Steven Van Gucht blikt terug op het coronajaar 2020: “Ons land heeft het niet slecht gedaan”

201
Woensdag 11 maart 2020: Steven Van Gucht, geflankeerd door voorzitter van de Irisziekenhuizen Hervé Deladriere, maakt bekend dat ons land een eerste Covid-19-dode te betreuren heeft. (foto Belga)©BENOIT DOPPAGNE BELGA
Woensdag 11 maart 2020: Steven Van Gucht, geflankeerd door voorzitter van de Irisziekenhuizen Hervé Deladriere, maakt bekend dat ons land een eerste Covid-19-dode te betreuren heeft. (foto Belga)©BENOIT DOPPAGNE BELGA

Wat we tot dan toe enkel kenden uit films en series, werd in 2020 werkelijkheid. De wereld werd getroffen door een grootschalige pandemie. Viroloog Steven Van Gucht blikt terug op die woelige beginperiode.

Eind 2019 waren er al de eerste berichten over een nieuw virus. Ging bij u meteen een alarmbel af?

“Ja, absoluut. Als wij te horen krijgen dat er ergens een uitbraak is met ernstige longontsteking, dan zijn we alert. Zoiets trekt altijd onze aandacht. Als viroloog krijgen we verschillende keren per jaar dat soort meldingen. Meestal blijkt het een gekend probleem te zijn, of verdwijnt het na een tijdje weer. Omdat het virus eerst in China opdook, ging wel een alarmbel af, omdat je bij China altijd denkt aan de SARS-uitbraak in 2002.”

Wanneer werd het voor u duidelijk dat ook ons land niet zou ontsnappen aan het virus?

“Zodra het virus in januari echt uitbrak in China en duidelijk was dat er ook veel gevallen met milde symptomen waren, wisten we dat we dat niet meer konden tegenhouden. We gingen er toen ook van uit dat het virus zich ook al in Europa bevond. De grote ongerustheid kwam toen er een grote uitbraak was in Italië. Ik volgde toen elke dag de statistieken daar en zag sterftecijfers van 10 procent. De krokusvakantie was volop bezig en toen wisten we dat het ernstig was. Minder dan twee weken later zat ook ons land in lockdown.”

Hoe waren die eerste weken voor u? Er was nog niet veel bekend en er was paniek.

“We vonden het vooral belangrijk om de mensen goed te informeren en hen gerust te stellen, want er waren ook veel overdreven paniekreacties. Zowel richting burgers als politici wilden we duiden wat de echte risico’s waren en wat de beste manier van aanpakken was. Dat was een heel belangrijke opdracht op dat moment. Ook voor ons leek het soms surrealistisch. Ik herinner me dat ik onderweg was naar een televisiestudio en mij in een apocalyptische film waande: er was werkelijk niemand op de baan.”

Bent u zelf ooit bang geweest in die beginperiode?

“Ik ben vooral rustig gebleven. Op het moment dat ik zag dat de cijfers naar hun piek gingen, was ik meer gerust. Vanaf eind maart 2020 kwam er een vertraging in de stijging. Mijn voorspelling was redelijk juist. Ik was wel ongerust voor mijn vader bijvoorbeeld, die in de 70 is, dat zijn de mensen waar je je zorgen om maakt. Zelf ben ik ook altijd heel voorzichtig geweest en ben niet besmet geraakt, maar je bent daar uiteraard wel mee bezig.”

Vooral bij versoepelingen was er soms een spanningsveld tussen politici en virologen. Hoe ging u daarmee om?

“Heel begripvol eigenlijk. Het is als virologen onze rol om te wijzen op de risico’s, wij moeten dat tegengewicht bieden. Dat is ook wat ik nu nog steeds doe. Ik begrijp ook de positie van de politici, zij proberen zo goed mogelijk te reageren. Je kunt strenge maatregelen niet altijd lang aanhouden. En als je het draagvlak voor de maatregelen kwijtspeelt, dan is er een probleem. Politici moeten ook naar de mensen luisteren. Ik kijk ook naar de andere landen en durf stellen dat België het met de middelen die we ter beschikking hadden niet slecht heeft gedaan in deze pandemie. Dat neemt niet weg dat er drama’s gebeurd zijn, onder andere in de rusthuizen.

Een volgende pandemie komt er, alleen weten we niet wanneer

Er was ook een tekort aan beschermings- en testmateriaal. Dezelfde problemen stelden zich ook in andere landen. Dat moeten we absoluut beter doen in de toekomst. Azië had met SARS al een serieuze wake-upcall gekregen, maar de VS en Europa waren hier niet op voorbereid. Je voorbereiden op een pandemie doe je in de jaren ervoor, op het moment zelf volg je je protocollen. Als deze pandemie voorbij is, moeten we goed bekijken wat goed en wat fout is gegaan, zonder te beschuldigen, zodat we sterker staan voor een volgende pandemie. Want die komt er, alleen weten we niet wanneer.”

Hoe was het voor u persoonlijk om plots bekend te worden?

“Ik leidde een anoniem bestaan en begrijp nu goed hoe veel BV’s zich voelen. Ik bekijk het vooral als observator: wat overkomt mij hier nu? Wat opvalt: ik krijg al eens korting als ik iets ga kopen. Handelaars zeggen dat ze het doen uit dankbaarheid. Mijn collega-virologen en ik ervaren wel veel waardering van de mensen voor ons werk.”

Waar ziet u uzelf binnen 20 jaar?

“Ik hoop dat ik dan een belangrijke bijdrage geleverd heb in het voorbereid zijn van ons land op een volgende pandemie. Dat is uiteraard een werk van lange adem. We mogen daarbij niet alleen naar ons eigen land kijken, maar werken aan de solidariteit binnen Europa.”