Nieuw sp.a-boegbeeld Meryame Kitir : “De vakbonden hebben een imagoprobleem”

2947

Meryame Kitir is een buitenbeentje in de politiek. Tot vorig jaar combineerde ze haar parlementair mandaat met een job op de lakafdeling van Ford Genk. Haar emotionele speech naar aanleiding van de sluiting van het bedrijf, waar ze sinds haar 18e werkte, liet niemand onberoerd. Sinds vorige maand is de 35-jarige Maasmechelse fractieleider en dus boegbeeld van sp.a in het federaal parlement. De uitdaging is groot. Een portret.

BELGIUM POLITICS CHAMBER MEMBERS PORTRAITSJONAS HAMERSBELGABELGAMeryame Kitir (sp.a): “Het nut van de vakbonden in vraag stellen kan voor mij echt niet. Wie zal anders de belangen van de arbeiders verdedigen?” (foto belga)
Meryame Kitir (sp.a): “Het nut van de vakbonden in vraag stellen kan voor mij echt niet. Wie zal anders de belangen van de arbeiders verdedigen?” (foto belga)

Meryame Kitir trok de voorbije twee weken in het spoor van de ngo Ruchika naar de sloppenwijken in India. Het was haar eerste reis naar de grootste democratie ter wereld en een onvergetelijke ervaring, zo zegt ze zelf. “Ik voel mij gesterkt in mijn ideeën dat solidariteit geen grenzen kent én dat lang niet iedereen zijn eigen keuzes kan maken. Niet in ons land, en zeker niet in een land als India. Dat is de rode draad in mijn leven: het opnemen voor mensen die dat zelf niet kunnen.”

Vanwaar komt dat engagement?

Dat heeft met mijn opvoeding te maken. Mijn vader verliet Marokko begin jaren zestig om hier in de mijnen te werken. Mijn moeder is hem achterna gereisd. Ik was amper twee jaar oud toen zij stierf. Wij waren met elf thuis. Wij hadden geen andere keuze dan voor elkaar te zorgen.

Heeft dat uw leven getekend?

Natuurlijk. Ik heb nooit een moeder gekend. Mijn vader deed wel ongelooflijk hard zijn best om haar te vervangen, maar niemand kan dat. Hij was wel mijn grote houvast in mijn jeugd. Hij stierf toen ik pas 18 was. Dat was een heel zware klap. (stil) Ik mis hem echt hard op de belangrijke momenten in mijn leven. Toen ik fractieleider werd, wou ik zo graag die telefoon pakken en hem bellen. Ik zou hem nog zoveel willen vragen. Toch ben ik nooit verzuurd geraakt. Ik probeer negatieve ervaringen om te buigen in positieve dingen. Zo heb ik een echt goede band met mijn broers en zussen.

Bent u gelovig?

Ik ben moslim van thuis uit, maar niet praktiserend. Ik geloof in de basiswaarden van de islam, zoals respect voor elkaar en solidariteit, maar ik bid geen vijf keer per dag en draag ook geen hoofddoek. Ik vind religie iets persoonlijk: ieder moet dat voor zichzelf invullen.

Jullie willen toch geen bruine als burgemeester, zeiden andere partijen

U bent in Maasmechelen geboren met een vreemde naam en een bruine huidskleur. Hebt u het moeilijk gehad met uw identiteit?

Als tiener wel. Je doet andere dingen dan je vriendinnen en je vraagt je af waarom. Zo ging ik niet naar fuiven. Gelukkig kon ik daarover goed praten met mijn vader. Je snapt ook niet waarom mensen, vooral in grootsteden, aan de kant gaan als jij passeert en tegen elkaar zeggen: wat doet die bruine hier. Dat raakt je in je waardigheid. (zucht) Waarom sta jij in de weg van die mensen? Je doet toch niets fout? Dat kan iemand echt kraken, hoor. Ook in verkiezingstijden laait racisme vaak op. Toen ik in 2012 de sp.a-lijst trok in Maasmechelen, gingen andere partijen van deur tot deur met de boodschap: jullie willen toch geen bruine als burgemeester.

Welke partijen deden dat?

Dat doet er niet toe. Maar het was niet enkel Vlaams Belang.

Strijdt de politiek hard genoeg tegen racisme en discriminatie?

Zeker niet. (fel) Ook als het over discriminatie gaat, zegt deze regering aan de mensen: trek uw plan. Ook de sloganeske taal vind ik écht vervelend. Dat hoort niet in zo’n gevoelig debat.

Wat stelt u voor?

