Neen, hij heeft niet het grootste palmares. Hij was ook geen wow-voetballer. Maar hij was wél hoofdrolspeler in twee van de meest heroïsche momenten van het Belgische voetbal: de remontada van Club tegen Dortmund en de kwartfinale van België tegen Spanje in Mexico ‘86. Aangenomen meegenomen: Leo Van der Elst (56) is een boeiend man.

Weinig ex-topsporters vertellen zó enthousiast over het leven na de sport als Van der Elst. Hij praat honderduit over zijn job als PR-man voor Gemaco, een internationaal bedrijf van een goede vriend van hem. Over Stone Events, het evenementenbureau dat hij met zijn vrouw Annelies runt en waarvoor hij onder andere trips naar buitenlandse voetbalwedstrijden organiseert. Over Club Brugge natuurlijk ook: hij is presentator van Club TV én visiecoach van de vrouwen. “Dat is onwaarschijnlijk fijn om te doen. Ik zet de sportieve en extrasportieve lijnen uit. Ik heb veel respect gekregen voor het vrouwenvoetbal. Ik zie wat die meisjes moeten doen voor een appel en een ei.”

Sta jij gulzig in het leven?

Dat denk ik wel. Mijn dagen mogen gerust wat langer zijn. (lacht) Ik leef graag intens. Ik heb ook variatie nodig. Maar ik vertik het om dingen te doen die ik niet graag doe. De laatste vijf jaar lukt mij dat.

Weinigen kunnen dat zeggen. Heb je dat aan je voetbalcarrière te danken?

Deels wel. Maar je moet dat blijven afdwingen. Mijn broer Swat verkoos een snookerzaak in Opwijk, ons geboortedorp, en een leven in de anonimiteit. Ik zou dat niet kunnen. Ik moet mensen zien, nieuwe uitdagingen aangaan. Ik heb deelgenomen aan alle mogelijke programma’s op televisie. Ik heb altijd geïnvesteerd in menselijke relaties. Met één telefoontje kan ik een ex-Rode Duivel of een BV overtuigen om iets te doen. Ik denk niet dat ik vijanden gemaakt heb in mijn leven. Daar pluk ik de vruchten van.

Je bent in 1995 gestopt met profvoetbal. Was het moeilijk nadien?

Neen. Ik heb snel de klik gemaakt. Ik wist in mijn laatste seizoen al dat ik trainer zou worden. Maar dat was niet helemaal mijn ding. Een trainer moet van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat met zijn ploeg bezig zijn. Ik wou ook ruimte voor andere dingen. Als een productiehuis mij belt om tien dagen naar het buitenland te trekken voor bijvoorbeeld Eeuwige Roem, dan wil ik die vrijheid hebben. Die heb ik vandaag. En ik geniet ervan, met volle teugen. Ook al is het vaak héél druk.

Jij hebt geen kinderen. Helpt dat om dit leven te leiden?

Dat is een moeilijke vraag. Ik denk niet dat een kind een rem zou zijn. Annelies en ik hebben lang getwijfeld. Zij is zestien jaar jonger, en heeft twee dochters uit een vorige relatie. Ik heb een goede band met hen. Ze noemen mij vake. Ik kreeg tranen in de ogen toen ze dat voorstelden. Ik ben fier op hen. (zwijgt even) Eerlijk: twee jaar na onze beslissing om niet voor kinderen te gaan, heb ik getwijfeld, gevloekt. Maar ik was toen al de vijftig voorbij. Nu is het zo. Ik kan het aanvaarden.

“Ik ken geen haat in mijn leven. Wellicht daarom word ik graag gezien.”

 

Ben jij altijd zo positief?

Ja, toch wel. Ik heb tegenslagen gekend. Een turbulent liefdesleven: twee keer gescheiden. De zoon van mijn broer die zelfmoord pleegde. Mijn vader die stierf op de tribune, amper 63 jaar. Mijn broer Swat die vorig jaar stierf, amper 62 jaar. Maar ik probeer een tegenslag om te buigen. Ik ga een voorbeeld geven. Onze kinderen houden van paardrijden. We hebben lang geen paard willen kopen. Te duur, te veel onderhoud. Enkele dagen nadat onze Swat die fatale hartaanval had gekregen, heb ik gezegd: kom, we gaan dat paard kopen, we werken wel wat harder. Soms moet je gewoon doen in het leven. En elke keer ik dat paard zie, denk ik aan mijn broer.

Je mist hem erg, voel ik.

Ja. Elke dag. Je mist vooral die kleine dingen. (zacht) Ik zou hem graag nog eens bellen en zeggen: hé brother, ik kom ene biljarten.

Je vader en je broer stierven aan hartfalen. Maakt je dat bang?

