Met dure woorden moet je zuinig zijn, maar Michel Verschueren verdient het predikaat ‘levende legende’. Net geen kwarteeuw, van 1980 tot 2004, was de sluwe Brabander manager en boegbeeld van RSC Anderlecht, recordkampioen van het Belgisch voetbal. ‘Mister Michel’ heeft het allemaal meegemaakt: de hoogste toppen en de diepste dalen. Tot in de cel toe.

Of hij ooit denkt aan stoppen? Neen dus. “Stoppen is sterven.” Hij zegt het zonder verpinken. We zitten in zijn met brieven en boeken volgestouwde kantoor op Anderlecht. “Als ik opsta, was en scheer ik mij en stap ik de wagen in. Met twee mogelijke bestemmingen: de club of de luchthaven. Dat is mijn leven. Elke dag, zeven op zeven. Zolang ik gezond ben, blijf ik dat doen.” Vandaag is Verschueren in de eerste plaats afgevaardigd beheerder van Saint-Guidon, het prestigieuze restaurant van de club, en ooit houder van een Michelinster.

Dat hij op 17 maart 85 wordt, houdt hem niet bezig. Zegt hij. “Ik hoop dat ik het haal. Ik besef dat het elke dag voorbij kan zijn. Kijk naar Dominique D’Onofrio, een goede vriend van mij. Plots is hij weg.” Mister Michel wordt er zowaar even stil van. Dat overkomt hem niet vaak. Hij is geen grote blèter, benadrukt hij, en niet zonder trots.

Denk je vaak aan de dood?
Niet te vaak, neen. Dat is het voordeel van actief te zijn: je hebt geen tijd om daarover na te denken. Ik hoop vooral dat ik bespaard blijf van ziektes zoals Parkinson of Alzheimer. Daar ben ik bang voor.

Wat komt er na de dood?
Niets. Weg is weg. En je bent heel rap vergeten. Ik zal dat ook zijn.

Vroeger was jij de man van de controversiële uitspraken, vandaag van het zeemzoet gerijm op Twitter. Wat heeft jou milder gestemd?
De jaren, hè. Je wordt wijzer. Filosofischer als ik dat zo mag zeggen. Ik heb er altijd graag stevig in gevlogen. Onze voorzitter, Constant Vanden Stock, duwde me ook in die richting. Ik in de vuurlinie, hij op het hoofdkwartier, en dat marcheerde heel goed. Napoleon deed het ook zo. Vandaag ben ik voorzichtiger. Op sociale media moet dat ook. En ik rijm om mezelf en mijn volgers te amuseren. (plots kort) Zijn het slechte rijmen misschien?

Dat bedoel ik niet.
Ah, voilà. (glimlacht) En ze zijn ook altijd gebonden aan de actualiteit.

Heb jij spijt van uitspraken die je gedaan hebt?
Nee. (zwijgt even) Natuurlijk, mensen van mijn leeftijd zijn streng katholiek opgevoed. Toen dat spul over homoseksualiteit begon, heb ik daar inderdaad een uitspraak over gedaan en veel mensen vonden dat choquerend (Verschueren noemde twee mannen in een bed decadent, red). Dat is me blijven achtervolgen. Maar eens de wet over gelijkheid voor homo’s gestemd was, heb ik daar geen woord meer over gezegd.

Maar denk je er ook anders over?
Ja. Als ik zie hoeveel mensen in aanmerking komen om in die categorie te worden opgenomen, dan leg ik me daarbij neer. Ik moet zelfs eerlijk zeggen dat ik op de club enkele medewerkers van dat type had en dat ik over hen geen kwaad woord kan zeggen. Dat waren goede en eerlijke mensen.

Was het eigenlijk jouw kindsdroom om in de voetbalwereld aan de slag te gaan?
Inderdaad. Ik was licentiaat Lichamelijke Opvoeding en gespecialiseerd in moderne fysiektraining. Ik mag zonder pretentie zeggen dat ik de principes van uithouding, weerstand, interval, enzovoort geïntroduceerd heb in ons voetbal. Ik ben in 1957 begonnen als conditietrainer bij Eendracht Aalst. Zes jaar heb ik dat gedaan. Dan is Albert Roosens, toenmalig voorzitter van Anderlecht, mij komen halen.

“Ik moet eerlijk bekennen: als kind supporterde ik voor Malinwa.”

Voor wie supporterde jij als kind?
Ik moet eerlijk bekennen: dat was voor Malinwa. Mechelen lag dichtbij Boortmeerbeek waar ik opgegroeid ben. Tot ik naar de universiteit ging. Dan is dat gevoel snel verdwenen.

Was je zelf een begenadigd voetballer?
Neen. Ik was goed in gymnastiek. Ik liep in die tijd beter op mijn handen dan nu op mijn voeten.

Wanneer wist je dat er ook een geslepen manager in je schuilde?
Altijd al. Als fysiektrainer volgde ik al elk aspect van de club op de voet. Begin jaren zeventig heb ik die kans gekregen bij Molenbeek. En in 1980 bij Anderlecht. Ik ben altijd een workaholic geweest, en ik ben daar fier op. Dat is geen ziekte, zoals sommigen denken.

Maar het is niet eenvoudig te combineren met een gezin.
(ernstig) Ik ben mijn vrouw daarvoor ongelooflijk dankbaar. Ze is twintig jaar met de twee kinderen op vakantie geweest naar de Côte d’Azur. Elke keer opnieuw zei ze haar vrienden daar dat haar man het volgende weekend zou komen. Maar ik kwam nooit. Ik was altijd maar bezig op Anderlecht. Tot die vrienden niet meer geloofden dat ze een man had. Ze is nooit meer teruggegaan.