Anonieme praktijktesten zodat je kan zien wie discrimineert. Ik ben ook voorstander van anoniem solliciteren, dus zonder naam, leeftijd en eventuele handicap. Nu, het probleem zit dieper dan dat. Op lokaal vlak moet de schepen voor Gelijke Kansen inspanningen leveren om de verschillende gemeenschappen samen te brengen. Het is pas als je elkaar kent, dat je vooroordelen kan wegwerken.

Stevaert heeft me geprikkeld voor de politiek

Onder Steve Stevaert heeft ook uw partij het probleem lange tijd doodgezwegen uit angst een deel van de achterban af te stoten.

Ik heb dat nooit zo ervaren. Mocht mij ooit gevraagd zijn hierover te zwijgen, dan zat ik hier niet. En het belangrijkste is dat het nu wel een prioriteit is.

Is Stevaert uw politieke vader?

Hij heeft me geprikkeld voor de politiek. Hij noemde mij eens een speler van zijn dreamteam voor de toekomst. Ik was al van mijn 19e vakbondsafgevaardigde. Maar politiek was nooit een item bij ons thuis. Al stemden we wel voor de socialisten. Ik heb vooral getwijfeld toen de vraag kwam om op een nationale lijst te staan (2007, red): de tweede plaats en dus zo goed als zeker een plek in het parlement. Ik heb toen lange gesprekken gevoerd met mijn broer en Pierre Vrancken, een collega bij de vakbond. Letterlijk van de werkvloer naar het parlement: dat is een grote stap, hè. Ik vond mezelf wel jong. Maar anderzijds: zou die trein ooit nog eens passeren? En wat had ik te verliezen? Niets. Als arbeider zou ik beter dan wie ook de belangen van alle arbeiders kunnen verdedigen.

De vakbonden liggen weer onder vuur na een wegblokkade die twee doden tot gevolg had. Zuhal Demir (N-VA) wil hen rechtspersoonlijkheid geven zodat zij ook voor de rechtbank kunnen gedaagd worden.

Ik ben daar geen voorstander van. Ik zie niet in wat er mis is aan de huidige wetgeving. Natuurlijk mogen vakbonden en werkgevers hun herenakkoord van 2002 aanpassen (akkoord over stakingsmodaliteiten, red), maar het is niet aan de politiek om dat te bepalen. Het stoort mij echt dat telkens er iets gebeurt, bepaalde partijen meteen het nut van de vakbonden in vraag te stellen. (feller) De vakbonden zijn echt wel nodig. Wie zal anders de belangen van de arbeiders verdedigen? Wie zal hun lonen onderhandelen?

U kan toch niet ontkennen dat de vakbonden een probleem hebben?

De perceptie is inderdaad niet goed. Dat klopt. De vakbonden moeten aan hun imago werken. Ze moeten bijvoorbeeld goed uitleggen waarom ze iets doen.

En voorzichtiger omspringen met stakingen en wegblokkades?

Daarover nadenken kan geen kwaad, want het zijn die acties die hun imago bepalen. Een staking of een blokkade moet het laatste middel zijn. Dat was ook mijn principe. Maar het nut van de vakbonden in vraag stellen kan voor mij echt niet.

Sinds de sluiting van Ford bent u ook voltijds politicus. Vreest u niet opgeslorpt te worden in de ivoren toren van de Wetstraat?

Nee, ik zal mezelf daarvoor behoeden. Dat meen ik. Ik heb altijd gezegd dat ik de voeling met de werkvloer onmisbaar vond. Na de sluiting van Ford heb ik erover nagedacht een nieuwe job te zoeken, maar plots kon ik fractieleider worden. Dat valt niet te combineren met een andere job. Maar ik heb veertien jaar ervaring aan de band, dat gooi je zomaar niet weg. Ik mis het bedrijf wel.

Hoeveel arbeiders zetelen vandaag in het parlement?

Nul, en dat is triest. Er moet een betere verdeling komen. Ik zal binnen mijn partij blijven ijveren voor kansen voor geëngageerde arbeiders. Mijn voorzitter zit op dezelfde lijn.

Dan zal u wel wat advocaten moeten ontgoochelen.

(lacht) Maar we gaan ook veel mensen blij maken.

Als fractieleider moet u uit de schaduw treden van Kristof Calvo (Groen) die vandaag hét gezicht is van de Vlaamse oppositie in de Kamer. Wat is uw plan?

Ik richt mij niet op Calvo, maar op de regering. Ik blijf aan politiek doen vanuit de buik. Veel mensen voelen zich niet begrepen of gehoord. De politiek spreekt te vaak in moeilijke termen wat mensen afstoot. Denk aan de staatshervorming. Ik wil dat anders doen. Mijn eerste speech als fractieleider heb ik eerst voorgelezen aan een goede vriendin die kleuterleidster is en niet geïnteresseerd in politiek. Het zijn die mensen die mij moeten begrijpen.