Verstoten in Iran, omarmd in België: het onwaarschijnlijke verhaal van taekwondoka Raheleh Asemani

2835

WILRIJK – Raheleh Asemani trotseert dagelijks smeekbedes van haar vader om terug te keren naar Iran. Ze dúrft niet. Ze vreest problemen na een kamp zonder hoofddoek tegen een Israëlisch meisje. De 29-jarige taekwondoka wil onder de Belgische vlag haar levensdroom waarmaken: olympisch eremetaal. De emotionele pijn neemt ze erbij.

We schrijven Kerstmis 2012. Een frêle meisje van 23 uit Iran landt in België. Ze heeft net de Olympische Spelen van Londen gemist, en wil even andere lucht opsnuiven. Een tante in het Antwerpse brengt redding. Ze zou aanvankelijk één maand blijven. Met het oog op het WK wil ze in die periode ook haar conditie onderhouden. Ze vindt onderdak in het nationaal trainingscentrum in Wilrijk. Dat loopt goed. Ze krijgt zelfs de kans om aan tornooien deel te nemen, zoals de Dutch Open. Ze wil dat niet laten schieten. In Iran zijn er weinig kansen op buitenlandse tornooien.

We schrijven juli 2018. Ik heb afspraak met dat meisje op diezelfde plek in Wilrijk. Ze spreekt intussen prima Nederlands. Ze is nooit meer teruggekeerd naar Iran. Op die Dutch Open liep het fout. “In de finale stond ik tegenover een Israëlisch meisje. Wie de finale bereikt, wil die ook winnen. Dat is de mentaliteit van een sportvrouw. Ik heb ook gewonnen, met groot verschil zelfs. Ik was heel fier. Maar plots verscheen ik in grote koppen in alle Iraanse media. Ik was een schande voor het land, want ik had tegen een Israëlisch meisje gekampt én ik had dat zonder hoofddoek gedaan. Het is voor Iraniërs verboden om tegen Israëlische atleten te kampen. Het is ook verboden om te kampen zonder hoofddoek. Maar ik zag daar geen graten in omdat ik met de Belgische ploeg mee was.”

Kon je daarom niet meer terug?

(knikt) Ik durfde niet meer terug. In Iran weet je nooit zeker. Ik vreesde ervoor opgepakt te worden. En dan wacht de gevangenis. Je hoort nog van die verhalen. De relatie met Israël ligt heel gevoelig. Maar ik ben een sportvrouw. Sport staat toch los van politiek? Moet ik een finale opgeven omdat de tegenstander van Israël is? Ik vind dat niet eerlijk.

Waarom zette je je hoofddoek af?

Omdat ik dat niet belangrijk vind. In Iran is dat verplicht. Maar ik voel me vrijer zonder hoofddoek. Daarom draag ik dat nooit meer. Ik ben gelovig op mijn manier. Ik geloof in een God, maar ik geloof vooral dat een mens goed moet doen in zijn leven. In Iran werkt geloof anders. Daar moet je dat vooral tonen aan iedereen, je móet een hoofddoek dragen.

Die kamp heeft de poort opengezet naar erkenning als politiek vluchtelinge en daarna naar de Belgische nationaliteit. Is dat een geluk bij een ongeluk?

Ja. Ik heb daarna asiel aangevraagd. Dat ging niet zo snel. Gelukkig hebben de federatie en Sport Vlaanderen mij goed geholpen. Intussen moest ik in een asielcentrum wonen. Eerst in Arendonk, daarna op Linkeroever. Dat was dichter bij Wilrijk. Ik wou absoluut blijven trainen.

Hoe was dat voor jou?

Heel zwaar. Je moet weten dat ik in Iran in een huis woonde, bij mijn ouders. Ik had er aan de universiteit gestudeerd. Plots zit je in een asielcentrum met vier mensen in één kamer, in een land waar je de taal niet spreekt. Ik miste vooral mijn familie. (zwijgt even) Die eerste dagen was ik echt bang. Maar ik heb mezelf snel opgepept: komaan, aanpassen, je moet. Ik keek rondom mij, en zag allemaal mensen met problemen. Als zij kunnen knokken, dan ik ook. De mensen van het asielcentrum waren heel lief. Ik kreeg er alle kansen om te trainen. Toen ik na een jaar erkend werd, mocht ik alleen gaan wonen.

Hoe reageerden je ouders?

Zij hadden het heel moeilijk daarmee. Ik wou mij ook voor hen sterk houden. Mijn papa had net een zware operatie ondergaan aan zijn hoofd. Ik kon hem niet zeggen dat zijn dochter het moeilijk heeft. Ik wou hem geen extra pijn doen. Dat was het zwaarste voor mij: dat ik niet eens mijn hart kon luchten bij mama of papa. (even moeilijk) Tot op vandaag smeekt papa me bijna elke dag om terug te keren. Ik zal ervoor zorgen dat je niets overkomt, zegt hij dan. Maar ik ben te bang. Het is te gevaarlijk. Ik moet hopen op een regimewissel, vrees ik.

