Wie de premier én de koning op zijn verjaardagsfeestje krijgt, moet belangrijk zijn. Zeg maar machtig. Dat is zo voor het VBO dat volgende week 125 kaarsjes uitblaast. Topman Pieter Timmermans doet in dit exclusieve gesprek zijn recepten uit de doeken. Hij pareert ook de kritiek van PS-voorzitter Paul Magnette. Dit is een verhaal over vijandige vakbonden, bomaanslagen, het voortbestaan van de sociale zekerheid en de nood aan een regering met N-VA én PS.

De zetel van het VBO is naast de Ravensteingalerij in Brussel. Het grijze gebouw, opgetrokken voor de wereldtentoonstelling van 1958, is vanbinnen rijkelijk versierd met moderne kunst. Muurlampen van Wabbes. Een prent van Alechinsky. Twee schilderijen van Wyckaert. “Dat zijn de stukken die de aanslag overleefd hebben”, zegt Pieter Timmermans, al acht jaar de topman van de werkgeversorganisatie. De aanslag: dat is de bomauto van de CCC, de communistische terreurgroep die dit land teisterde in de jaren tachtig. Op 1 mei 1985 werd ook het VBO in het vizier genomen. Twee brandweermannen kwamen om. “Dat wordt jaarlijks herdacht met een ingetogen, maar indrukwekkende ceremonie.”

Het VBO vertegenwoordigt meer dan 50.000 ondernemingen in dit land, goed voor driekwart van de tewerkstelling in de private sector. Komende donderdag viert de organisatie haar 125-jarig bestaan. Dat gala vindt plaats in de Bozar, aan de overkant van de straat. Er worden meer dan tweeduizend mensen verwacht. De koning, onder anderen. De premier. De president van Europa. Veertig excellenties. Het zegt iets over de macht van het VBO. De middenstand regeert het land, zong Luc De Vos. “Ik spreek liever over invloed”, zegt Timmermans. “Wij verdedigen de belangen van de ondernemingen. We doen dat constructief, in overleg met vakbonden en regering. Dat is onze opdracht. Dat is iets anders dan regeren.”

Uw organisatie is opgericht op 13 februari 1895, vlak na de intrede van de socialisten in het parlement. Is daar een verband?

Dat is zeker zo. Halfweg de jaren tachtig van de negentiende eeuw waren er grote sociale onlusten in vooral de Waalse industriële bekkens. De socialistische vakbond is daaruit gegroeid, en daarna ook de socialistische partij. Dat was een aanzet voor de ondernemers om zich ook te verenigen. Bovendien wou de overheid het economisch leven meer en meer reguleren. Aanvankelijk waren dat 183 bedrijven. Dat was niet evident, hoor. Veel ondernemers dachten toen nog: ‘Ik ben de baas en de rest moet zwijgen.’

“Vakbonden en werkgevers zien elkaar te vaak als vijanden. We zouden meer partners moeten worden.”

Is dat niet meer zo?

Die ondernemer zal nog bestaan. Maar dat zullen er niet veel zijn. De dag dat we terugkeren naar de tijd van priester Daens, ga ik met de vakbonden op de barricaden staan. (lacht)

Is het ondernemen fel veranderd op die 125 jaar?

Ik kan drie grote evoluties noemen. Lange tijd stond winst maken voorop. Dat was de absolute prioriteit. Vandaag is dat nog steeds cruciaal, maar de weg naar die winst wordt minstens even belangrijk. Dat is eigenlijk de uitdaging voor de toekomst. Ten tweede zijn we geëvolueerd van een lineaire naar een circulaire economie. Wat gebruikt is, wordt niet langer op het stort gegooid. We recycleren. En ten derde is daar de intrede van de computer. Het digitale tijdperk. De computer helpt de mens.

(foto Christophe De Muynck)

Of komt in de plaats van de mens, in de vorm van een robot?

Neen, ik zie de computer niet als een bedreiging. De robot zal de mens niet vervangen. De computer helpt en gaat ook mee nadenken. Arbeid wordt zo minder zwaar en ook veiliger. Dat is een goede zaak. Maar ik ben ervan overtuigd dat het VBO over 125 jaar nog altijd geleid zal worden door mensen. Ik ben meer bezorgd over de samenhang in de maatschappij. De digitalisering maakt dat mensen onpersoonlijker met elkaar omgaan. Dat vind ik geen goede evolutie.

Wat vindt u de strafste realisatie van het VBO?

