Langeafstandsloper Miel Puttemans was een recordjager, maniakaal bezeten door de chrono, veel meer dan een medaillekampioen. Misschien daarom wordt hij vaak vergeten in lijstjes van grootste Belgische sportfiguren? Of is het omdat hij zelden publiekelijk opduikt? Pas na lang aandringen wou de 68-jarige Vossemnaar dit interview doen. Telefonisch. “Wie interesseert dat nog wat ik gedaan heb?” Dat zie je fout, Miel.

Zestien wereldrecords heeft hij gebroken, op zowat alle lange afstanden, twee keer is hij Europees indoorkampioen geworden, vier Olympische Spelen maakte hij mee, één keer graaide hij zilver mee naar huis, zijn meest fameuze prestatie. Dat was in 1972, de beruchte Spelen van München, overschaduwd door de bloedige gijzelingsactie van de Palestijnse terreurorganisatie Zwarte September. Maar liefst elf atleten en officials van de Israëlische delegatie kwamen om. “Wij hebben daar niets van gezien. We vernamen wel dat er iets gaande was, de zone waar het gebeurde, werd volledig afgesloten, maar verder ging alles zijn gewone gang.”

Onwaarschijnlijk toch dat die Spelen niet stopgezet werden?
Goh, dat weet ik niet. Misschien wel, ja.

Enkele dagen nadien moet jij de 5.000 meter lopen. Heb je niet getwijfeld?
Neen, iedereen kwam aan de start. Ik zeg het: wij wisten niet hoe erg dat was. De beelden heb ik pas op het einde van de Spelen gezien.

Je had toen al zilver op zak op de 10.000 meter. Hoe blik je daarop terug?
Ik kon die dag niets doen tegen Lasse Virén. Hij was de laatste 100 meter gewoon te sterk. Hij versnelde, en ik kon niet meer.

Bloeddoping, zo zou nadien blijken.
Tja. Men zegt dat, ik weet dat niet. Virén was iemand die enorm piekte naar de Spelen. Voordien ging hij een maand of vier op hoogtestage naar Colombia. Maar wat hij daar deed, weet ik niet. Ik was daar niet bij, hè. Ik weet wel dat ik hem in de vier jaar tussen München en Montreal (Spelen van 1976, red) een keer of tien geklopt heb. Als het niet meer was. Maar op de Spelen was hij telkens te sterk. Nu goed, ik stond liever zeven jaar aan de top, dan twee keer op de top. Ik denk dat ik er meer plezier aan beleefd heb.

Had jij je in de reeksen niet meer moeten sparen? Legendarisch zijn de beelden waarop jij en de Brit Dave Bedford al keuvelend richting wereldrecord liepen.
Dat zou geen verschil gemaakt hebben. Wat moet je doen? Zes ronden voor het einde liepen we op koers voor het wereldrecord. Dan hebben we mekaar eens goed bekeken en uiteindelijk toch wat ingehouden. Bedford wist ook wel dat ik in de laatste ronde sneller zou zijn. Ik heb wel het Olympisch record gebroken. En waarom niet? Die kans krijg je niet elke dag.

Wat heb jij verdiend aan die zilveren medaille?
Verdiend? Niets. Mijn medaille, die mocht ik houden. En de verplaatsing en het verblijf werden vergoed.

“Ik zei de inrichter van Berlijn: ik ga drie wereldrecords breken. Bon, dat is ook gelukt.”

Ben jij ooit met doping in aanraking gekomen?
Neen. In die tijd was vooral hormonale doping in trek, zeker in het Oostblok en bij de atleten van de krachtsporten. Een afstandsloper heeft dat niet nodig. Wij moesten afgetraind zijn, elke kilogram extra was er een te veel.

Wat zie jij als je mooiste prestatie?
Qua kwaliteit: de drie wereldrecords in één wedstrijd. Dat was in februari 1973 op een indoormeeting in Berlijn. Ik liep de twee mijl, maar vroeg de inrichter om ook de tijd van de 3.000 meter op te nemen. En ’s ochtends, ik voelde me goed, zocht ik hem opnieuw op en zei: luister, ik ga heel snel doorkomen en die lijn doortrekken, neem ook de tijd van de 2.000 meter op, ik ga drie wereldrecords breken. Bon, dat is uiteindelijk gelukt. Mijn tijd op de twee mijl was zelfs sneller dan mijn wereldrecord outdoor op die afstand. Dat is tot op vandaag het enige wereldrecord op de halve fond dat ooit indoor sneller was dan outdoor.

Ik dacht dat je de meeting in Brussel zou noemen, september 1972, waar je twee outdoor wereldrecords in één wedstrijd liep, de drie mijl en de 5.000 meter.
Dat is misschien qua uitstraling mijn mooiste wedstrijd, maar ik was niet content. Ik ben te rap doorgekomen na de eerste 800 meter. Anders was ik zeker onder de 13.10 gefinisht. Die tijd had ik aangekund.

Je 13.13 van toen zou wel vijf jaar lang het wereldrecord blijven. Met die tijd zou je zelfs vandaag nog twaalfde geworden zijn op de Spelen.
Ah, dat wist ik niet. (zwijgt even) Daar schrik ik wel van. Ik zal toch niet slecht geweest, zeker?

