20 jaar geleden rolde Roularta – uitgever van tal van magazines en kranten – haar nieuwe gratis krant op zondag over heel Vlaanderen uit. Rik De Nolf en Lieven Mathys, toen respectievelijk CEO van Roularta en chef redactie, blikken terug op de pioniersjaren van De Zondag .

Waar kwam het idee voor een gratis zondagskrant vandaan?

Rik De Nolf : Dat was toch al een tijdje aan het borrelen. Wij kenden in Frankrijk de krant Le Courrier Picard die 7 dagen op 7 verschijnt en op zondag bij de bakker ligt. Wij bezochten in Zwitserland de zondagskranten Welt en Blick am Sonntag die – weliswaar tegen betaling – in onder andere benzinestations via displays verspreid werden. Toen wij een oplossing zochten in de Kempen waar wij door een overname twee huis-aan-huisbladen publiceerden (De Streekkrant en Kempenland) , kregen we het idee was om de test te wagen met een krant op zondag, maar dan wel gratis. Na enkele maanden, nu twintig jaar geleden, beslisten we om De Zondag over heel Vlaanderen uit te rollen.

Lieven Mathys : Het was een geniale zet om de kranten via de bakkers te verdelen. Dat was een gewoonte die we vanuit Frankrijk kenden en net als bij onze zuiderburen bestaat er ook in Vlaanderen een sterke traditie om op zondagmorgen naar de bakker te gaan.

Rik De Nolf : In Nederland zou dit nooit werken, daar heeft men die gewoonte absoluut niet.

Was het meteen een succes?

Rik De Nolf : Het was eigenlijk onmiddellijk een succes. Zowat overal in Vlaanderen was er zowel bij de lezer als de adverteerder een grote interesse in onze nieuwe krant. We installeerden een callcenter om aan de vraag te beantwoorden en de distributie te optimaliseren.

Lieven Mathys : Bakkers die bij aanvang niet hadden ingetekend om onze krant te verdelen, belden ons op met de vraag of zij de krant ook konden krijgen. Die interesse vanuit de bakkers is altijd gebleven. In die beginperiode waren we echt aan het pionieren. De Zondag werd meteen groot, met een oplage van meer dan 500.000 exemplaren. Daar zit een hele logistieke operatie achter. Op zaterdag wordt rond 23 uur de laatste pagina afgewerkt, ’s morgens vroeg zijn die kranten gedrukt én verdeeld tot in elke uithoek van Vlaanderen.

Was het meteen duidelijk hoe de krant er inhoudelijk moest uitzien?

Lieven Mathys : In de beginjaren borduurden we voort op onze expertise van De Streekkrant en was De Zondag een krant met enkel lokaal nieuws. Toen de dagbladen het plan opvatten om ook met een zondagskrant te starten, hebben we op één week tijd de ommezwaai gemaakt naar een echte nationale krant. De toenmalige uitgever Jean-Pierre Van Gimst was uitzonderlijk een weekje met vakantie in Portugal en werd telefonisch druk geconsulteerd. Die keuze werd een succes. We brengen nog steeds een combinatie van goede actualiteit, politiek, lifestyle, showbizz en sport. Bovendien zijn we door de agendastukken ook een leidraad voor onze lezer. Je ontdekt elke week wat je die zondag kunt doen, zowel dicht bij huis als verder weg.

En opmerkelijk: De Zondag bepaalt vaak het nieuws op zondag.

Rik De Nolf : Wekelijks zijn er inderdaad interviews en verhalen waarmee we de andere media, radio en tv en de kranten van de maandag halen. Onze politiek journalist Paul Cobbaert is daarin enorm gegroeid. Wekelijks zorgt hij voor exclusief nieuws dat niet enkel op zondag, maar vaak nog lang daarna zijn weerklank kent.

Lieven Mathys : In het begin moesten we bewijzen dat we een echte krant zijn. Toen we begonnen met nationaal nieuws wilden we dan ook artikels die er echt toe deden. Als krant wil je nieuws brengen. Toen op zaterdagavond de deadline gehaald werd en de adrenaline nog door mijn lijf stroomde, stuurde ik onze primeurs nog uit naar persagentschap Belga en andere media.

Wat is voor u het succes van De Zondag?

Rik De Nolf : Er is dat unieke moment van de zondagochtend waar we als enige krant verschijnen. Die exclusiviteit in combinatie met de kwaliteit van de redactie is heel belangrijk. Het succes van onze krant wordt ook gemaakt door onze teams. We hebben een uitgebreid netwerk van zowel commerciële als redactionele medewerkers die overal in Vlaanderen actief zijn. Het is trouwens niet zo evident om een gratis krant populair te maken. Mensen moeten je krant niet betalen, maar ze moeten hem wel meenemen natuurlijk. Breng je geen interessante content, dan blijft die krant gewoon op de stapel liggen.

Zijn er bepaalde nummers van De Zondag die jullie zijn bijgebleven?

Lieven Mathys : Eén krant vergeet ik nooit. In januari 2013 deed Paul Cobbaert een interview met Elio Di Rupo waarin de voormalige premier meermaals herhaalde dat N-VA een heel gevaarlijke partij is. Die zondag ontplofte er zowat een bom. Op De Zevende Dag was onze krant prominent in beeld en de uitspraak die Elio Di Rupo in De Zondag had gedaan is nog wekenlang talk of the town geweest. Dat was een krant om in te kaderen. Een andere mijlpaal was het moment waarop we voor het eerst de kaap van één miljoen lezers rondden. Ik vond het bijzonder fijn om dat op onze cover te zetten.

Rik De Nolf : Ondertussen zijn het er al anderhalf miljoen! Elk exemplaar wordt door drie mensen gelezen, dat is een betere score dan de dagbladen. De krant circuleert op zondagmorgen onder alle huisgenoten die aan de ontbijttafel zitten. Daarnaast is De Zondag ook een commercieel succes. Door de coronacrisis zijn de kranten nu iets minder dik, maar we hebben nog kranten gemaakt van meer dan 100 pagina’s. Door dat grote volume moesten we op een bepaald moment op drie plaatsen drukken: in Roeselare, Groot-Bijgaarden en zelfs in Luxemburg. Nu worden alle edities gedrukt in Paal-Beringen.

Waar staat De Zondag binnen 20 jaar?

Rik De Nolf : Onze krant is een blijvend gegeven. Als we er blijven in slagen om wekelijks een krant te maken die er toe doet, dan volgt de rest vanzelf. Ik hoop dat onze warme bakkers het volhouden, want in sommige dorpen zijn er hier en daar uit het straatbeeld verdwenen. Vandaar dat onze krant ook wordt verspreid via zelfstandigen met ambitie die op zondag hun supermarkt open houden. We blijven natuurlijk supporteren voor onze bakkers. Ik ga zelf wekelijks naar de bakker, en met mij meer dan 500.000 Vlamingen. Dát zijn de wakkere burgers!