(denkt na) De verbreding van het sociaal overleg. Dat gaat niet meer alleen over lonen, maar ook over innovatie, mobiliteit, opleiding, jobcreatie, noem maar op. Dat is de verdienste van het VBO. Maar bovenal wil ik de sociale zekerheid noemen. Op het einde van de Tweede Wereldoorlog hebben de voornaamste ondernemers en vakbondsleiders in het grootste geheim de wederopbouw van dit land uitgetekend. Toen is het concept van sociale zekerheid bedacht. Ik ben daar héél fier op.

Die sociale zekerheid staat vandaag onder druk.

(knikt) Dat is omdat de twee grootste uitgavenposten spontaan toenemen door de vergrijzing. Dat zijn de pensioenfactuur en de gezondheidszorg. Die zijn samen goed voor jaarlijks vijftig miljard euro. De groeiritmes van vandaag zijn niet houdbaar.

“België kan een voorbeeld nemen aan Duitsland. Schröder durfde ingrijpend hervormen. Een socialist nota bene.”

Tegen 2021 zou een gat dreigen van zes miljard euro. Hoe moet dit gered worden?

Er zijn twee sleutels: een duurzame financiering én de groei van de uitgaven onder controle houden. Als we de sociale zekerheid willen redden, dan moeten er meer mensen aan de slag én langer aan de slag. Dat is het logische gevolg van de stijgende levensverwachting. Dat zal zorgen voor een duurzame financiering. Daarnaast moet de groei van de uitgaven onder controle gehouden worden. Dat debat zal moeten gevoerd worden, zónder taboes.

De vakbonden, en deze week ook PS-voorzitter Paul Magnette, wijzen naar u. De ondernemingen hebben te veel cadeaus gekregen van de regering-Michel I.

Ik betwist dat formeel. De inkomsten van de sociale zekerheid zijn gestegen, ook na de verlaging van de lasten. Wij hebben extra werkgelegenheid gecreëerd. Wij hebben de overheid eigenlijk een cadeau gedaan. Het zijn de uitgaven die blijven stijgen. (zucht) Maar goed, dat is het populaire discours, hè. Ik heb nooit anders geweten. Als er een tekort is, dan moeten de belastingen omhoog. Volgens sommigen toch. (feller) Wat wil men eigenlijk? De belastingdruk is al hoger dan vijftig procent. Moeten bedrijven nóg meer bijdragen? Ik vind van niet. Dat zorgt trouwens voor jobvernietiging.

Wordt het een verjaardagsfeest in mineur, omdat er geen regering is?

Dat is minstens zeer vervelend. Dit land staat voor vier grote uitdagingen, volgens mij. Dat is ten eerste de arbeidsmarkt. Er moeten meer mensen aan de slag. Dat is ten tweede de pensioenen. We hebben nood aan een grondige pensioenhervorming. Dat is ten derde klimaat en energie. Iedereen weet dat dat dé uitdaging is. En dat is ten vierde mobiliteit. We staan allemaal gemiddeld één werkweek per jaar stil op de weg. Dat is waanzin.

U vergeet migratie?

Dat is volgens mij een Europees vraagstuk. De vier punten die ik noem, moeten door de volgende regering aangepakt worden.

“Dat wij te veel cadeaus krijgen? Wij hebben de overheid een cadeau gedaan. Het zijn de uitgaven die blijven stijgen.”

Welke regering moet dat zijn?

(blaast) Dat doet er niet toe. Men vertrekt wel best vanuit een as N-VA-PS, omdat dat de twee grootste partijen zijn. Dat is de beste garantie op een stabiele regering. Ik geloof ook dat dat kan. Er ís gemeenschappelijke grond. Ze willen toch allebei meer werkgelegenheid, sterkere pensioenen, een beter klimaat en minder files? Of niet?

Dat kan zo zijn. Maar hoe ze dat willen bereiken, is fundamenteel anders.

Dat kan overbrugd worden. Dat móet. Anders moet een noodregering ingesteld worden die moedige oplossingen uitdoktert voor die vier uitdagingen. We mogen niet wachten tot we voor de afgrond staan.

Wat vinden ondernemers van de formatie?

Velen zijn het beu. Ze begrijpen het niet. De politiek werkt natuurlijk anders dan de bedrijfswereld. Dat zeg ik ook aan de ondernemers. In de politiek zijn er veel bazen op één werf.

(foto Christophe De Muynck)

U bent mild. Is dat omdat u vreest dat de excellenties anders thuisblijven donderdag?

(lacht) Neen, hoor. Ik wil realistisch zijn. Dat is ook het motto van het VBO.

De volgende regering zal zwaar moeten besparen. Het gat in de begroting bedraagt nu al 9 miljard euro. Het gat in de sociale zekerheid is al genoemd. Welke partij wil dat doen?