Wanneer heb je hen laatst gezien?

Twee jaar geleden. We hebben toen afgesproken op een tornooi in Turkije. Dat was vlak na de Spelen van Rio. We bellen wel elke dag. Onlangs was het mijn verjaardag. We hebben dat gevierd op Facetime. (lacht even) Ik mis hen heel hard. Ik zou ze zo graag nog eens voelen, eens knuffelen. Mijn enige zus ook: zij is net als mijn papa verpleger. Zij heeft een kindje van 2,5 jaar. Ik heb die nog maar twee keer gezien. Ik hoop ze binnenkort eens naar België te halen. Maar dat is niet makkelijk. (zwijgt even) Gelukkig heb ik hier wel een vriend leren kennen. Hij is ook van Iran. We zijn nu net gaan samenwonen in Kapellen.

Hoe is taekwondo op jouw pad gekomen?

Ik ben opgegroeid in Karaj, een stadje in het noorden van Iran. Daar is taekwondo een populaire sport. Ik ben ermee begonnen toen ik tien was. Maar ik dacht nooit dat ik dit niveau zou bereiken. Mijn papa stimuleerde mij altijd. Jij wordt wereldkampioen, zei hij. (lacht)

In 2010 heb jij zilver gepakt op de Aziatische Spelen. Was jij geen held in Iran?

Ja, toch wel. Ik moest zelfs niet betalen in supermarkten. (lacht) Ik mocht ook gratis naar de universiteit: ik heb een bachelor Lichamelijke Opvoeding op zak. Ik ben ook vele keren nationaal kampioene geworden. Dat ik daar zo bekend ben, speelt ook mee vandaag. Ik vrees dat ze mij sneller gaan oppakken dan iemand anders. Ze zijn daar niet tevreden dat ik voor België gekozen heb. Ik voelde dat ook in Rio. De Iraanse delegatie probeerde mij te intimideren.

In april 2016 kreeg je de Belgische nationaliteit. Vlak daarna pak je brons op het EK in Montreux en word je vijfde op de Spelen in Rio. Hoe kijk je daarop terug?

Dat brons voelde goed. Ik ben België heel dankbaar. Ik was fier iets terug te kunnen doen. Ik wou ook in Rio absoluut een medaille. Maar ik verloor nipt de kamp om brons. Dat was zó pijnlijk. Mama en papa waren net in die periode jarig. Een medaille zou mijn cadeau aan hen geweest zijn, voor wat zij hebben moeten meemaken.

Je bent daarna zelfs even gestopt.

(knikt) Zeven maanden. Ik wou even niet meer. Ik ben opnieuw beginnen werken als postbode voor Bpost (waar ze al sinds 2015 in dienst is, red). Maar ik miste mijn sport. Mijn verhaal is niet klaar. Ik heb mijn doel nog niet bereikt. Ik wil een medaille op de Spelen. Dat moet dan maar in Tokio gebeuren. En liefst goud. Daarom doe ik dit allemaal, al die opofferingen, voor dat ene doel. Ik wil en zal in België mijn droom waarmaken. Ik ben blij dat ik opnieuw verlof zonder wedde heb kunnen nemen. Van Sport Vlaanderen krijg ik een inkomen. Zo kan ik mij volledig focussen op mijn sport. De eerste grote afspraak wordt het WK volgend jaar in Manchester. Daar haal ik mijn eerste internationale medaille. (lacht) Je ziet: ik ben heel ambitieus.

Hoe zie jij je toekomst na Tokio?

Ik zou graag een goed leven uitbouwen in België. Ik ben gelukkig hier. Wat ik precies ga doen, weet ik nog niet. Mijn Nederlands moet nog beter. Ik volg elke week les. Ik zal wel iets vinden dan. Maar het gemis verdwijnt niet. Ik wil mijn familie vaker zien. Dat is mijn enige droom na Tokio.

SPORTRAPPORT

  • Als kind was mijn idool …

Leila Esfandiyari, een bergbeklimster uit Iran. Zij had een droom: de Gasherbrum II beklimmen, een hoge berg in de Himalaya. In de afdaling maakte ze een dodelijke val. Maar ze heeft wél haar droom bereikt.

  • Vandaag heb ik grote bewondering voor …

Michael Phelps. Zóveel gouden medailles op de Spelen: dat is niet normaal.

  • Mijn mooiste sportmoment?

Mijn kwalificatie voor de Spelen van Rio. Dat was nog mooier dan brons halen op het EK.

  • Mijn grootste ontgoocheling?

Vijfde worden in Rio. Ik zat zo dicht bij een medaille.