Meer dan eens leek Kirsten Flipkens klaar de hemel te bestormen. Maar vooral blessureleed hield haar met de voetjes op aarde. Toch kan de 31-jarige Molse een naar Belgische normen uitzonderlijk palmares voorleggen, Clijsters en Henin buiten beschouwing gelaten: WTA-tornooiwinst, 13e op de ranking, halve finale op Wimbledon, Sportvrouw van het Jaar 2013.

We hebben een afspraak op een late vrijdagavond in een café in de buurt van Geel, waar Flipper woont. Ze is tiptop uitgedost. Klassevol. Hoog sexappeal ook. Kapsel in model, make-up, hippe kledij. Niet voor mij, zo blijkt. Ze komt net van een uitgebreide fotoshoot voor haar kledinglijn. Interviews over haar persoon en haar ziel doet ze zelden. Dit keer maakt ze een uitzondering.

Wie is Kirsten Flipkens?

Een koppige en emotionele madam. Dat eerste heb ik van mijn vader, ook een steenbok. Koppigheid is een mes dat aan twee kanten snijdt. Dat is positief in die zin dat ik nooit opgeef. Als je mij zegt dat ik iets niet kan, zal ik mij dubbel plooien het wel te doen. Al kan dat ook negatief zijn: je fouten niet kunnen toegeven. Het emotionele, of het empathische, heb ik van mijn moeder. Als ik iets doe, dan is dat met hart en ziel. Anders kan je geen veertien jaar Fed Cup spelen, want dat brengt geen punten of geld op.

Toen Elise Mertens het beslissende punt binnenhaalde tegen Roemenië, liep jij al huilend het terrein op. Is dat Flipkens ten voeten uit?

(knikt) Ik was die laatste set zo nerveus dat ik mijn banaan tegen de muur smeet. Ik herinner mij nog levendig mijn eerste Fed Cup-ontmoeting. Die momenten blijven bij. Daarom was ik zo gelukkig voor haar.

Je carrière verliep met ups en downs. Heb je het maximale bereikt?

Ik ben nog niet klaar, hé. (lacht) Maar goed, ik denk het wel. Ja, ik liep er op training al eens de kantjes vanaf, zeker in mijn jeugdjaren. Ik kreeg vaak onder mijn voeten. Anderzijds: had je mij in een Russisch regime gedwongen, dan was ik al vijf jaar gestopt. Ik ben wie ik ben. Ik wil geen andere mentaliteit opgedrongen krijgen. Als ik lekker wil gaan eten, dan doe ik dat, en dan drink ik ook een goed glas wijn. Ik vind dat niet verkeerd.

Poseren voor de Showbizzkalender, Francorchamps rijden, een eigen kledinglijn: sta jij gulzig in het leven?

Dat denk ik wel, ik wil genieten van het leven. Ik kan geen 24 op 24 met tennis bezig zijn. Ik merk trouwens dat wie dat doet, ofwel vroeg stopt ofwel nadien in een zwart gat valt. (even stil) Weet je, ik ben vijf jaar geleden op het nippertje aan de dood ontsnapt. Dat klinkt zwaar, maar het is wel zo. Bloedkonters in mijn kuit. Iets erfelijks. Ik zou op zaterdag vertrekken naar Japan, maar werd gelukkig aangeraden eerst een chirurg op te zoeken, want ik voelde al even pijn. Die zei me: “Was je op dat vliegtuig gestapt, en niet naar mij gekomen, dan keerde je negen kansen op tien blauw terug.” Dat heeft mij doen inzien dat het leven snel voorbij kan zijn.

Je was één van de beste junioren wereldwijd. Je werd de opvolger van Clijsters en Henin genoemd. Waren de verwachtingen te groot?

Wie dat zei, kende niets van tennis. Ik was 17, en wereldkampioen junioren, ja. Maar Kim was 16, en speelde al de vierde ronde op Wimbledon. Ik kon dat goed relativeren. Ik heb wel onthouden wat Ivo Van Aken, technisch directeur van de VTV, destijds zei: “Als Kirsten alles uit haar carrière haalt, kan top twintig.” Dát was realistisch.

Je hebt veel blessureleed gekend. Heb jij een fragiel lichaam?

Dat kun je wel zeggen, ja. Pols, knie, rug. Als ik nergens pijn voel, dan klopt er iets niet. (lacht) Mijn carrière voelt aan als een berg beklimmen, maar er telkens weer aftuimelen door blessures.

“Als ik me morgen ongelukkig voel, dan stop ik. Maar ik heb niet het gevoel dat dit mijn laatste jaar wordt.”

Maak je je lichaam niet kapot?

Sport is gezond, topsport niet. Weinigen zullen dat tegenspreken. Je gaat altijd opnieuw boven je limiet. Dat is als een sneeuwbaleffect. Je kunt dat niet stoppen. Dat is passie, hé. Dat zit in je. Je wil altijd beter en beter worden. Als kind tenniste ik omdat dat plezant was. Als je dan prof kan worden, dan doe je dat, want dat is het mooiste wat er is.

