Directeur redactie Pascal Kerkhove: “Wout van Aert kent nu al het verschil in belang tussen aanbeden worden door velen en geliefd door enkelen”

1241

Goeiemorgen,

Daar stond hij dan. Hij, uiteraard: Wout van Aert. Wie anders? Na een adembenemende finale bezorgde de Kempenaar ons land op deze Olympische Spelen in Japan een eerste medaille. Zilver. Cynici beweren wel eens dat je in topsport geen zilver wint, maar goud verliest. Cynici beweren veel en verdienen minder aandacht dan ze krijgen. Wout van Aert won zilver. De aanloop was best lang en behoorlijk saai, de adembenemende finale maakte alles goed. Vijftig jaar is het geleden dat ik nog eens midden in de nacht was opgestaan om naar sport te kijken. Toen deed ik dat aan de zijde van mijn vader en staarden we met open mond naar legendarische bokskampen tussen Mohammed Ali en Joe Fraziër of Ali tegen George Foreman. Gisteren zat ik alleen in het donker van de nacht. Als kind hield ik van Ali, de eigenzinnige Amerikaanse rebel. Als volwassene hou ik van Wout van Aert, de eenvoudige Kempense klasbak. Wat een atleet. En voor wat we ervan weten, wat een mens.

Op 1 november 2014 stond ik op de flanken van de Koppenberg. Aan de zijde van organisator en betreurd collega Luc Lamon zag ik hoe een jonge man van amper 19 de opperkoning van de cross Sven Nys in de luren legde. Meer dan 15.000 Vlaamse monden vielen open van verbazing en bewondering, een nieuwe ster in de wereld van de cross was geboren. Op het podium achteraf rilde hij van de kou, zijn ogen blonken en staarden hoopvol de Oudenaardse avond in. Er zou nog veel volgen, wist hij ongetwijfeld toen al. Wij niet. En of er nog veel is gevolgd. Er was overigens wat commotie over hoe hij de spurt tegen Sven Nys had gewonnen, maar Wout van Aert veroverde toen al vele sportharten met in zijn uitleg een portie oprechte eenvoud. “Ik had anders ook gewonnen.” En om Wout van Aert nog meer te typeren, moeten we nog een klein jaar extra terug in de tijd. Na een valse start op het Belgische kampioenschap in Waregem wordt hij uitgesloten. Voor het ogen van de camera schreeuwt hij zijn onrecht uit en nog vooraleer de officials goed beseffen wat hen overkomt, zet van Aert van tussen het publiek de achtervolging in op zijn gestarte collega’s. Even later wordt hij letterlijk uit de wedstrijd gezet, maar het tafereel liegt niet en maakt hem tot wie hij vandaag is. Een unieke combinatie van talent, karakter, werklust, mentale sterkte en veerkracht.

En of hij een ster is geworden. En of hij een mens is gebleven. Na overleg met zijn echtgenote Sarah nam hij vorige week zijn zoontje Georges mee op het podium. De wereld mocht niet alleen Georges zien, de wereld mocht vooral zien hoe trots Wout van Aert op hem is. En wat is nog mooier dan een zilveren of gouden medaille? Juist, eenvoudig en oprecht geluk. Wout van Aert moet nog 27 worden, maar lijkt nu al perfect het verschil in belang te kennen tussen aanbeden worden door velen en geliefd door enkelen. Hem overkomt het vandaag uiteraard allemaal, maar hij weet dat alleen de liefde kansen biedt op ‘voor altijd’.

Hij rilde niet gisteren op het podium naast winnaar Richard Carapaz en derde Tadej Pogacar, zijn ogen blonken des te meer. En bij het hijsen van de vlaggen keek hij hoopvol de Japanse namiddag in. Hij weet het opnieuw, er volgt nog meer. Wellicht viel het hem niet op, maar de eerste en laatste noten van het Ecuadoriaanse volkslied lijken verdacht veel op het begin en einde van de Brabançonne. Dat kan geen toeval zijn. Of voor de cynici: woensdag wint Wout van Aert goud in de tijdrit.

Maak er een fijne zondag van.

Reageren? Pascal.kerkhove@roularta.be