Eli Iserbyt (23) demonstreert in de Koppenbergcross

89
Eli Iserbyt maakte gisteren op de Koppenberg brandhout van de concurrentie. “Als Eli nog twee jaar blijft groeien, wordt hij misschien de evenknie van Mathieu. In het veld, hé”, aldus Trainer Rudi Van de Sompel. (foto Belga) ©DAVID STOCKMAN BELGA
Eli Iserbyt maakte gisteren op de Koppenberg brandhout van de concurrentie. “Als Eli nog twee jaar blijft groeien, wordt hij misschien de evenknie van Mathieu. In het veld, hé”, aldus Trainer Rudi Van de Sompel. (foto Belga)

MELDEN Hij kwam, zag en overwon. Eli Iserbyt (23) zette de Koppenbergcross naar zijn hand alsof het een doordeweekse trainingsrit was en is klaar om straks Wout van Aert en Mathieu van der Poel het vuur aan de schenen te leggen. Maar eerst komend weekend die Europese titel veroveren. Coach Rudi Van de Sompel zag dat het goed was. “Hij is klaar voor volgende week.”

Het was half één in de namiddag, voor zich lag de gevreesde Koppenberg uitdagend op hem te wachten en de 19-jarige Eli Iserbyt wist perfect wat er de komende vijftig minuten stond te gebeuren. Eerst zou hij de anderen in de vernieling rijden. Daarna zou hij zijn lichaam ondanks het gebrek aan tegenstand tot het uiterste blijven dwingen. En tot slot zouden hij en zijn trainer Rudi Van de Sompel na afloop de rondetijden vergelijken met die van Van Aert, Van der Poel en co later op de dag. Zo gezegd, zo gedaan. En dus stond Iserbyt gisteren vier jaar na datum aan de start van dezelfde cross voor profs en kon er maar eentje verliezen: hijzelf. “Dit is een eerlijke cross. De beste wint, punt uit.”

Iserbyt weet waarover hij spreekt. Zes keer stond hij al in Melden aan de start. Twee keer was hij de beste, vier keer was hij dat niet. Zoals die eerste keer op 14-jarige leeftijd, dag op dag negen jaar geleden. De dag waarop Yannick Peeters andermaal het nieuwelingenpeloton domineerde en Gianni Van Doninck en Kobe Goossens mee op het podium mochten. Anno 2020 is Goossens de beste Belg in de Vuelta (24ste in de stand) en hebben Peeters en Van Doninck hun fiets aan de haak gehangen. En Iserbyt? Het jongetje van weleer is uitgegroeid tot één van de beste crossers van zijn generatie. Klein in gestalte, maar groots in zijn prestaties.

Wielergeschiedenis

De Koppenbergcross levert altijd spektakel op, elk jaar opnieuw. Zoals vorig seizoen, toen Iserbyt ondanks pech Tom Pidcock overvleugelde. Zoals in 2017, toen Mathieu van der Poel afrekende met zijn zwart beest, na een beklijvend duel Toon Aerts versloeg en luttele ogenblikken na de finish neerzeeg alsof hij zijn lastigste wedstrijd ooit had gereden. Of zoals die keer in helse omstandigheden, toen Sven Nys en Lars Boom voor één van de meest heroïsche crossduels uit de geschiedenis zorgden. Het was de tijd dat dieren nog konden spreken en we ervan overtuigd waren dat Boom een Van Aert- en Van der Poel avant la lettre zou worden. “Hier voel je de wielergeschiedenis”, vatte Sven Nys het ooit perfect samen.

Of er gisteren wielergeschiedenis is geschreven, durven we te betwijfelen. Al jaren is de Koppenberg de echte start van de crosswinter. Dat heeft één belangrijke reden: eind oktober is het wegseizoen voorbij en zakken de mensen in grote getale naar de cross af. Helaas. Van een volkstoestroom kon gisteren in Melden geen sprake zijn. Ook op de Koppenberg heerst Koning Corona momenteel. Iserbyt liet het niet aan zijn hart komen. “Dit is een speciale cross voor Eli. Eentje die hem volledig ligt”, glimlachte Rudi Van de Sompel twee uur voor de start vanuit zijn zetel in Maldegem. “Maar nog belangrijker: na drie weken gesukkel met de knie kan hij weer de trainingen doen die hij moet doen. Ja, de kans dat hij straks wint, is groot.“

Zo gezegd, zo gedaan. De Iserbyt van gisteren deed terugdenken aan de Iserbyt van exact een jaar geleden. De Iserbyt die in de Verenigde Staten, op de Koppenberg en in Asper-Gavere, de tegenstand zelfs vaak regelrecht belachelijk maakte. Ook gisteren was zijn uitleg na afloop veelbetekenend. “Toen ik in het begin van de cross naast Toon Aerts reed, merkte ik dat hij al zwaar ademhaalde. En wist ik: dit komt wel goed.”

Als Eli nog twee jaar blijft groeien, wordt hij misschien de evenknie van Mathieu. In het veld, hé.”

Dit was een Iserbyt die het straks de allerbeste Van Aert en de allerbeste Van der Poel lastig kan maken. “Maar Mathieu steekt er toch nog wel wat bovenuit, hoor. Fysiek én technisch”, sust Van de Sompel. “Eli zal vooral met Van Aert moeten kampen, denk ik. Eli is er wel nog altijd maar 23. Als hij nog twee jaar kan blijven groeien, wordt hij misschien ooit de evenknie van Mathieu. In het veld, hé. Dat zou mooi zijn voor deze sport, ook voor het publiek.”

Rosmalen of Meulebeke

Eli Iserbyt is overigens de enige van de huidige toppers die nog geen kampioenschapstrui kon bemachtigen. Van Aert en Van der Poel werden al drie keer wereldkampioen. Toon Aerts en Laurens Sweeck hebben een driekleur op hun naam staan. Daar zou wel eens verandering in kunnen komen. Het WK in Oostende is niet op Iserbyts lijf geschreven, het BK in Meulebeke is dat te meer. Van de Sompel knikt. “Bergje op, bergje af. Draaien en keren. Dat ligt hem echt helemaal. Onlangs zei Eli het me nog: dit is als een speeltuin voor mij .” Het hoeft zelfs niet per se tot 10 januari te duren. Zondag wacht immers het EK in Rosmalen. De coach glimlacht. “Woensdag nog een bostraining bij mij en dan is hij er klaar voor.”