Roman Abramovitsj mag hij zijn vriend noemen. David Luiz neemt hem in huis als hij in de buurt is. Kevin De Bruyne, Romelu Lukaku en Thibaut Courtois haalde hij naar Chelsea. Om maar te zeggen: Piet de Visser is een heel grote meneer in de voetbalwereld. Ook op zijn 81e is de Zeeuw nog worldwide scout van de Londense voetbalgrootmacht. Dit is zijn opmerkelijke verhaal.

We spreken Piet de Visser in zijn gezellige woning in het Noord-Brabantse Oisterwijk. Hij heeft net een nieuw boek uit, ‘Meesterscout!’. Over zijn mooiste ontdekkingen. Niet toevallig wordt het eerste hoofdstuk aan onze Kevin De Bruyne gewijd. “Hij is enige Belg in mijn wereldelftal van vandaag: dat zegt alles. Hij was amper 17 toen ik hem voor het eerst zag spelen. Ik wist direct: die jongen heeft het. Persoonlijkheid, visie, balaanname, directe passing. Toen Genk overspoeld werd door Porto in een Europese wedstrijd, was hij de enige die overeind bleef. Van die dag wou ik hem bij Chelsea.”

Waarom is hij niet gelukt in Londen?
José Mourinho is een trainer die oudere spelers wil. Hij wil vanuit een stevige verdediging een tegenstander killen. De Bruyne vond hij te jong. Maar Kevin wou spelen, en gelijk had ie. Hij hoorde te spelen.

Was dat een inschattingsfout van Mourinho?
Voor de volle honderd procent. Ik heb Mourinho hoog zitten, maar in dit geval zat hij fout. Wij hebben woorden gehad. ‘Kevin is klaar, hij moet spelen, anders krijg je problemen’, zei ik hem. Maar hij luisterde niet. En Kevin was weg. Ik ben echt fan, ja. Ik was zo trots dat ik hem voor een prijsje naar Chelsea had kunnen halen. Maar ik was even boos en verdrietig dat Mourinho hem niet liet spelen en dat Kevin vertrok.

Is het op jouw aanraden dat Chelsea nu Lukaku terug wil?
Van mij mag hij altijd terugkomen. Dat weten ze. Maar dat hangt volledig af van de nieuwe coach, Antonio Conte. Ik heb Chelsea gesmeekt Lukaku terug te halen na zijn huurperiode bij Everton. Maar opnieuw: Mourinho wou oudere spelers. Die jongen was nochtans gek van Chelsea. Zonde, echt waar.

Ook Moussa Dembélé heb je willen halen naar Londen.
(pikt in) En nog steeds. Ik ben ook van hem een grote fan.

Nochtans zijn er in ons land veel twijfels over zijn rendabiliteit.
Men heeft Dembélé altijd gezien als een aanvaller, een rechts- of linksbuiten, maar dat is hij niet. Hij is een pure middenvelder, linkshalf liefst. Hij moet achter de bal staan. Dan kan hij oprukken. Ik heb tien rapporten van hem van toen hij bij Fulham speelde. Ik heb hemel en aarde bewogen om hem naar Chelsea te halen, maar de andere scouts en de trainers hadden hun twijfels.

“David Luiz mag ik een vriend noemen”

Op welke ontdekking ben jij het meest fier?
David Luiz. Die jongen speelde in derde divisie in Brazilië toen ik hem aan het werk zag. Niemand geloofde in hem. Ik wou hem eerst naar PSV halen, maar dat lukte niet. Benfica haalde hem binnen. Maar ik ben me als een terriër in hem blijven vastbijten. Met succes. Uiteindelijk heeft Chelsea hem binnengehaald. David mag ik een vriend noemen. Als ik in Londen was, mocht ik in zijn penthouse slapen. Hij zorgde goed voor mij, dat ik mijn medicijnen innam bijvoorbeeld.

Bijna zat hij bij Anderlecht, lees ik in je boek.
(knikt) Een bestuursdelegatie bekeek hem in Brazilië. Aan de rust vertrokken zij. Het was een barslechte wedstrijd. Maar als scout moet je daar doorheen kijken. Clubs werken veel te veel met databanken, videoclips, highlights: dat is fout. Je moet op dat veld staan met die jongens, je moet hen spreken, hun familie bezoeken. Ik zou een speler stalken als dat moet.

Neem nooit een loco, een gek, dat is je motto.
Dat klopt. Ik kijk altijd naar vijf aspecten: techniek, visie, fysiek, karakter en mentaliteit. Een speler moet op elk een 8 halen.

Is het daarom dat je Vincent Kompany niet wou?
Nee, toch niet. Kompany is een intelligente jongen, maar hij speelde te laconiek bij Anderlecht. Hij dribbelde in zijn eigen strafschopgebied. Ik heb hem daarom niet durven halen naar Chelsea. In Duitsland hebben ze dat laconieke eruit gekregen. Toen heb ik het wél geprobeerd, maar het is niet gelukt. Ik had hem gewoon moeten pakken in Anderlecht. Ik heb daar nog altijd spijt van.

