reactie gelezen van de Belgische bisschoppen?”

Vindt u dat holebi’s dezelfde rechten moeten krijgen als hetero’s?

“Dat is wat ik zeg. Ik begrijp wel de stelling van de Kerk dat een christelijk huwelijk iets is tussen een man en een vrouw met het oog op kinderen. Maar de Kerk moet tegelijk aanvaarden dat er andere relaties mogelijk zijn. En dat die ook liefdevol kunnen zijn.”

Maar een huwelijk voor holebi’s kan niet?

“Een burgerlijk huwelijk moet zeker kunnen. ( ontwijkend ) Ik vind het nu vooral belangrijk dat de Kerk ook andere relaties aanvaardt.”

Wat is uw paasboodschap?

“Dat Pasen voor één keer middenin de vasten ligt. We krijgen allemaal beperkingen opgelegd en we moeten die aanvaarden. Die beperkingen zijn geen aanval op onze vrijheid, integendeel. Die geven net zin en richting aan onze vrijheid. ( denkt na ) Deze ervaring heeft mij zeker getekend. Ik kan niet zomaar terug naar de orde van de dag. Ik hoop dat veel mensen zo denken. De pandemie mag geen lege tijd blijken. We moeten hieruit leren. Ik hoop vooral dat we meer solidair worden. Dat is mijn paaswens.”

Dat er geen paasvieringen kunnen, wat vindt u daarvan?

“Een viering kan met 15 mensen. We hebben gevraagd of er iets meer mogelijk is, maar we kregen geen positief antwoord. Wel, dan is het maar zo. Ik ervaar dit niet als een kerkvervolging of zo. De overheid neemt haar verantwoordelijkheid. Onze vijand is niet de overheid, maar wel het virus.”