Neen, Sportman van het Jaar is hij niet geworden, maar Philip Milanov heeft wel voor dé Belgische sportprestatie van 2015 gezorgd. Zilver op het wereldkampioenschap atletiek. Geen landgenoot deed ooit zo goed. Dat bombardeert de 24-jarige Brugse discuswerper meteen tot medaillekandidaat in Rio volgend jaar. Milanov heeft roots in Bulgarije. Een erfenis daarvan is de ijzeren discipline, zo typerend voor het voormalige Oostblok, die zijn vader, en tevens coach, hem oplegt. En met succes.

“Een uur voor een interview? Ben je zot?” Vader Emil laat onomwonden weten wat hij van mijn vraag vindt. We staan op de parking van het Bloso-centrum in Brugge, de thuisbasis van de Milanovs. Ik had twee weken eerder de afspraak gemaakt met zijn zoon. Ik zeg hem dat. Philip bevestigt. Hij kijkt zijn vader vragend toe.

Weer Emil: “Nee, Philip heeft geen tijd te verliezen. Kan je je vragen niet stellen tijdens de training?”

Ik: “Dat lukt niet. Zeker niet met mijn bandopnemer. Kan ik u echt niet overtuigen? Philip heeft volgens ons dé sportprestatie van het jaar geleverd. Dat verdient een mooi portret.”

We krijgen een halfuur. In zijn wagen. Emil laat ons alleen. “Niets over Bulgarije”, roept hij nog na. Hij gaat de training voorbereiden. In de barre kou. “Zo is mijn vader”, lijkt Philip zich ietwat bedeesd te verontschuldigen. Dat halfuur zal uiteindelijk toch een klein uur worden. Eens het gesprek zijn tweede passie, digitale kunst, aansnijdt, bloeit de minzame atleet helemaal open.

Je ouders zijn in 1989 naar België verhuisd. Waarom wil je vader daar nooit iets over kwijt?
Mja, dat weet ik niet. Ze zijn om politieke redenen verhuisd: het communisme. En de liefde. Ik weet zelf niet veel meer.

Spreken jullie daar thuis over?
Nee, mijn vader wil dat niet. Ik besteed daar verder weinig aandacht aan. Ik ben Philip, en ik ben hier geboren en getogen. Ik ben opgevoed als Belg, maar met een Bulgaars tintje. Thuis spreken we Bulgaars en in de zomer gaan we daar op vakantie.

Je vader is je mentor en coach. Sta me toe een ironische vraag te stellen: is hij hard voor jou?
(lacht) Ja, dat is hij. Maar ik heb zo iemand nodig. Ik raak nogal snel afgeleid, zeker toen ik jonger was. Ik ging graag uit, ik maakte muziek op mijn computer, uren aan een stuk, ik deed aan skateboarden. Ik dacht dat ik de beste skateboarder ter wereld zou worden (lacht). Dat doet je prestaties op training geen goed. Ik heb dat allemaal moeten stoppen. Zonder mijn vader zou ik het nooit zo ver geschopt hebben. Ik zou mijn focus verloren hebben. Dat is die Bulgaarse discipline die in hem zit. En nu ook in mij. Het is ook dankzij hem dat ik ben beginnen discuswerpen. Zijn verhalen over de grote Bulgaarse discuswerpers fascineerden mij. Hij gooide zelf ook 60 meter.

Zorgt het niet voor wrijvingen dat je vader ook je coach is?
Nee, dat lukt goed. De ene is natuurlijk wat koppiger dan de andere (lacht). Maar als ik met iets niet akkoord ga, dan zeg ik hem dat. Tegen je vader kan je dat, tegen iemand anders zou dat moeilijker zijn. Ik train bijvoorbeeld puur op gevoel, en niet zoals andere atleten met strakke trainingsschema’s.

“Je wordt ook al eens herkend op straat. Dat is wel grappig. Onlangs wou iemand met mij op de foto.”

In augustus behaal je zilver op het WK in Peking met een worp van 66,90 meter, meteen ook een Belgisch record. Heeft dat je leven omgegooid?
Niet echt, neen. Je krijgt wel elke week een aanvraag voor een interview of iets anders, maar de helft daarvan wijs ik beleefd af. Anders bestaat het gevaar dat mijn prestaties eronder lijden. Je wordt ook al eens herkend op straat. Je ziet dan dat de mensen over je spreken. Dat is wel grappig. Onlangs wou iemand met mij op de foto (lacht verlegen). Nu, ik ben een rustig iemand, ik ga niet snel zweven. Ik denk niet te veel na over al die aandacht. Dat heeft met ervaring te maken. Vorig jaar tijdens de kwalificatieronde op het EK raakte ik afgeleid door de camera’s die op mij gericht stonden. Gevolg: mijn draai niet goed. En weg finale. Dat zou me vandaag niet meer overkomen.

