De niet-essentiële winkels in Vlaanderen dringen er bij de overheid op aan om vanaf 28 november te mogen heropenen, desnoods op afspraak. “Anders dreigt ruim 18 procent het einde van het jaar niet te halen”, stelt Christine Matteeuws van het Neutraal Syndicaat voor Zelfstandigen (NSZ), dat een grote enquête onder haar leden organiseerde.

Door Olivier Neese

De handelaars van niet-essentiële winkels, die nog zeker tot 14 december hun deuren moeten sluiten, trekken aan de alarmbel. Ze zien hun omzet momenteel met 85 à 90 procent dalen. “Zo’n 72 procent van de niet-essentiële winkels proberen zich wel aan te passen door te werken met afhaal, levering en e-commerce, maar dat levert te weinig op”, zegt NSZ-voorzitter Christine Matteeuws. “De onlineverkoop is maar goed voor gemiddeld zo’n 12 procent van de omzet.” Daarvoor moeten de winkels ook de hand in eigen boezem steken. In deze tijden is nog maar 61 procent op de een of andere manier online actief – zoals een website of aanwezigheid op Facebook of Instagram – en heeft minder dan een vierde (23 procent) een volwaardige webshop.

Christine Mattheeuws van NSZ.

Niet alleen financieel maar ook mentaal zitten velen aan de grond.

Shoppen op afspraak

De niet-essentiële winkels vragen aan de overheid om vanaf zaterdag 28 november opnieuw hun deuren te mogen openen. “We kunnen niet wachten tot 14 december, want dan is er nog maar één weekend meer om kerstinkopen te doen. We moeten vermijden dat iedereen die twee cruciale dagen op pad gaat en de drukte spreiden over meerdere weekends. Laat ons werken met één afspraak – met maximum twee personen uit dezelfde bubbel – per keer in de winkel, met respect voor de afstands- en gezondheidsafspraken. Door de winkeldeur letterlijk op een kier te zetten, zullen we files aan de deur vermijden.”

Heel veel stress

Als de winkels geen concreet perspectief krijgen of ten laatste 14 december mogen heropenen, vreest 18 procent van de handelaars het einde van het jaar niet te halen. “Niet alleen financieel maar ook mentaal zitten velen aan de grond. De geestelijke gezondheid van de zelfstandigen is nog nooit zo slecht geweest. 72 procent zegt nu heel veel stress te ervaren. Vier maanden geleden lag dat cijfer nog ‘maar’ op 55 procent. “Vooral niet weten of ze een graantje kunnen meepikken van de omzet van de feestperiode of de solden baart hen enorme zorgen. We vragen de overheid om spoed te zetten achter het uitbetalen van de steunmaatregelen. Op mentaal vlak zou dat een wereld van verschil betekenen”, klinkt het nog bij NSZ.

Het Overlegcomité komt komende vrijdag samen, waarbij de sluiting van de niet-essentiële winkels wordt geëvalueerd.


Zaakvoerster Veerle Bosschaerts van speelgoedzaak ’t Bazarke. (foto Ivan Ruck)

Handelaars zijn somber: “Werken op afspraak is geen wondermiddel”

Openen op afspraak: heel wat handelaars zien die tussenstap niet zitten. Ze vrezen dat het zonder perspectief voor hun klanten weinig nut heeft en dat ze hun financiële steun zullen verliezen. “Bovendien zouden we dat dan moeten combineren met het runnen van onze webshop. Dat is onhaalbaar.”

Net zoals bij alle andere niet-essentiële zaken is ook de deur van de hippe dameskledingzaak Lilly A Paris in Aalst nog steeds dicht. Via haar webshop probeert zaakvoerster Julie Van den Bossche (omslagfoto) wat van inkomsten binnen te halen. “Bij de vorige lockdown hebben we een soort webshop op poten gezet, maar toen we onze winkel opnieuw mochten openen viel de verkoop via de webshop terug op niets. Daarom heb ik daar toen de nieuwe collectie niet meer op geplaatst. Bij de aankondiging van deze nieuwe lockdown heb ik mijn webwinkel meteen weer nieuw leven ingeblazen. Maar de verkoop komt héél traag op gang en levert momenteel zo goed als niets op.”

In overlevingsmodus

Bij speelgoedzaak ’t Bazarke in Mortsel draait de webshop wel beter. “Tijdens de eerste lockdown hebben we onze plannen voor een webshop eindelijk concreet gemaakt. Corona was een stimulans. Het grote geluk is dat we net in de Sint-Maarten- en Sinterklaasperiode zitten”, zegt zaakvoerster Veerle Bosschaerts. “Dat slaan de mensen niet over. En normaal is bij ons Kerstmis nog populairder. Ik denk dat we hiermee de helft van onze normale omzet zullen draaien. Dat valt, gezien de omstandigheden, nog mee. Tijdens de vorige lockdown was het véél minder. We werken nu wel veel meer voor veel minder omzet. We zitten in overlevingsmodus.”

De twee lockdowns kan je niet met elkaar vergelijken. De ene draait nu beter dan de vorige keer, bij de ander is het omgekeerd. Julie Van den Bossche: “Het is winter en sneller donker. Wie nu buitenkomt om te gaan wandelen, draagt een dikke jas en welke kleding je daar onder draagt speelt minder een rol. Die is wel zichtbaar op kerst- en nieuwjaarsfeestjes, maar daarvoor is er op dit moment geen enkel perspectief. Mensen lijken ook schrik te hebben voor een financiële crisis die hierna wel eens zou kunnen komen en houden nu de knip op hun beurs.”

Beiden hopen ze hun deuren zo snel mogelijk te mogen openen. “Maar realistisch gezien denk ik niet dat het snel zal gebeuren, omdat het te veel volk op de been zal brengen”, aldus Veerle Bosschaerts. “Toch hoop ik erop. Dan kunnen we de klanten sneller en beter helpen. Enkel openen op afspraak zie ik eigenlijk niet zitten. Dan moet je de webshop, mail én de winkel combineren. Helemaal alleen. Al mijn personeel is technisch werkloos, omdat ik het anders niet kan betalen.” Ook Julie Van den Bossche staat sceptisch tegenover de tussenstap. “Naast me is er een bloemenwinkel die open mag blijven. Daar komen nu meer mensen dan ik op afspraak zou kunnen zien. Ik denk niet dat het een wondermiddel voor de kledingsector zal zijn. De horeca is niet open, de mensen hebben geen enkel perspectief. En als het openen op afspraak uitdraait op een fiasco, dan krijgen we geen vergoeding meer omdat we niet meer verplicht moeten sluiten. Zelfs dan hebben we steun nodig.”

Voorjaar wordt ook zwaar

De toekomst zien beide dames somber in. “Ik pieker me daar dood over”, zegt Julie Van den Bossche. “Iedereen zal hier kleerscheuren van oplopen, maar december zal bepalen hoe groot die zullen zijn. Als de mensen nu volop lokaal beginnen te kopen en de grote ketens even links laten liggen, dan kom ik hier door. Als ze echter weg blijven… Op het einde van het jaar zal ik de rekening maken. Ik blijf heel nauw samenwerken met mijn boekhouder. Als het moment eraan komt, zal ik een heel nuchtere beslissing nemen. Als het niet gaat, dan gaat het niet. We weten nu al dat het voorjaar ook nog heel zwaar zal zijn. Maar zoals het er nu naar uitziet: de stad Aalst zal er na deze crisis heel somber uitzien. Een pak mooie winkels en horecazaken zullen ervan tussenuit vallen.”

(omslag Davy Coghe)