Met de rugzak door Panama

116
Parelwitte stranden, wuivende palmbomen en een prachtige zee: op de San Blas-archipel waan je je in een reclamespot. (foto Getty Images)©DavorLovincic Getty Images
Parelwitte stranden, wuivende palmbomen en een prachtige zee: op de San Blas-archipel waan je je in een reclamespot. (foto Getty Images)©DavorLovincic Getty Images

De Republiek Panama is een van de meest veelzijdige landen van Midden-Amerika. Bovendien is het goed bereisbaar met het openbaar vervoer. Dus vullen we de rugzak, nemen een reisgids in de hand en stappen een dag later uit op de luchthaven van Panama City. Klaar voor een avontuur dat ons zal leiden langs parelwitte stranden, adembenemende eilanden, diep in de jungle en in het hart van de grootstad.

Panama is een lang uitgestrekt land dat grenst aan Costa Rica en Colombia. Het is bij ons vooral bekend door het Panamakanaal dat de doorsteek mogelijk maakt tussen de Atlantische Oceaan en de Grote Oceaan. We hebben 2,5 weken de tijd om het land te ontdekken en ons onder te dompelen in het leven van de lokale bevolking. Een mooie uitdaging die we – grotendeels onvoorbereid – tegemoet gaan. We houden van onverwachte wendingen die meestal voortvloeien uit toevallige ontmoetingen.

Panama City

De internationale luchthaven ligt iets buiten Panama City. Om onmiddellijk te genieten van de lokale sfeer, pluizen we uit hoe we met het openbaar vervoer naar de stad geraken. Even later stappen we uit op een prachtige plaats en wandelen we richting de Cinta Costera, een wandelboulevard die langs de gehele kustlijn van Panama Stad loopt.

We bevinden op ons de scheidingslijn van Casco Viejo, het historisch centrum van de stad, en het moderne Panama met tal van indrukwekkende wolkenkrabbers. Ondanks het feit dat de skyline gevuld is met tientallen witte wolkenkrabbers, is deze stad erg groen en vooral kraaknet. Dit voelt al onmiddellijk goed aan. We gooien onze spullen af in onze slaapplaats en trekken de stad in. Eerst naar Casco Viejo waar de statige koloniale huizen heel wat hippe restaurantjes en authentieke fonda’s ( eethuisjes, red. ) herbergen. Iets drinken in La Finca del Mar en een hapje eten in café Coca-Cola of in Lo Que Hay zijn absolute aanraders. We wandelen op de Paseo Esteban Huertas en lopen een leuk overdekt marktje (Centro Artisanal) binnen. Wie van zeevruchten houdt, komt aan zijn trekken op de Mercado de Marisco. Panama City kent ook heel wat rooftopbars. Eén van de letterlijke hoogtepunten is deze op de 62ste verdieping van het Hard Rock Hotel.

Hoewel de meeste backpackers naar Boquete reizen om van de jungle te proeven, kiezen wij voor een unieke reiservaring in Chiriquí. We logeren op de top van een berg te midden de jungle. The Lost & Found hostal is een adembenemende plek die je pas kan bereiken na een halfuurtje te voet puffen. Eenmaal boven worden we overvallen door een gelukzalig gevoel. Rust, stilte, natuurpracht en enkele andere backpackers die er heerlijk aan het chillen zijn.

Alleen in de canyon

Wanneer de avond valt, krijg ik vlinders in de buik van het aanschouwen van de mooiste zonsondergang die ik ooit al gezien heb. Vanuit deze plek doen we op ons eentje een trektocht door de jungle. De volgende dag gaan we al liftend naar de Gualaca Canyon. De canyon hebben we voor ons alleen, want het regent pijpenstelen. Maar geen nood, we genieten van enkele zalige sprongen in het water en laten ons even meevoeren door de rivier. In de namiddag gaan we voor een bezoekje aan de Celestines waterval. Een prachtige waterval, verscholen in de natuur. Die avond worden we weer getrakteerd op een prachtige zonsondergang, deze keer gecombineerd met een stralende regenboog.

Na de jungle, gaan we volop voor de zee. We hebben intussen al begrepen dat we niet de ideale periode hebben uitgekozen voor een strandmoment in Panama. In november zitten we aan het einde van het regenseizoen en dat hebben we geweten. Gelukkig schommelen de temperaturen nog rond de dertig graden Celsius, zodat het niet deert als we meer dan eens doornat worden. Bovendien zorgt het regenseizoen voor veel zuurstof in de lucht en een mooi groen landschap. De busreis naar Santa Catalina verloopt traag en we hobbelen over een aftandse tweevaksbaan die vol putten zit. Maar we genieten met volle teugen van het prachtige landschap. Santa Catalina is een klein vissersdorpje en de ideale uitvalsbasis voor een bezoekje aan Isla Coiba. Het is ook een surfspot en er hangt een chill sfeertje. Met een rum-cola nestelen we ons in de hangmat onder een palmboom en genieten we van het golvende uitzicht.

De volgende ochtend stappen we in een klein motorbootje dat ons naar het Nationaal Park Isla Coiba brengt. Onderweg worden we getrakteerd op een showspel van dolfijnen. Hoewel het weer niet echt meezit, kan Isla Coiba ons wel bekoren. We spotten aapjes en prachtige vogels op het eiland en tijdens het snorkelen krijgen we naast koralen en heel wat prachtige vissen, ook gigantische zeeschildpadden te zien. Na enkele uren op het eiland (meer heb je er ook niet nodig) stappen we – met dreigende onweerswolken boven ons hoofd – opnieuw in het kleine motorbootje. De terugreis verloopt zeer ruig, met regen die hard op onze huid klettert en hoge golven waarvan ik me soms afvraag of ze het zullen winnen tegen onze boot. Maar na ruim een uur zetten we weer voet aan wal op Santa Catalina. Klaar om droge kleren aan te trekken en de voeten onder tafel te schuiven. Helaas draait dit door een stroompanne in het hele dorp – die uiteindelijk 14 uur duurt – iets anders uit…

De San Blaseilanden vormen een semi-autonome regio in Panama. Ze behoren tot het grondgebied van de Kuna-indianen. Hier schepen we in op de zeilboot van Mike, een Rus die al jaren met zijn zeilboot tussen de honderden kleine eilandjes vaart. De drie dagen op de boot verlopen windstil, dus echt zeilen zit er niet in. Wel snorkelen, kreeft eten, een eiland bezoeken, een boekje lezen, genieten van de zonsopgang- en ondergang en vooral kijken naar een plaatje dat ik normaal alleen maar in reisboeken zie.

We sluiten onze reis af in Panama City. Op het programma staat een bezoek aan de ruïnes van Panama Viejo (niet echt de moeite waard) en het prachtige BioMuseo, gehuisvest in een modern kleurrijk gebouw. We trekken ook naar het Nationaal Park Soberanía, waar we – op amper 30 kilometer van Panama City – een bescheiden inkijk krijgen in het leven van apen, vogels, slangen en kikkers. Onze reis afsluiten doen we aan boord van de Panama Canal Railway. Deze trein rijdt één keer per dag op de spoorlijn tussen de Atlantische en de Stille Oceaan over de landengte van Panama. Het indrukwekkend Panamakanaal, de jungle, verscholen meren… Dit is genieten. Als kers op de taart krijgen we nog een toekan te zien. Meer moet dit niet zijn als afsluiter van een heerlijke reis.