Wat zou je anders geworden zijn?

Geen flauw idee, echt niet.

Model misschien?

O neen, dat zou niets voor mij zijn. Ik heb er nu een halve dag fotoshoot opzitten, en dat was al zwaar genoeg. Ik doe dat wel graag eens, zoals die Showbizzkalender met Henk Van Cauwenbergh. Maar dat is vooral omdat ik graag nieuwe dingen doe.

Je bracht in januari een tennis- en vrijetijdslijn uit, DB FLPPR. Is dat je leven na je carrière voorbereiden?

Neen, dat is iets wat ik wil doen naast mijn carrière. Ik speel al twee jaar met de idee iets meer te doen met mijn logo: een tennisbal met een dolfijn door, verwijzend naar mijn bijnaam Flipper. Ik hou ervan creatief bezig te zijn. Maar ik heb niet de tijd om zelf bestellingen of administratie te doen. Vandaar de samenwerking met Deux Belges. Ik lever de ideeën aan, en zij doen de rest. Dat kan bijvoorbeeld een hip shirt met Love Game of een andere tennisgerelateerde quote op. Ik werk ook gepersonaliseerde pakketten uit voor tennisclubs.

Schuilt er een zakenvrouw in jou?

Dat denk ik wel. Mijn vader is ook ondernemer (autohandelaar, red.). Mensen vragen vaak wat ik na mijn carrière wil doen. Dat zal zeker iets in de tenniswereld zijn. Misschien opkomende talenten begeleiden. Ik wil de tenniswereld iets teruggeven. Maar niet voltijds: ik zou ook tijd willen voor andere projecten.

“Ik ben op het nippertje aan de dood ontsnapt. Dat klinkt zwaar, maar het is wel zo.”

Hoe lang blijf je nog tennissen?

Dat bekijk ik van dag tot dag. Als ik me morgen ongelukkig voel, dan stop ik. Maar ik heb absoluut niet het gevoel dat dit mijn laatste jaar wordt. Qua niveau zit het goed. Ik voel me ook goed in mijn vel. Tenminste, als ik vrij ben van blessures. Ik voel me soms beter dan toen ik 25 was.

Heb je spijt van iets?

(denkt na) Niet echt, neen. Ik denk wel dat ik egoïstischer had kunnen zijn. Al kan je je karakter niet veranderen. Als jonge snaak van zeventien denk je dat iedereen het goed voor heeft met jou. Dat blijkt later niet zo te zijn. Ik denk vaak eerst aan een ander, en dan pas aan mezelf, terwijl je in de tenniswereld eerst aan jezelf moet denken.

Dominique Monami raakte verbitterd in die wereld.

Dat kan ik begrijpen. Het is een heel individuele wereld waarin weinig mensen te vertrouwen zijn. Je krijgt al eens een mes in je rug van iemand van wie je dat niet verwacht. Ik probeer mij niet aan te trekken wat ik niet in de hand heb. Misschien vind jij me wel een stomme koe. Wel, dan is dat zo.

Hoe groot is het probleem van matchfixing?

Dat is moeilijk te zeggen. Dat is zoals een discotheek binnenstappen en gokken hoeveel mensen drugs pakken. Ik ben jaren geleden eens benaderd via Facebook. Ik zou 300.000 euro krijgen als ik een wedstrijd verloor.

Is de verleiding niet groot dan?

Neen. Als je daar één keer op ingaat, dan blijft die wereld je achtervolgen. Dat is de maffia, hé. Heb je die reportage over voetbaltrainer Paul Put gezien? De dag dat je neen zegt, tonen ze een foto van je kind.

Heb jij tijd voor een gezin?

Nu niet, neen. Natuurlijk, je wordt daarmee geconfronteerd in je vriendenkring. Vrienden trouwen, krijgen kinderen. Maar ik sta daar voorlopig niet echt bij stil. Ik wil me eerst focussen op mijn carrière.

Wil je mama worden?

Ik zie graag kinderen. Maar dat past momenteel niet in mijn leven. (zwijgt even) Ik zie wel wat er op mijn pad komt.

 

Het sportrapport van Kirsten Flipkens

Als kind was mijn idool …

Marcelo Rios en Steffi Graf. En Jean-Claude Van Damme. Zijn films zijn de max.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Als tennisser moet je Roger Federer zeggen. Beroepsmisvorming. (lacht)

Mijn mooiste sportmoment?

De kwartfinale winnen op Wimbledon in 2013. Helaas was de halve finale de wedstrijd te veel. En de overwinning tegen Venus Williams op de Spelen in Rio. Twee uitzonderlijke momenten.

Mijn grootste ontgoocheling?

De Fed Cup-finale verliezen in 2006.

 

(foto Peter Kleynen)