Dag acht: check. Dag negen: om naar uit te kijken. Finish op Campo Felice, een arendsnest diep verscholen in de Abruzzen, op 1.655 meter hoogte. Het grote avontuur van Remco Evenepoel zet zich vandaag voort met een nieuwe test bergop. Zegt Roger De Vlaeminck: “Er zijn maar twee kandidaten op eindwinst in deze Giro: Evenepoel en Bernal. De rest is gewoon te licht.”

We vonden het deze week opnieuw jammer. Jammer dat er vorig jaar door corona geen WK op de weg voor de jeugd is geweest. Het had daar in Martigny, theoretisch gezien, een memorabele regenboogstrijd kunnen worden. Of wat dacht u van een jeugdkoers met Joao Almeida (°1998), Stefan Bissegger (°1998), Mikkel Bjerg (°1998), Remco Evenepoel (°2000), Marc Hirschi (°1998), Brandon McNulty (°1998), Jasper Philipsen (°1998), Thomas Pidcock (°1999), Tadej Pogacar (°1998), Quinn Simmons (°2001), Attila Valter (°1998), Mauri Vansevenant (°1999) en Ilan Van Wilder (°2000) op de startlijst?

Kort samengevat: het profwielrennen anno 2021 is aan de jeugd en ook in deze Giro zijn de youngsters aan zet. Valter, een Hongaar uit de streek van Boedapest, draagt na een week koers de roze trui en houdt Evenepoel, Bernal (°1997) en Vlasov (°1996) achter zich. Valter rijdt voor Groupama-FDJ, een ploeg uit een land waarvan hij tot voor kort de taal niet eens sprak. Deze Giro bereidde hij niet zoals alle ronderenners voor met hoogtestages, wel met trainingen in zijn thuisland. Trainen deed hij er met Viktor Filutás, de regerende Hongaarse kampioen op de weg die voor een continentaal team uit Roemenië uitkomt. Zijn laatste cruciale training voerde hij uit in het Duna-Ipoly Nemzeti Park, een natuurgebied met hellingen tot 700 meter. Om maar te zeggen: als deze Valter in de toekomst écht begeleid wordt, zou hij wel eens met heel veel voorsprong de strafste Hongaarse renner aller tijden kunnen worden.

Geen Hongaarse eindwinst

Deze 104de Giro zal echter niet door een Hongaar gewonnen worden. Het ziet er ook niet naar uit dat een Rus (Vlasov), een Brit (Carthy of Simon Yates) of een Fransman (Bardet) aan het langste eind zal trekken. Neen, de Giro lijkt uit te draaien op een tweestrijd België-Colombia. Remco Evenepoel versus Egan Bernal. Dat is ook de mening van Roger De Vlaeminck, 22-voudig ritwinnaar in de Giro. “Er zijn voor mij maar twee kandidaten op eindwinst: Evenepoel en Bernal. De rest is gewoon te licht. Yates? Dat is geen topper. Mikel Landa is ook zo iemand. Die kan een bergrit winnen, maar dat is het dan ook. Bij Evenepoel plaats ik wel nog een vraagteken. Hij heeft zolang niet gekoerst en ik weet niet hoe goed hij echt getraind heeft. Het is heel moeilijk om op dit moment een oordeel te vellen.”

Remco Evenepoel dus. Straf. Heel straf. 21 jaar. Officieel nog een prille derdejaarsbelofte uit Schepdaal. 266 dagen (!) zonder koers na zijn val in de Ronde van Lombardije en vandaag aan koersdag negen in zijn allereerste grote ronde toe. In die situatie zat hij nooit eerder. Zes dagen koers in de Rondes van Turkije, Romandië en Noorwegen in 2019. Dat was het dan. Woensdag krijgt Evenepoel in rit elf 35 km Strade Bianche-wegen voorgeschoteld. Op dag veertien wacht een finish op de steile Monte Zoncolan en in de slotweek volgen nog eens vier bergritten of twaalf cols. Vijf keer gaat het boven 2.000 meter. Niemand die weet hoe Evenepoel het zal verteren, maar na de bergrit van afgelopen donderdag naar de kille hoogte van San Giacomo beseffen vriend en vooral vijand dat ze wel degelijk rekening moeten houden met onze 21-jarige landgenoot.

“Ploeg of geen ploeg, Evenepoel moet gewoon bij Bernal blijven”

Roger De Vlaeminck

In de eerste plaats Egan Bernal. De Colombiaan lijkt eindelijk weer op de renner die twee jaar geleden de Tour won en heeft een uitstekend Ineos Grenadiers in ruggensteun. Gelukkig voor Evenepoel zit eerste luitenant Pavel Sivakov na een zware crash alweer thuis en is Filippo Ganna straks in het hooggebergte met zijn 82 kg geen ploeg meer op zichzelf.

Sterk Deceuninck-Quick-Step

Er werd eerder deze week ook gezegd en geschreven dat Deceuninck-Quick-Step niet sterk genoeg is om deze Giro met Evenepoel te winnen. Dat is quatsch. Joao Almeida, Fausto Masnada en James Knox eindigden vorig jaar zelf in de top vijftien. Mikkel Honoré won begin april een rit in de Ronde van het Baskenland. Pieter Serry is al aan zijn zevende Giro bezig, zijn vierde in dienst van een kopman – Rigoberto Uran in 2014, Bob Jungels in 2016 en 2017 en Almeida in 2020 – en is altijd op dreef in de derde week. Ouderdomsdeken Iljo Keisse is behalve slaapkamergenoot ook de steun en toeverlaat van Evenepoel. En Rémi Cavagna ten slotte won begin mei nog de tijdrit in de Ronde van Romandië en is op zijn terrein één van de sterkste renners. Kortom, Evenepoel heeft een ploeg waarmee hij naar de oorlog kan. De Vlaeminck haalt de schouders op. “Ploeg of geen ploeg, hij moet gewoon bij Bernal blijven. Of er nu vier of vijf cols onderweg liggen, het gebeurt sowieso op de laatste klim. In de laatste twee, drie kilometer. Die zullen ons wel tonen wie de sterkste is. Alhoewel, Evenepoel zal misschien iets vroeger aanvallen. Dat durft hij wel.”

Nog niet tegen Pogacar

Vandaag gaat de oorlog verder met een bergrit naar Campo Felice. De etappe telt 158 kilometer en de helft daarvan loopt bergop. De finish ligt na een klim van 6,6 km, waarvan de laatste 1.600 meter onverhard. Met één vraag: wordt Remco Evenepoel de eerste Belgische rozetruidrager sinds Rik Verbrugghe op 22 mei 2001? De Vlaeminck: “Ik ben echt benieuwd naar de komende twee weken. Evenepoel heeft al bergritten gewonnen, maar nog niet tegen de allersterksten. Na deze Giro weten we meer en dan zal hij volgend jaar wel de Tour tegen Pogacar rijden zeker?”