En dat als amateur. Je hebt het lopen altijd gecombineerd met je werk als tuinman.
Dat was voor iedereen zo in die tijd. Er waren geen profs.

Voel jij voldoende waardering voor wat je gepresteerd hebt?
(blaast) Dat weet ik niet. Ik heb plezier beleefd, dat is het belangrijkste. En ik denk dat een kenner mijn prestaties wel zal waarderen.

Miel stond er niet op grote kampioenschappen, hoor je wel eens.
Wel, ik zal daar eens iets op zeggen: ik begon het seizoen in het veld, drie maanden, daarna vijf weken indoor, dan tien dagen rust, en vervolgens vijf maanden op de piste. Altijd om te winnen, ik hield me nooit in. Dan kan je ook eens verliezen. En trouwens, ik héb medailles gewonnen.

Waarom was jij zo bezeten door die records?
Ik was zo. Als kind al. Ik liep naar school met de horloge op. Op training was ik maniakaal bezig met mijn tijden. Alles wou ik opnemen, zelfs een zware duurloop liep ik tegen de tijd. Mijn trainer moest me vaak afremmen. Ik deed dat gewoon graag.

“Nafi Thiam is de eerste sinds mijn generatie die België een wereldrecord zal schenken”

Vandaag hebben we geen Belgen meer aan de wereldtop in de lange afstand. Maakt je dat triest?
Ja, heel triest. Het probleem is dat ze vandaag niet meer maniakaal bezig zijn met hun tijden. Ze willen pieken naar één wedstrijd, maar zo lukt dat niet. Je moet maniak zijn, je eigen niveau altijd willen optrekken, ook op training. Alleen zo kom je aan de wereldtop.

Van welke prestatie op de Spelen was je het meest onder de indruk?
Awel, van Nafi Thiam. Ik ben ervoor wakker gebleven. Zij is de eerste sinds mijn generatie die België een wereldrecord zal schenken. En ze heeft zelfs drie mogelijkheden: de zevenkamp, het hoogspringen en de vijfkamp indoor. Zij kan dat, zij heeft wel dat maniakale.

In tegenstelling tot een generatiegenoot als Gaston Roelants schuw jij al jaren de aandacht en de media. Waarom?
Is dat nodig? Ik moet die belangstelling niet. Ik probeer interviews tot een absoluut minimum te beperken. Als je stopt, is je carrière voorbij. Dan is het aan de nieuwe generatie om in de belangstelling te staan. Als jij van werk verandert, moet je toch ook niet blijven praten over je vorig werk?

Jij hebt wel sportgeschiedenis geschreven. Vind je niet dat die verhalen moeten overleven?
Misschien wel, ja. Maar wie interesseert dat nog? Wie weet nog wat ik gelopen heb? De mensen die de zestig voorbij zijn, ja.

Je bent te bescheiden.
Dat weet ik niet.

Waarom wou je dit interview uiteindelijk wel doen?
Omdat je zo aandrong. (lacht)

Wel enkel telefonisch, niet face to face.
(zucht) Mja, dat is toch allemaal zo belangrijk niet. Waarom moet je daarvoor langskomen?

miel
De mediaschuwe Miel Puttemans op een zeldzaam moment voor de camera. (foto belga)

Wat maakt jou vandaag gelukkig?
Mooi weer zodat ik wat kan fietsen. Dat doe ik graag. En in de tuin werken. Als je gepensioneerd bent, heb je altijd wel iets om handen. En met mijn vrouw naar zee gaan, daar genieten we ook van.

Voel je de jaren topsport aan je lichaam?

Neen. Maar lopen doe ik niet meer. Eens je de vijftig gepasseerd bent, is dat te belastend voor je pezen. Fietsen is makkelijker. Ik wil wel actief blijven, mijn lichaam vraagt dat ook. Maar in het rood gaan doe ik niet meer. Mijn dochter (Nadia, ex-voetbalinternational, red) heeft dit jaar de Stelvio beklommen, ik ben mee geweest, maar met de auto. Ik zag dat niet meer zitten.

Is aan jou een groot coureur verloren gegaan?
Ah, dat is iets anders. Als kind kreeg ik geen fiets, te duur in die tijd. Stel dat ik wel een had: dat was mijn leven waarschijnlijk anders uitgedraaid. Met mijn karakter zou ik het ook in de koers gemaakt hebben. Denk ik.

Het sportrapport van Miel Puttemans

Als kind was mijn idool …
Gaston Roelants. Die is tien jaar ouder, en won alle crossen in die tijd. En de Australiër Ron Clark, die brak alle wereldrecords.

Vandaag heb ik grote bewondering voor …
Nafi Thiam en Greg Van Avermaet.

Mijn mooiste sportmoment?
Berlijn, 1973: drie wereldrecords breken in één wedstrijd.

Mijn grootste ontgoocheling?
De Spelen van Montreal, 1976. Ik was niet in mijn doen. Ik was ook niet fit, last van de achillespees. Ik was beter nooit gegaan.