Mbo en Emile Mpenza waren de eerste échte sterren van het Belgische voetbal. Twee vaten vol talent. Mbo koppelde dat aan discipline. Tot op vandaag. Hij vergeet nooit waar hij vandaan komt, zegt hij meermaals. We hebben afspraak in de roestige voetbalkantine van het verlaten Waals-Brabantse dorpje Rosières. Geen plek waar je een ster denkt aan te treffen.

“Geen stress, amuseer je vooral. Maar werk hard. Dan kan je bereiken wat je wil.” De voetbalkinderen hangen aan zijn lippen. De voormalige Rode Duivel, 41 intussen, zit strak in het pak, hippe zonnebril op. Dit is de Mbo Mpenza Challenge. Elke week doet die een andere Waals-Brabantse amateurclub aan. Kinderen krijgen voetbaltraining én educatie. Dat laatste gaat over vrouwenvoetbal, arbitrage, voeding. De lokale televisiezender is er ook. Op zaterdag 5 mei vindt in het nationaal voetbalcentrum van Tubeke de grote finale plaats. Van elke club doet één speler mee. Mbo oogt ontspannen. Hij geniet ervan kinderen te zien voetballen. Hij wil zijn project uitbreiden over heel België, zegt hij. “Zonder amateurclubs geen profclubs.” Sociaal engagement vat zijn leven vandaag samen. De Challenge is één ding. Hij steunt ook integratieprojecten in Brussel. Hij is ambassadeur van FARE, een organisatie die de strijd aanbindt tegen racisme in het voetbal. “Ik wil iets teruggeven aan de samenleving”, zegt hij. “Ik heb zelf zóveel gekregen. Ik zie dat als een morele plicht. De strijd tegen racisme bijvoorbeeld, ligt mij na aan het hart.”

Omdat je het zelf meemaakte?

(knikt) Ik was zeventien. Ik speelde in tweede klasse bij Kortrijk. Toen ik de bal raakte, weergalmde oe oe oe door het stadion. Apenkreten waren normaal in die tijd.  Vandaag kan een scheidsrechter de match stilleggen. Dat is een grote stap vooruit. Maar de strijd is niet gestreden. Ik pleit voor veel hardere straffen. Een levenslang stadionverbod bijvoorbeeld. Anders stopt dat nooit. Maar wie legt die straffen op? Mensen die nooit slachtoffer waren. Die kunnen de impact niet inschatten.

Wat heeft dat met jou gedaan?

Aanvankelijk was ik bang om de bal te krijgen. Maar je leert ermee leven. Je denkt zelfs dat die kreten normaal zijn. Dat klinkt erg, hè. (zwijgt even) Vuile zwarte, ik heb dat zóveel te horen gekregen. Dat blijft je raken, altijd. Wie dat roept op straat, wordt bestraft. Maar in een voetbalstadion krijsen ze dat met duizenden tegelijk. Dat kan blijkbaar.

Jij bent geboren in Kinshasa. Vlak daarna verhuisden je ouders naar België. Waarom?

Mijn vader kon hier zijn doctoraat Farmacie doen. Eens afgestudeerd, kreeg hij de kans om een apotheek uit te baten in de buurt van Bergen. We zijn hier gebleven. Ik ben nooit teruggekeerd naar Congo. Vroeger was dat te duur. Toen ik voetbalde, paste dat nooit in de kalender. De politieke instabiliteit speelde ook een rol. Maar vandaag wil ik terug. Ik ben ermee bezig. Ik wil mijn vaderland eens zien. Mijn grootouders zijn helaas overleden. Ik heb alleen de moeder van mijn moeder eens ontmoet. Zij is één keer naar België gekomen.

Waarom hield jij, in tegenstelling tot je broer, je Congolese naam aan?

Ik heb geen voornaam. Mijn naam is Mpenza-Mbo. Mbo is de naam van mijn grootvader. Ik ben geboren onder het regime van Mobutu. Toen waren christelijke namen verboden. (zwijgt even) Ik vergeet nooit waar ik vandaan kom. Mijn ouders hebben vijf kinderen opgevoed. Mijn oudste broer heeft een zware handicap. Dat was geen makkelijk leven. Wij zijn nooit op vakantie geweest. Ik wil dat mijn kinderen (Yelena, 14, Joshua, 13 en Leo, 11, red) dat ook beseffen. Het leven is niet altijd mooi.

“Racisme op straat wordt bestraft. Maar in een voetbalstadion krijsen ze met duizenden tegelijk.”

Ben jij een strenge vader?

Ik ben veeleisend. De kinderen zeggen vaak: “Papa, je bent té.” (glimlacht) Weet je, ik hoef niet meer te werken. Ik kan thuis in mijn luie zetel zitten. Maar welk voorbeeld zou ik dan geven? Je moet hard werken om iets te bereiken. Dát wil ik hen meegeven.

