Directeur redactie Pascal Kerkhove: “Hoe houden we de stad leefbaar?”

1283

Goeiemorgen,

Ik woon iets meer dan veertig jaar in Gent. Of beter, ik woon al die tijd graag in Gent en voel mij thuis in de prachtige stad vol ritme, kleur en klank. Gent voelt als mijn stad, ook al ben ik er niet geboren. Er mag veel en er kan nog meer. Er moet weinig en nog minder is verboden. Gent leeft en ik leef graag mee. Het kost mij slechts een beetje gezond verstand en nog minder moeite om te nemen wat mag en te geven wat moet. De zoektocht naar evenwicht, even kostbaar als noodzakelijk om van de stad te blijven houden. Ik leef hier niet alleen, niemand leeft hier alleen. Ik doe niet wat ik wil, niemand doet wat hij wil.

Waarom is dat zo moeilijk?

Deze woorden zijn meer noodkreet dan aanklacht. En mijn boosheid is geen oplossing, maar de uiting van een bijtend gevoel van onmacht

Wat was me dat allemaal weer afgelopen nacht? Bij het ontbijt gisterochtend vertelt mijn echtgenote dat ze slecht heeft geslapen. Ronkende motoren, bonkende muziek, schreeuwende mannen en optrekkende wagens gaven de heerlijke stilte van de nacht weer geen kans. Ik knik instemmend en deel haar boosheid. Even voor middernacht hadden we nog aan de politie laten weten dat we in onze living konden dansen op de muziek uit een café in de buurt. We doen het niet graag, maar het moet helaas steeds vaker. Dit is de foute klank van de stad, met verloren evenwicht tussen egoïsme en empathie. Ik zeg schoorvoetend dat ik nadien wel goed heb geslapen. Het is 9 uur en ik blader door de weekendkranten. Het lijkt alsof in deze column opnieuw het woord corona moet vallen. Ik zucht. Even later belt collega Sandra voor een eerste overleg over de inhoud van deze Zondag: in Gent zijn afgelopen nacht vier doden gevallen nadat hun auto op de Huidevetterskaai in het water was beland. Die Huidevetterskaai is hooguit vijfhonderd meter vanwaar ik woon. Vier doden?! Het kan toch niet waar zijn. We maken de eerste afspraken over een bedachtzame aanpak. Op foto’s van nieuwswebsites zie ik het ingedeukte staal van de omheining en inderhaast gespannen rode linten als trieste getuigen van dit vreselijke ongeval. De Huidevetterskaai is een rustige kasseiweg met een echte en een flauwe bocht, daar liep het fout. Net als in de rest van de binnenstad mag je er maximaal 30km per uur rijden. Het is daar niet altijd rustig. Net als in de rest van de stad en zoveel andere steden is het te vaak niet rustig.

Die wilde nachten eindigen gelukkig niet altijd met vier doden.

Hard rijden in de stad is een fel oprukkende en levensbedreigende kanker. Nog iedere keer als zo’n zelfverklaarde gek voorbij raast in onze straten met fietsers, smalle voetpaden en lopende kinderen, kijk ik vol onbegrip en ingehouden boosheid. Bijna altijd zit een man achter het stuur en vaak krijg je er een portie knalpotterreur gratis bovenop. Overdag zwaai ik nog wel eens met mijn armen, maar als de avond valt, hou ik mijn handen steeds vaker diep in mijn zakken. Ik heb geen zin in een overbodig pak slaag van een of meerdere opgefokte kerels met wie niet te praten valt. De politie controleert, flitst, beboet en neemt wagens in beslag, maar veel is hier helaas niet genoeg. Deze woorden zijn meer trieste noodkreet dan harde aanklacht. En mijn boosheid is geen oplossing, maar de uiting van een oprecht en bijtend gevoel van onmacht. Hoe houden we de stad leefbaar?

Ik woon hier graag.

Ik ga hier graag wel eens weg, maar kom nog altijd liever terug.

Ik hoop nog vele jaren graag in de stad te wonen.

Iemand die kan helpen?

Maak er een fijne zondag van.

Reageren? pascal.kerkhove@roularta.be