Op verkenning in Gambia, land van contrasten én van de glimlach

128
De gezellige drukte in Tanji, wanneer de kleurrijke vissersboten opnieuw op het strand liggen en kopers van boot tot boot trekken om verse vis op de kop te tikken.
De gezellige drukte in Tanji, wanneer de kleurrijke vissersboten opnieuw op het strand liggen en kopers van boot tot boot trekken om verse vis op de kop te tikken.

Een prachtige kustlijn, overal kleuren, indrukwekkende natuur, warme temperaturen en vooral altijd lachende inwoners die je hartelijk begroeten. Dat is Gambia, het kleinste land op het Afrikaanse vasteland, dat me op vele vlakken overweldigd heeft. Het land kreeg niet voor niets de bijnaam The Smiling Coast of Africa . Dit is liefde op het eerste gezicht …

Vanaf het moment dat ons vliegtuig bijna de grond raakt in Banjul, voel ik de opwinding stijgen. Ik zie een rossig landschap onder een stralende zon en merk vliegtuigwrakken op naast de landingsbaan. Het besef dat ik vijf dagen ondergedompeld word in een land en cultuur waar ik niets van ken, zorgt voor een flinke dosis spanning.

Prachtige kustlijn

De reis leidt ons in eerste instantie naar de prachtige kuststrook. Onze koffers worden gestapeld op het dak van een klein busje en zo begint ons avontuur langs stoffige wegen, straatventers, koeien en de kust. Onze eerste stop is in Kololi, zo’n 45 minuten rijden van de luchthaven. Het dorpje is volledig opgetrokken voor toeristen en naast enkele hotels, vind je er langs de Senegambia Strip restaurants uit alle windstreken. Het dorp ademt vooral toerisme uit en ik blijf nog wat op mijn honger zitten wat het leven in deze voormalige Britse kolonie betreft.

Maar daar komt de volgende dag drastisch verandering in. Nadat ik bij het ontbijt kennismaak met twee lokale drankjes – baobabsap van de gelijknamige boom en wonjosap, een aftreksel van de gedroogde bloemen en knoppen van de rode hibiscus – trekken we landinwaarts. We rijden een groot deel op een geasfalteerde weg, de Senegambia Highway, naar het schijnt de enige in het hele land. Langs de weg zie ik veel bouwwerven, waarvan de natuur het bij een aantal al weer overgenomen heeft, en sjouwende mensen en dieren met allerlei voedsel en materiaal.

Onze eerste stop is de veemarkt van Brikama. Hier worden vooral geiten en runderen verhandeld. De verkopers zijn zonder uitzondering mannen. Tweede stop in dit stadje is de markt. Een kleurrijk en overweldigend gebeuren. Het is er een drukte van jewelste. Toch worden we nergens aangeklampt door straatventers, maar we kunnen gewoon op ons eigen ritme slenteren door de vele smalle steegjes. Heel wat Gambianen komen hier elke dag hun verse voedingswaren inslaan, want bij gebrek aan elektriciteit kunnen veel inwoners thuis geen eten bewaren.

Een oase van rust

Na de drukte van de markt komen we aan bij onze volgende slaapplaats: de AbCa Creek Lodge. Van uitersten gesproken! We worden verwelkomd in een oase van rust, waar zelfs geen wifi is. Geen nieuwtjes meer voor het thuisfront, maar wel volop genieten aan de rand van de zoutwaterkreek, omgeven door mangrovebossen die een paradijs voor vogels vormen.

In de namiddag staat nog een jeepsafari op het programma. De naam lijkt me nu niet ideaal gevonden, want het is een tocht met een 4×4 off road langsheen natuur en kleine dorpen. Het is het opsnuiven van het werkelijke leven in het Gambiaanse binnenland. Zijn we dan geen pottenkijkers? Al snel besef ik dat dit best wel beperkt blijft omdat de gids bij elke tour zo veel mogelijk verschillende dorpjes aandoet. Bovendien wordt in ruil voor deze inkijk in het dagelijkse leven geïnvesteerd in irrigatie, waterputten, …

Het leven in de compounds

We maken een tussenstop voor een bezoekje aan een compound. Gambianen wonen immers in familieverband in deze ommuurde leefgemeenschappen. Opvallend: per woning zijn er heel veel kinderen. “Een gevolg van de polygamie die nog altijd in Gambia heerst”, aldus de gids. In de compound die wij bezoeken, wonen tien gezinnen samen. De bewoners groeten ons vol enthousiasme en vertellen met plezier over hoe hun dagen eruit zien in hun gemeenschap.

In de compound tonen de kinderen trots het stuk land dat ze samen met hun moeders bewerken.
In de compound tonen de kinderen trots het stuk land dat ze samen met hun moeders bewerken.

De vrouwen werken voornamelijk in de landbouw en bewerken de moestuin. Zij brengen, samen met de kinderen, de hele dag door op het land, terwijl de mannen thee drinken en bijpraten. Sommige dorpen sturen hun kinderen naar school, maar vaak moeten ze 5 tot 10 kilometer stappen om de school te bereiken. Mijn hart smelt bij het zien van de prachtige kinderen die spontaan hun glinsterend witte tanden bloot lachen. En het geheim van die witte tanden? Zoethout blijkbaar.

Bootje varen tussen de mangroves

De volgende ochtend staan we al vroeg paraat voor een nieuw avontuur. De dag begint met een boottochtje op de kreek bij zonsopgang. Stilte regeert en even word ik overvallen door een onbeschrijfelijk gevoel van het nietige van de mens tegenover de pracht en macht van de natuur.

De meest iconische boom in Gambia is trouwens de baobab. Je vindt er enkele exemplaren van meer dan duizend jaar oud. Een legende stelt dat, toen God de boom schiep, hij die zo lelijk vond dat hij die ondersteboven terug in de aarde plaatste. De bovenste takken van de majestueuze baobab lijken dan ook sterk op wortels.

In de compound kunnen we zien hoe Gambiaanse gezinnen leven.
In de compound kunnen we zien hoe Gambiaanse gezinnen leven.

Na een bezoek aan een islamschool, waar kinderen wel met zestig in een klaslokaal zitten, is het tijd om ons weer richting kust te begeven. We stoppen in Tanji, één van de vele vissersdorpen langs de kustlijn. Tussen 16 en 17 uur komen de vissers terug van op zee en wordt het strand overspoeld door kopers die verse vis uit de kleurrijke boten op de kop willen tikken. Het hele dorp staat met rook- en droogplaatsen in het teken van vis, vooral van de zogenaamde Fazimu. Onze laatste dag wordt afgesloten met een kort bezoek aan de markt van Serrakunda, de grootste en snelst groeiende stad van Gambia, en een langer bezoek aan de markt van Banjul. En met de boodschap ‘never stop smiling ’ in mijn achterhoofd, stap ik met een glimlach op mijn gezicht van het vliegtuig op Belgische bodem.

Praktische info

De reis: De Gambiaanse hoofdstad Banjul ligt op zo’n 6 uur vliegen van Brussel (rechtstreekse vlucht). Wij maakten de reis met TUI. De luchthaven ligt op een halfuurtje rijden van het toeristische centrum.

Corona: Voorlopig zijn reizen naar Gambia niet mogelijk. Meer info op tui.be

De hotels: Wij logeerden op drie verschillende plaatsen: Senegambia Beach (Kololi), AbCa’s Creek Lodge (Kassagne Village) en African Princess Beach hotel (Kotu).

Het klimaat: Gambia heeft een tropisch klimaat met een droog seizoen van november tot mei en een nat seizoen van juni tot oktober.

(Mieke Vercruijsse)