Jij en je broer waren de eerste échte sterren van het Belgische voetbal. Hoe was dat?

Jij zegt dat. Ik heb mezelf nooit als een ster gezien. Ik was deel van een groep. Maar oké, wij kregen meer aandacht dan anderen. Je moet dan vooral proberen daar zelf niet in mee te gaan. Ik was volledig gefocust op mijn sport. Discipline staat voor mij voorop, en nog altijd.

 

Jij kwam inderdaad nooit in het nieuws met vrouwen en auto’s. Vanwaar het verschil met Emile?

(lacht) We hebben nochtans dezelfde bescheiden opvoeding gekregen. Neen, dat is moeilijk voor mij om te zeggen. Ik ben nog steeds samen met het meisje dat ik op de middelbare school leerde kennen. En zij houdt niet van voetbal. Ik heb vier jaar voor Anderlecht gespeeld. Zij is één keer komen kijken. Dat was mijn geluk. Zij zorgde voor evenwicht in mijn leven.

Jij hebt voor Moeskroen, Standard, Lissabon, Galatasaray, opnieuw Moeskroen, Anderlecht en Larissa gespeeld. Ben jij tevreden over je carrière?

Ik had meer kunnen bereiken, maar ook minder. Mijn mooiste jaar was mijn eerste jaar Sporting Lissabon. We zijn er kampioen geworden, voor het eerst in achttien jaar, de zon scheen altijd, het eten was lekker en de mensen waren vriendelijk. Kan je meer wensen? Ik wou Lissabon niet verlaten. Maar ik was op de bank beland door de terugkeer van Sa Pinto. Ik moest spelen met het oog op het WK. Turkije was echter een foute keuze. Ik vind één iets echt jammer: dat ik geen titel heb met Standard. Ik gun die club dat zo hard. Maar weet je waar ik vooral fier op ben? Op mijn 56 caps voor de nationale ploeg.

Niet iedereen was in die tijd even fier om voor de Rode Duivels te spelen.

Ik wel. Als je voor de Rode Duivels speelt, maak je écht deel uit van België, ook al heb je een andere huidskleur. Dat was hét bewijs van mijn integratie. Integratie kan dus. En sport kan daarin een belangrijke rol spelen.

Een match die de geschiedenisboeken ingaat, is die tweede ronde tegen Brazilië op het WK in 2002 (zie kader). Was dat een complot tegen België?

De ware toedracht zullen we nooit weten, vrees ik. Wat bezielde die Prendergast om een geldig doelpunt af te keuren? Valt die goal aan de andere kant, dan fluit hij nooit. Daar ben ik zeker van. België was toen een klein voetballand. Dat speelde wellicht mee in zijn hoofd.

“De voetballers vandaag hebben geen voeling meer met de realiteit.”

Ben jij tien jaar te vroeg geboren?

Neen. Ik zou niet willen ruilen. Ik ben nu de eerste Congolees die voor België speelde. Ik ben daar heel fier op. Bovendien: de voetballers vandaag worden zó afgeschermd van de buitenwereld. Ze hebben geen voeling meer met de realiteit. Dat wordt een probleem op de dag dat hun carrière stopt. Ik ben daar niet jaloers op.

Zou jij ooit trainer willen worden?

Neen. Ik droom ervan iets structureler te doen voor een club of een federatie. Ik heb net een tweejarige opleiding gevolgd bij de UEFA: de Master for International Players. Ex-toppers worden daarin klaargestoomd voor leidinggevende functies. Je bezoekt clubs zoals PSG, Arsenal en Chelsea. Je krijgt lezingen van Bart Verhaeghe van Club Brugge en Edwin van der Sar van Ajax. Heel boeiend. Ik wil nu iets doen met die bagage.

Wou jij vorige zomer geen sportief directeur worden van Moeskroen?

Neen. Ik heb met Moeskroen gesproken. Maar ik heb neen gezegd tegen de functie van sportief directeur. Ik wil diepgaander werken: een club mee besturen, een structuur opzetten, een visie uitwerken. Dat is mijn droom voor de toekomst. Vandaag zitten te weinig oud-spelers aan het roer.

Het sportrapport van Mbo Mpenza

Als kind was mijn idool …

Diego Maradona. Dat was mijn grote held.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Michael Jordan. Hij bewijst welke impact sport kan hebben op een samenleving.

Mijn mooiste sportmoment?

De eerste tien minuten tegen Brazilië op het WK in 2002. Wij speelden ongelooflijk goed. En dat op het allerhoogste toneel.

Mijn grootste ontgoocheling?

De uitschakeling tegen Brazilië: we verliezen onterecht met 2-0. Wij waren die match beter dan de latere wereldkampioen. Schakelen we hen uit, dan is álles mogelijk.

(foto belga)