Iemand die zilver haalt op een WK, moet die voor goud gaan op de Spelen?
(glimlacht) Eerst de kwalificaties overleven. Dat herhaal ik telkens opnieuw, maar dat meen ik ook. Dat is het moeilijkste. Natuurlijk vertrek ik met ambitie naar Rio. Al zal je mij niet horen zeggen dat ik goud ga halen. Ik ben geen luide roeper. Maar let op: Rio is niet het enige doel. Het EK in juli is dat ook. Ik wil de ontgoocheling van vorig jaar doorspoelen. Een goede prestatie zou me vertrouwen geven voor Rio.

Het wereldrecord is in handen van de Oost-Duitser Jürgen Schult die midden jaren tachtig 74,08 meter gooide. Het is een publiek geheim dat de Oostbloklanden op grote schaal dopinggebruik organiseerden. Hoe zuiver was hij, denk jij?
(voorzichtig) Liever geen vragen over doping. Ik vind het gevaarlijk daarover uitspraken te doen. Ik weet wel dat hij met veel tegenwind gooide, wat een groot voordeel is. De discus vliegt veel verder.

Hoe ver moet jij kunnen?
Op training heb ik met tegenwind al 67,80 meter gegooid. Dat zou ik volgend jaar graag in een wedstrijd doen. Nu, het grote doel voor elke discuswerper is die grens van 70 meter. Ik kan nog groeien, dat voel ik. Ik ben nog niet zo sterk als de anderen. Ik moet nog kracht kweken. Al mag dat niet ten koste van mijn snelheid gaan.

De Oude Grieken gooiden destijds met schijven van 4 tot 6 kilogram. Waarom weegt die van jullie nog maar 2 kilogram?
Die geschiedenis ken ik niet, maar ik vind het wel tof om soms met zwaardere dingen te gooien. Dat is ook goed voor je ritme. Daarom doe ik vaak kogelstoten. En gooi ik al eens met een kettlebell van 10 kilogram (kanonskogel met handvat, red). Die heb ik al eens 25,60 meter ver gegooid.

Atletiek komt op de eerste plaats, maar mijn passie voor digitale kunst is even groot.

Jij hebt in het middelbaar kunstacademie gevolgd, je studeert vandaag digital arts and entertainment aan de hogeschool, je maakt je eigen muziek. Is dat niet atypisch voor een sportman?
Misschien. Ik heb ook tien jaar piano gespeeld (lacht). Ik ben altijd heel creatief geweest. Ik hou ervan zelf dingen uit te vinden. Ik heb vijf jaar muziek gemaakt, vooral drum-‘n-bass en minimal dubstep, zolang het maar niet leek op iets wat al bestond. Ik heb nog vaak zin om weer iets te producen, maar ik heb gewoon geen tijd. Ik wil absoluut mijn diploma halen. Ik ben gek op digitaal tekenen. Dat primeert nu op muziek maken.

Wat is je grootste passie?
(denkt na) Atletiek komt op de eerste plaats, maar mijn passie voor digitale kunst is even groot. Moest ik kunnen, ik zou een hele dag tekenen op mijn computer. Ik droom ervan om later in de game-industrie te werken. (enthousiast) Ik hou heel erg van de design van Dishonored, een actiespel dat de oude Britse stijl combineert met elementen uit de renaissance en de steampunk. De concept art van dat spel is uitgevonden door Viktor Andonov, toevallig een Bulgaar (lacht). Hij is een grote inspiratiebron voor mij. Ik zou graag ooit half zo goed worden.

Ik heb vernomen dat jij bij je geboorte een tand had. Het stond in de sterren geschreven dat jij een buitenbeentje zou zijn.
(lacht) Ik was de attractie van het ziekenhuis hier in Brugge. Iedereen wou even komen kijken naar de baby met de tand. (droog) Maar zelf herinner ik mij daar niets meer van.

Het sportrapport van Philip Milanov

Wie was je idool als kind?
De Litouwse discuswerper Virgilijus Alekna. Tweevoudig Olympisch kampioen.

Voor wie heb je vandaag de grootste bewondering?
De Amerikaanse meerkamper Ashton Eaton. Het is zot wat hij doet op zoveel verschillende disciplines.

Wat was het mooiste moment in je carrière?
Zilver op het WK in Peking dit jaar. Zonder twijfel.

Wat was de grootste ontgoocheling?
Het EK vorig jaar. Ik geraakte niet door de kwalificaties. Ik stond er met de tranen in mijn ogen.