Wordt het belang van scouting onderschat?
Absoluut. In elke club wordt de kleinste begroting aan de scouting gegeven. Dat is onbegrijpelijk. Maar ze staan wel met vijf trainers voor een elftal, en allemaal met een dikke salaris. Liefst hebben clubs een oud-speler die de scouting doet uit liefhebberij.

Kan je scout worden? Of is dat aangeboren?
Dat zit in je, denk ik. In mij toch. Toen ik tien jaar was, hielden wij voetbalwedstrijden tussen de verschillende straten. Ik ging stiekem enkele straten verderop de beste spelertjes halen. (lacht) Wij wonnen altijd. Later als trainer was ik ook altijd een beetje scout.

Was jij zelf een goed voetballer?
Ja, toch wel. Ik stond op mijn 16e al in het eerste elftal van De Zeeuwen. Maar dat was geen profvoetbal. Ik kon wel een contractje tekenen bij Alkmaar: 40 gulden per week. ‘Ben jij betoeterd’, zei mijn vader. Hij was zakenman. Ik moest bij hem in de zaak werken. Op mijn 23e ben ik trainer geworden. Ik heb zelfs even RWDM getraind (halfweg jaren 70, red), en daarmee de halve finale van de UEFA-cup gehaald.

“Cruijff wou nog zo graag leven. Net als ik. Ook mijn kanker blijft sluimeren.”

Hoe ben jij privéscout geworden van Abramovitsj, de schatrijke eigenaar van Chelsea?
Dat was in 2003. Ik ben gestopt als trainer begin jaren 90 na hartklachten en vervolgens scout geworden bij PSV. Roman zocht iemand om hem de knepen van het vak te leren. Maar het mocht geen ja-knikker zijn. Dat ben ik geworden. Ik heb dat gecombineerd met mijn werk voor PSV. Tot 2008. Dan kende Roman er meer van dan ik. En dan ben ik in dienst getreden bij Chelsea. Tot op vandaag.

Zou je Abramovitsj een vriend noemen?
(blaast) Ik mag zijn naam eigenlijk nooit noemen. Hij wil niet in de pers. Maar ik doe het nu toch eens. Ik zal je een anekdote vertellen. In 2007 kreeg ik darmkanker. Ik zou drie maanden bestraald worden. Ik viel zwaar af en kon niet meer werken. Ik zei tegen Roman: ‘Zo wil ik het niet. Ik wil niet drie maanden goed betaald worden om in een ziekenbed te liggen.’ Hij sprong recht van zijn stoel en riep me toe: ‘Jij tekent nu meteen, nog voor je naar het ziekenhuis gaat, een contract voor tien of twintig jaar. De lengte mag je zelf kiezen.’ (zwijgt even) Dat vond ik zo mooi. Zo iemand is een vriend, ja. Zijn woorden gaven mij de adrenaline om nog een keer te vechten. Je moet weten dat ik al slokdarmkanker had overwonnen en vijf overbruggingen heb aan mijn hart. Ik zat diep toen, maar ik wou weer vechten. Voor het perspectief misschien nog vijf jaar voor Chelsea te mogen werken.

Hoe is het vandaag met je gezondheid?
Kwetsbaar. Twee overbruggingen zijn dichtgeslibd. Ik neem medicijnen. En de kanker, tja, dat blijft sluimeren natuurlijk. Voetbal is mijn beste medicijn, zeker sinds mijn vrouw 2,5 jaar geleden gestorven is.

Jij hebt Johan Cruijff goed gekend. Hoe is zijn dood aangekomen?
Hard. Ik heb er dikke tranen om gelaten. (stil) Hij zei op een moment dat hij 2-0 voor stond. Ik heb er gelijk een glaasje wijn op gedronken. Maar plots was hij kansloos. Cruijff was mijn idool, weet je. Maar kijk: ik ben de 80 gepasseerd en heb kanker overwonnen. En mijn idool, die was er amper in de 60. (zacht) En hij wou nog zo graag. Net als ik. Ik ben niet bang van de dood, maar ik wil nog zo graag in het leven blijven.

Piet over zijn nalatenschap

Piet de Visser heeft zijn hart verloren in Afrika. Samen met Godwin Attram, die hij ooit naar PSV haalde en die hij zijn voetbalzoon noemt, richtte hij in Ghana een academie op. “We plukken kansarme kinderen van straat, geven ze onderdak en onderwijs en leren ze voetballen. Weet je, ik heb zelf geen kinderen. Het voetbal heeft mij alles gegeven. Ik wil alles wat ik heb teruggeven. Deze academie is mijn nalatenschap.” De opbrengst van het boek Meesterscout! gaat naar zijn stichting die de academie financieel steunt.