Ik ben bang geweest. Ik heb me binnenstebuiten laten keren. Maar de arts zei: ‘Leo, je bent perfect gezond.’ Nu, ik kan hier straks buiten wandelen, en dood vallen. Ik besef dat. Maar dat weerhoudt me niet om te genieten van het leven. Weet je, en dat is misschien vreemd, maar ik geloof in voorbestemming. Toeval bestaat niet. Alles heeft een reden.

Was jij voorbestemd om voetballer te worden?

Ja. Ik heb in mijn jeugd nooit iets anders gedaan. Ik stond op met een bal en ging ermee slapen. Mijn broer was mijn grote voorbeeld. Hij was ook tien jaar ouder. En zo praat ik weeral over hem. (glimlacht) Toen hij voor Anderlecht voetbalde, stond ik met paarse muts en sjaal achter de goal te supporteren.

Je speelde eerst vijf seizoenen voor Antwerp vooraleer Club op je deur klopte. Twijfel je dan?

Neen. Club was een topploeg. En ik droomde ervan om voor een topploeg te spelen. Het is niet omdat ik voor Anderlecht supporterde, dat ik Club haatte. Ik ken geen haat in mijn leven. Wellicht daarom word ik graag gezien. Vandaag ben ik supporter van Club, fanatieker dan ooit. Dat is opvallend. Ik ben nu zenuwachtiger voor een wedstrijd dan toen ik zelf speelde.

“Elke keer ik ons paard zie, denk ik aan mijn broer Swat. Ik mis hem erg. Elke dag.”

Jij maakte de legendarische Houwaert-jaren mee. Iedereen herinnert zich de 5-0 tegen Dortmund na de 3-0 nederlaag in de heenwedstrijd. Wat was jullie geheim?

De sfeer in de groep. Zelfs na die 3-0 zijn we zwaar op de lappen geweest. Dat zegt iets. We waren niet alleen vrienden in goede tijden. En Houwaert natuurlijk. Hij kon ons doen geloven dat we duizend keer beter waren dan die Duitsers. Hij was de perfecte trainer voor die groep. Ik mag ook de supporters niet vergeten: een uur voor de wedstrijd stond er 25.000 man te zingen als gek in dat stadion.

Hoeveel hattricks heb jij gemaakt in je carrière?

Eén. In die wedstrijd tegen Dortmund. (lacht) Maar mijn schoonste goal heb ik gemaakt voor Genk: een lob vanuit de middencirkel tegen Germinal Ekeren met Philippe Vande Walle in doel. Ik kreeg toen de trofee van doelpunt van het jaar. Ik ben fier op mijn carrière. Ik heb maar van één iets een beetje spijt. In 1988 zijn we kampioen geworden met Club. Ik ben toen vertrokken naar Metz. Ik kon er vier keer meer verdienen. Maar dat avontuur is mislukt. Ik had niet de kwaliteiten voor Frankrijk. Ik wéét dat. Ik was een dienende speler, die weliswaar af en toe belangrijk kon zijn. Ik had moeten bijtekenen bij Club.

Je noemt je penalty tegen Spanje je mooiste moment. Ben je dat verhaal nog niet beu verteld?

Neen. Waarom zou ik? Ik ben fier op dat doelpunt. Dat zit in het collectieve geheugen, en dat zal nooit veranderen.

Wat zou jij geworden zonder het voetbal?

Ik denk criminoloog. Moorden fascineren mij. Strafpleiter Walter Van Steenbrugge is een goede vriend. Ik geniet ervan om naar zijn verhalen te luisteren. Voetbal is niet het enige voor mij. Ik leef ook buiten die cocon. Vaak moet ik zelfs op maandag de kranten lezen om de uitslagen te kennen. Behalve van Club natuurlijk.

Welk nieuws kan jou kwaad maken?

Veel. Een Donald Trump die vol over zichzelf praat. Die man heeft de nucleaire knoppen in handen. Dat begrijp ik echt niet. Ook onrecht maakt me kwaad. Kinderen die sterven: dat is zó oneerlijk. Ik ben jaren geleden gevraagd om peter te worden van de Foundation Jana De Koker. Die vzw bezorgt zieke kinderen meer afleiding in het ziekenhuis. Als zo’n vraag komt, twijfel ik geen seconde. Ik ben heel gevoelig voor kinderleed.

Het sportrapport van Leo Van der Elst

Als kind was mijn idool …

Agnetha Fältskog, de blonde van ABBA. Ik was smoorverliefd op haar. Ik weet alles van ABBA.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Nafi Thiam. Wat zij presteert, verdient grote bewondering.

Mijn mooiste sportmoment?

De beslissende strafschop tegen Spanje in de kwartfinale van Mexico 86. Dat heeft mijn leven veranderd. Ik word er tot op vandaag over aangesproken.

Mijn grootste ontgoocheling?

De halve finale van de Europabeker in 1988 met Club. We verliezen met 3-0 van Espanyol nadat we thuis met 2-0 wonnen. Dat was dé kans op een Europese finale.

(foto isopix)