Dat moet u aan de partijen vragen. Maar als ze wachten, dan worden die tekorten alleen maar groter. We zijn nu al ruim een jaar zonder volwaardige regering. Dat is ook een reden voor de ontsporing, hè. Men kan een voorbeeld nemen aan Duitsland. Dat was in 2002 de zieke man van Europa. Toen kwam Schröder aan de macht. Een socialist nota bene. Die durfde ingrijpend hervormen. Vandaag is Duitsland de sterkste economie van Europa.

Wat denkt u van nieuwe verkiezingen?

(resoluut) Ik vind dat een slecht idee. De dag dat dat aangekondigd wordt, gaat iedereen wéér in campagnemodus. En wat dan, na de verkiezingen? Zal de uitslag zó anders zijn? Néén. Wie nu verkozen is, is verkozen om een regering te vormen.

Dan kan wel dé hamvraag op tafel komen: wat met dit land?

(blaast) Dat debat mag gevoerd worden, maar dat moet losgekoppeld worden van de regeringsvorming. Ik bedoel daarmee dat het beleid geen maanden stil mag liggen omdat de partijen debatteren over de structuren. Het verleden heeft dat overduidelijk aangetoond: de twee samen realiseren gaat niet. Ik ben niet blind: ik zie ook dat er verbeteringen mogelijk zijn. Maar dat mag het land niet lam leggen.

Heeft ook het sociaal overleg zijn limieten bereikt?

Waarom zou dat?

Omdat vakbonden en werkgevers geen diepgaande akkoorden meer kunnen sluiten.

Neen, niet akkoord. Van 1975 tot 1986 kon geen enkel IPA afgesloten worden (interprofessioneel akkoord, red). Geen énkel. Toen Dehaene zijn globaal plan voorstelde in 1993, hebben de vakbonden de ene staking na de andere georganiseerd. Ik wil maar zeggen: sociaal overleg is nooit makkelijk geweest. We staan wel op een kantelpunt. Vakbonden en werkgevers zien elkaar te vaak als vijanden. We zouden meer partners moeten worden. Onze voorvaderen hebben dat durven doen aan het einde van de Tweede Wereldoorlog. Laat ons dat voorbeeld volgen. Anders gaan we allemaal verliezen. Dat is een belangrijke uitdaging voor de toekomst.

In politieke kringen klinkt het soms dat het sociaal overleg overbodig is geworden.

(feller) De politiek onderschat hoeveel onvrede de sociale partners kanaliseren. En wat is het alternatief? Zie wat in Frankrijk gebeurt. Alle druk komt daar op de politiek te liggen.

“De ondernemer moet een voorbeeld zijn. De tijd van ‘pour vivre heureux, vivons cachés’ is voorbij.”

Wat is dé uitdaging van de toekomst voor het VBO?

De winst is belangrijk, maar de weg naar die winst is even belangrijk. Dat is onze nieuwe visie, die we hebben ontwikkeld naar aanleiding van deze verjaardag. Dat is meteen ook dé uitdaging. Dat gaat over ecologisch, maatschappelijk en ethisch verantwoord ondernemen. De ondernemer moet een voorbeeld zijn. De tijd van ‘pour vivre heureux, vivons cachés’ is voorbij.

 

Het tijdperk van ‘Boer Clerck’, bedoelt u. Dat is de steenrijke West-Vlaamse textielman die nooit naar buiten wou treden.

(knikt) Vandaag is employer branding cruciaal. De ondernemer moet ‘iemand’ zijn. De essentie van een onderneming blijft winst maken, maar even belangrijk wordt de weg daar naar toe. Dat hangt samen met de evolutie van de lineaire naar de circulaire economie. Dat is onze overtuiging. We gaan nu ook onze ondernemers daarvan overtuigen.

Dan nog het beeld keren dat ondernemers zakkenvullers zijn.

(blaast) We proberen dat al jaren te bestrijden met alle mogelijke middelen, in de eerste plaats met de feiten. Toch blijft die perceptie bestaan. Dat bekt makkelijk, hè. Dat is afgunst, zeker? Ik leg liever de nadruk op wat ondernemers doen. Ondernemers zorgen voor banen. Banen zorgen dan weer voor inkomens voor gezinnen. En die inkomens leveren de overheid belastingen op. Ondernemers doen het land draaien.

Worden de vakbonden uitgenodigd op het feest?

Zéker. Ze krijgen zelfs voorbehouden plaatsen. De meesten hebben hun komst bevestigd. Ja, ook het ABVV. Onze visie staat vaak diametraal tegenover elkaar, maar wij hoeven geen vijanden te zijn.