Heb je er geen spijt van dat je je kinderen niet hebt zien opgroeien?
(resoluut) Neen. Ik heb ongelooflijk graag gewerkt. Ik heb de wereld gezien en boeiende mensen ontmoet. Dan moet je geen spijt hebben. Mijn vrouw en kinderen zijn nooit iets tekort gekomen. En let op: ik was misschien fysiek niet aanwezig, maar geestelijk wel. Ik wist heel goed wat er thuis gebeurde. En zij wisten dat ook.

Nemen zij jou iets kwalijk?
(aarzelend) Dat denk ik niet. Mijn zoon Michael is net als ik een workaholic. Hij is mijn opvolger in de European Club Association. Het doet me plezier hem bezig te zien. Ik denk dat hij het verder zal schoppen dan ik.

“Ik praat niet graag over de omkoopaffaire-Nottingham Forest…”

De omkoopaffaire-Nottingham Forest is de donkerste bladzijde in de clubgeschiedenis. Was dat ook voor jou de moeilijkste periode?
(resoluut) Ik had daar persoonlijk niets mee te maken. (denkt na) Ik heb nadien de voorzitter wel geholpen, op zijn uitdrukkelijke vraag, om de situatie weer recht te trekken. Dat was een moeilijke periode, ja. Ik geef toe: daar heb ik mijne pere gezien. Maar dat was vooral zwaar voor Constant. (stil) Hij had geen slechte bedoelingen, dat weet ik, maar hij heeft zich laten flikken door twee gangsters (Jean Elst en René Van Aken die Vanden Stock afpersten, red). (zucht) Ik praat niet graag over die affaire. Ik wil ze niet doodzwijgen, dat niet, maar er is al zoveel over geschreven.

In diezelfde woelige jaren tachtig heb jij ook even in de cel gezeten.
(pikt in) De zaak-Bellemans. Die onderzoeksrechter was op jacht naar het zwarte geld in het voetbal. Ik ben heel eerlijk: iedereen deed toen wel iets in het zwart. Wie het omgekeerde zegt, liegt. De inspectie viel binnen bij mij thuis, bij mijn schoonvader en op kantoor, maar vond niets. En ik ontkende alles. Ik werd naar de gendarmerie in Halle gebracht. Steek hem maar weg, zei Bellemans. Dat deed vies, hoor. Schoenen uit, riem uit, en dat kot in. Als die celdeur dichtgaat, denk je wel eens: godverdomme, what’s going on. Later die dag is ook Constant binnen gebracht. Hij had toegegeven dat er inderdaad een zwart kaske was op Anderlecht en dat ik als enige wist hoe dat marcheerde. Ik ben blijven ontkennen tot een uur of 11 ’s avonds. Dan had ik het begrepen. Ik wou meewerken op voorwaarde dat de club de spelers uit de wind zou zetten en alles zou betalen. Om 3 uur ’s morgens mocht ik naar huis. Wij zijn trouwens de enige club die dat gedaan heeft. De andere clubs, zoals Standard, hebben hun spelers laten vallen.

Zit er vandaag nog zwart geld in het voetbal?
Dat denk ik niet. Ik heb er toen komaf mee gemaakt op Anderlecht. Misschien nog in de lagere klassen.

“Het succes van AA Gent moet Anderlecht stimuleren.”

In jouw tijd was Anderlecht Europese top. Raakt het je dat AA Gent vandaag de
vaandeldrager is van het Belgische voetbal?
Neen. Ik weet wat dat is: kampioen spelen. Anderlecht heeft dat 33 keer gedaan. Gent heeft nog minstens 99 jaar nodig om dat te evenaren. Nu, als je elke dag kaviaar eet, raak je plots verzadigd. Dat kun je niet ontkennen. Onze laatste titelvieringen waren nauwelijks die naam waardig, zeker als je vergelijkt met die in Gent. Daarom zeg ik: hun succes moet ons stimuleren.

Wie is de allergrootste die je in de paarswitte kleuren hebt zien spelen?
Ik moet er drie noemen. Robbie Rensenbrink: een gouden linkse poot. Juan Lozano: twee gouden poten. Paul Van Himst: hét monument van Anderlecht. Misschien zal Jan Mulder nu kwaad zijn op mij. Zet hem er ook maar bij. (lacht)

Om af te sluiten: heb jij vrede met je leven?
(resoluut) Neen, want het is niet voorbij. Twee jaar geleden heb ik daadwerkelijk politieke kleur bekend. Ik heb op vraag van mijn vriendin Maggie De Block de lijst van Open VLD voor het federaal parlement geduwd. Ik was net niet verkozen. Maar ik durf wel stellen dat ik de partij aan de vierde zetel geholpen heb. En ik heb nog ambitie. Ik voel dat er nog iets komt. Maar vraag me niet wat.

Het sportrapport van Michel Verschueren

Als kind was mijn idool …
De wielrenners Marcel Kint, Raymond Impanis, Rik Van Looy en Rik Van Steenbergen. En uit de voetbalwereld Rik Coppens, een speciale figuur.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …
Zonder nadenken: Eddy Merckx. Wat een carrière. Nooit geëvenaard.

Mijn mooiste sportmoment?
De drie Europese finales, met winst in Europacup III in 1983 tegen Benfica. En het nieuwe stadion in 1991. Wij waren voorloper in Europa met onze loges.

Mijn grootste ontgoocheling?
Elke Europese uitschakeling maakte me doodziek.