Redactiedirecteur Pascal Kerkhove: “Ik heb altijd gehoopt ooit iets gemeen te hebben met iedereen: mijn afkeer voor racisme. Helaas”

1261

Goeiemorgen,

Nooit gedacht dat ik dit nog zou kunnen zeggen, ik heb iets gemeen met de Engelse kroonprins William en de nieuwe Anderlecht-voorzitter Wouter Vandenhaute: mijn liefde voor het voetbal. Kroonprins William liet die liefde al wel vaker blijken, maar zette die in een unieke BBC-documentaire extra kracht bij door het verbindende voetbal te benoemen als wezenlijk onderdeel van het welzijn van miljoenen Engelsen. Ik ken prins William niet persoonlijk, maar durf te vermoeden dat wat hij goed vindt voor zijn Engelse onderdanen ook wel een beetje goed kan zijn voor ons. Wouter Vandenhaute ken ik wel een klein beetje persoonlijk. Als kind droomden we beiden van een carrière als profvoetballer. Hij bij het kleine Huise, ik bij het grote SV Waregem. Ik was blijkbaar een betere voetballer en mocht ook op 23 nog even die droom koesteren, hij was intussen de journalistiek ingestapt als lokaal voetbalreporter voor de krant De Morgen. In oktober 1984 werd ik ontboden bij Urbain Haesaert, de toenmalige trainer van SV Waregem. Ik vergeet nooit zijn woorden, ondanks het hevig bonkende kleine hartje bij het betreden van zijn kleedkamer: “Pascal, morgenavond speel je.” Ik heb uren gezweefd, amper geslapen en alle scenario’s gedroomd. Zou het dan toch nog? Niet dus. Toen de trainer een dag later de 11 namen voor het bekerduel met White Star Lauwe op het bord schreef, ontbrak de mijne. Met wit krijt verscheen de naam van Marc Millecamps, mijn idool toen én de onbetwistbare titularis als libero van KSV Waregem. Ik zou meteen invallen als het 2-0 werd, zo klonk het draaiboek. Waregem won dat bekerduel pas na verlengingen met 1-0. Ik heb lachend gedaan wat alle voetballers haten: lang en eenzaam opwarmen terwijl de wedstrijd bezig is. Enkele dagen later sprak een jonge man mij aan. “Pascal, kunnen wij eens praten?” Het was Wouter Vandenhaute. Hij zag wel iets in dat vreemde verhaal van een jongen die pas op zijn 23 plots op de deur van het profvoetbal klopte. Nog weer enkele dagen later stond het als volgt in De Morgen: ‘Kerkhove, student politicologie in Gent, gebruikt zijn verstand ook op het terrein.’ Het artikel hangt niet boven mijn bed, maar zit wel in een doos die ik weet staan. Bij een etentje vorige zomer konden we er beiden smakelijk om lachen. Wouter is deze week voorzitter van Anderlecht geworden. Misschien moet ik hem sms-en: “Wouter, kunnen wij eens praten?”

Altijd gehoopt dat ik dit nog zou kunnen zeggen, ik heb iets gemeen met iedereen: mijn afkeer voor racisme. Helaas. We raken maar niet verlost van een zeer donkere kant van de mensheid. Veel vaker dan we denken, hopen of willen, sluimert racisme verdoken in onze dagdagelijkse realiteit. Veel vaker dan we denken, hopen of willen, krijgt dat racisme ook een weerzinwekkend gezicht. George Floyd hadden wij nooit mogen kennen. Vandaag scanderen tienduizenden Amerikanen woedend zijn naam. “Wat is zijn naam? George Floyd!” Hoe terecht kan woede zijn? George was een zwarte burger uit het Amerikaanse Minneapolis, vandaag is hij dood na een wansmakelijk brutale politiecontrole. Niet nieuw en veel erger nog, helaas niet voor het laatst. Het is nochtans even eenvoudig als duidelijk: geen enkel mens is beter dan een andere omdat hij wit, zwart, geel of rood is. We zijn vaak anders, maar altijd gelijk. We zijn mens.

Als kind zong ik jaarlijks het Amerikaanse volkslied op het militaire kerkhof in Waregem ter herdenking van hun doden in de Tweede Wereldoorlog. Vandaag zing ik al lang geen enkel volkslied meer, ook niet het onze als de Rode Duivels Europees of wereldkampioen kunnen worden.

Ik ben gewoon blij als ze winnen.

Maak er een fijne zondag van.

Reageren? Mail naar pascal.kerkhove@roularta.be