1. Sensatie, ongeloof en drama in de Tour de France. Wat niemand nog verwachtte, kwam toch nog uit. Primoz Roglic, de gedoodverfde favoriet, werd in de slottijdrit uit het geel gereden door zijn landgenoot Tadej Pogacar. De 22-jarige Sloveen was in de tijdrit op La Planche des Belles Filles liefst 1 minuut 56 seconden sneller. Behoudens ongelukken wint het toptalent vandaag de gele, witte én bolletjestrui.

Door Tom Vandenbussche

Sprak Tourbaas Christian Prudhomme in oktober 2011 tijdens de voorstelling van de Tour van 2012: “La Planche des Belles Filles is een klim waar in de toekomst nog vaak over gesproken zal worden.” Hij kreeg gelijk. Na Froome, Nibali, Aru en Teuns was Tadej Pogacar de heerser van ‘De Plank van de Mooie Meisjes’. Hij kreeg er zelfs de gele trui bovenop. Ode aan de 21-jarige Sloveen. En aan Wout van Aert.

King of the Mountain

Eerlijk? We hadden deze analyse al voor de klimtijdrit van gisteren uitgetypt. Het ging over Primoz Roglic die de Tour domineerde, maar het ging vooral over ene Wout van Aert, een fervent Strava-gebruiker, die op dinsdag 16 augustus 2016 tijdens een stage in de Vogezen de King of the Mountain op La Planche des Belles Filles had veroverd. Tim Merlier, die erbij was, zou vertellen over collega-crosser Steve Chainel die wilde meerijden en had gevraagd of een andere renner uit de streek hen ook mocht vergezellen.

Merlier en Van Aert, respectievelijk 23 en 21 jaar jong, waren vereerd: het ging namelijk om Thibaut Pinot, twee jaar eerder derde in de Tour. Van Aert, nochtans regerend wereldkampioen veldrijden, vroeg Pinot prompt om mee op een selfie te gaan, deed zijn 20 minuten-test en stelde na afloop tot zijn eigen verbazing vast dat hij de KOM van Levi Leipheimer had overgenomen. Gisteren, 1.495 dagen na datum, bevond Wout van Aert zich opnieuw op het 1.035 hoge skioord in de Vogezen. We hoopten stellig op twee gebeurtenissen. Eén: dat hij de klimtijdrit zou winnen. Twee: dat hij op Strava de KOM, intussen in handen van … Pinot, zou heroveren.

Slimmer dan de rest

Het heeft niet mogen zijn. Eén renner was daar verantwoordelijk voor. Een fenomeen van 21 – vanaf morgen zelfs 22. Rugnummer 131. Tadej Pogacar. Pogi voor de vrienden. Gelukkig voor onze analyse hadden we de voorbije week zowat heel Slovenië aan de lijn gehad. We moeten toegeven: we zijn onder de indruk geraakt. Een kleine greep.

Andrej Hauptman, zijn jeugdtrainer en huidig ploegleider: “Als jeugdrenner kwam Tadej twee jaar achter op de rest op vlak van maturiteit, maar misschien net omdat hij een fysieke achterstand had, werd hij slimmer dan de concurrentie. Hij voerde werkelijk alles perfect uit.”

Martin Hvastija, zijn bondscoach bij de beloften: “Als je met Tadej praat, denk je niet bepaald dat hij een wielrenner is. Maar eenmaal hij op zijn fiets zit, verandert hij.”

Andrej Cimpric, zijn bondscoach bij de junioren: “Nooit maakte hij een fout. Nooit was hij bang van iemand. Zijn grootste kracht is zijn hoofd.”

Marko Polanc, zijn jeugdtrainer: “Zijn specialiteit is om heel spaarzaam met zijn energie om te gaan en twee stappen verder vooruit te denken dan de concurrentie.”

Jaka Primozic, generatiegenoot: “Als junior behoorden we beiden tot de wereldtop, maar eenmaal belofte kende ik aanpassingsproblemen en bleef hij gewoon de beste.”

Nik Cemazar, generatiegenoot: “Na zijn ritzege op de Grand Colombier waren Tadej en ik ‘s nachts nog aan het praten via Messenger. Hij zei: het wordt een geweldig gevecht met Roglic, want ik voel me nog fris .”

En of het een geweldig gevecht werd.

Duels met Remco

Het slotwoord is voor Miha Koncilja, Pogacars ontdekker en eerste trainer: “Als je hem en Evenepoel op vlak van tactiek met elkaar vergelijkt, staat Tadej veel verder. Zelfs bij hartslag 200 houdt hij het hoofd koel. Het is een wonderkind. Ik hoop stellig dat Remco en Tadej in de toekomst heel veel geweldige duels in de grote rondes mogen uitvechten.”

En of het een geweldig gevecht wordt.

(foto Getty Images)